Het is de schuld van de NAM

Schade aan huizen en andere gebouwen in het Groningse aardgasgebied is de schuld van de NAM, tenzij dit bedrijf het tegendeel kan aantonen. Minister Kamp (Economische Zaken, VVD) komt volgend jaar met een wetsvoorstel waarin deze omkering van de bewijslast wordt geregeld.

Een andere keuze had de minister eigenlijk niet, want het was de Tweede Kamer die deze wetswijziging in april afdwong. Tegen het bewuste voorstel van PvdA en Partij voor de Dieren stemden wel Kamps partijgenoten, de VVD-fractie, maar een overgrote meerderheid was het er wel mee eens. Na raadpleging van de Raad van State, die wel veranderingen voorstelde maar geen principieel bezwaar had, is de bewindsman nu met een eigen voorstel gekomen.

Het gevolg is dat Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek zal worden gewijzigd, specifiek voor wat betreft mijnbouwactiviteiten. Afwijkend van de hoofdregel ‘wie stelt bewijst’, wordt straks op voorhand aangenomen dat schade aan bouwwerken die door mijnbouw zou kúnnen zijn veroorzaakt, daar ook inderdaad door ís veroorzaakt. Of, zoals het in het wijzigingsvoorstel van de Tweede Kamer luidde, door „het niet beheersen van de ondergrondse natuurkrachten die door de aanleg of bij de exploitatie van het werk zijn ontketend”. Het is een regel die in het omringende buitenland al geldt.

Politiek Den Haag maakt zo een gebaar naar de inwoners van Groningen, die op deze manier schade aan hun huizen en andere bouwwerken gemakkelijker vergoed kunnen krijgen. De wetswijziging is vooralsnog beperkt tot dit aardgasgebied. Het is een gebaar dat de Groningers toekomt, al was het maar als compensatie voor de onzekere situatie waarin ze verkeren. Zoals het gevoel van onveiligheid, nu er geen twijfel meer is dat de aardbevingen in het gebied worden veroorzaakt door de gaswinning en de schade aan het onroerend goed dus dikwijls ook.

Het blijft wel zaak dat die schade en de oorzaak ervan objectief worden vastgesteld. En wel op zodanige wijze dat het niet tot rechtszaken tussen burgers of bedrijven enerzijds en de NAM anderzijds hoeft te komen. Een belangrijke stap zette het kabinet eerder dit jaar al door bij het proces van schadeafhandeling en het herstellen of versterken van gebouwen de NAM op afstand te plaatsen en het onafhankelijke Centrum Veilig Wonen daarin leidend te laten zijn. Tegen het oordeel van dit CVW is bovendien beroep mogelijk bij een arbiter, die een bindende uitspraak kan doen.

Onafhankelijkheid bij dit alles, zowel ten opzichte van de slachtoffers als van de NAM, is essentieel en de beste waarborg dat de beoordeling en afhandeling van schade zo redelijk en eerlijk mogelijk gebeuren. Zodat er geen rechter aan te pas hoeft te komen.