Column

Hij verkrachtte haar helemaal niet. Echt

Wie: Kalim

Kwestie: Verkrachting

Waar: Alkmaar

Dit is de tweede en laatste strafzitting tegen de 20-jarige Kalim, maar het woord patstelling valt al snel. „We zijn na bijna drie maanden niks verder en dat is erg”, zegt Kalim. De rechter moet het beamen. Via de reclassering was een zogeheten indicatiestelling forensische zorg gevraagd. Maar die blijkt geweigerd. Er is geen behandelplan en dus geen houvast voor de rechter.

Kalim is zwart, groot en zwaar. Een grote bos rastastrengen, de spijkerbroek modieus afgezakt. Kalim weet dat hij als intimiderend en onverschillig wordt ervaren. „Dat werkt tegen me.” Maar hij hoopt toch op vrijspraak.

Zeker, hij had seks met Nora, maar dat deed ze vrijwillig, écht. Hij pleegde helemaal geen delict en hoeft dus ook niet behandeld te worden. De gedragsdeskundigen zaten dus vast. Er moet immers met de cliënt „overeenstemming zijn over de factoren die hebben geleid tot het delict”.

De rechter probeert nog of „proefplaatsing in een kliniek” mogelijk is. Maar ook daar is een indicatiestelling voor nodig, zeggen de twee reclasseringsambtenaren.

Zou het dan zin hebben om in een tussenvonnis „eventueel” de verdachte te veroordelen, zodat die zijn houding wijzigt en de psychiater daarna de indicatie geeft? De rechter denkt hardop na, maar ook een tussenvonnis hoeft de verdachte niet te overtuigen.

Nora krijgt het woord. Ze heeft niks toe te voegen, op één dingetje na dan. Kalim heeft gezegd wraak te zullen nemen.

„Dat is buiten haar bevoegdheid!” De advocaat vliegt op. De rechter moet het erkennen. Het slachtoffer mag alleen over zichzelf spreken. Het woord wraak blijft in de zaal hangen, waar de spanning al te snijden is.

Nora liep vorig jaar met Kerst van huis weg en dook onder bij haar vriendje Ramon. En daar was dus Kalim, die ze al wat langer kenden. Hij had het moeilijk – hij was met verlof uit de gevangenis. Ze waren samen uit geweest, het was feest. Ramon zou hebben beloofd dat Kalim het „gezellig mocht hebben” met Nora omdat dit de laatste dag van z’n verlof was.

De officier geeft een waslijst van beschadigingen, krassen, builen en blauwe plekken op benen, hoofd en knieën van Nora. Er was bij haar ook een tand naar binnen geslagen. Maar dat kon volgens de advocaat ook best veroorzaakt zijn omdat ze „tegen een deur was gelopen”.

Hij had haar op de grond gewerkt en was op haar gaan liggen. Ze had een vuistslag tegen haar mond gekregen en was drie keer met haar hoofd tegen de muur geslagen. Ze wist te vluchten. Op straat klampte ze een man op een scooter aan. Ze arriveerde bloedend en overstuur op het bureau.

De officier eist dertig maanden cel en tbs met dwangopname. De advocaat vindt het een kwestie van zijn woord tegen het hare. De verdediging heeft geen enkele getuige kunnen horen. De aangifte zou ook uit schaamte kunnen komen. Of uit „teleurstelling” omdat er „niet was gepresteerd” zoals verwacht mocht worden. Tbs is alleen denkbaar bij een gevaarlijke stoornis – die conclusie wilde geen van de deskundigen trekken.

En dat zijn cliënt niet „open” zou zijn? „Die openheid komt nooit”, zegt de advocaat. Dat de seks vrijwillig was, past niet in het straatje van de behandelaars.

De rechtbank veroordeelt Kalim twee weken later alleen tot celstraf: 36 maanden cel, wat hoger is dan gebruikelijk (24 maanden) en dan geëist (30 maanden). Het geweld, de ernst van de aanranding en de jonge leeftijd van het slachtoffer wogen mee.

De rechtbank vindt Kalim toerekeningsvatbaar, hoewel „duidelijk sprake is van persoonlijkheidsproblematiek”. Behandeling is nodig, maar de rapporten bieden onvoldoende grond voor tbs. Kalim moet Nora 2.000 euro schadevergoeding betalen.