Gezichtsherkenning honden gaat vooruit

Automatische gezichtsherkenning bij weggelopen en gevonden honden is een groeimarkt, door het mobieltje. Maar de programma’s zitten nog in de puppyfase. Gezichtsherkenningsprogramma’s voor mensen moeten flink aangepast worden voor viervoetig gebruik, blijkt nu. Zonder die bewerking scoren de twee meest gebruikte daarvan beroerd op het kloppend aan elkaar koppelen van twee verschillende opnamen van hetzelfde hondenhoofd. Succespercentage? 56 procent.

Dat merkten onderzoekers van de Universiteit van Campinas, Brazilië. Ze beschrijven het kwijtraken van een huisdier als een van de grootse angsten die een mens kan hebben. Ze bewerkten de menselijke programma’s met andere logaritmen, en kwamen verder. Hun versies WOOF en BARK hebben een succespercentage van 80 en 90. Die score is beter dan die van fokkers en leden van vakjury’s die dezelfde foto’s voorgelegd kregen. (Pattern Recognition Letters, voorpublicatie).

Een minpunt is nog wel dat de onderzoekers per hondengezicht hun systemen erg precies moeten instellen – ze zouden net zo snel een eigen oordeel kunnen vormen en de ingezonden hond ter plekke gaan bekijken. En eigenlijk moeten eigenaren en asiels reeksen foto’s opsturen, dat werkt het best. Kortom, chips voor honden blijven nog wel even.