Column

De Thuiskok: Kippenleverpaté

illustratie jet peters

Slachtafval, orgaanvlees. Nee, de stukjes vlees die overblijven van een dier nadat de biefstukken en kippendijen eraf zijn gesneden hebben niet echt een goede naam. Maar je kan er heerlijk mee koken. Onder orgaanvlees vallen niet alleen organen trouwens, maar ook bijvoorbeeld poten, staart en kop. In Het Vleeskookboek komen onder andere varkensnieren, kalfshersenen en lamsharten aan bod. Wij beginnen iets toegankelijker met kippenleverpaté. Serveer de paté koud als borrelhap met wat crackers of als eerste gang met wat geroosterd brood.

Snijd eventuele verkleurde plekjes van de levers en dep de levers droog met keukenpapier. Verhit 100 g boter in een pan op middelhoog vuur. Bak de levers al roerend 8 minuten, tot ze gaar zijn. Voeg de salie en knoflook toe en bak het mengsel al roerend 1-2 min. Schenk de brandewijn erbij en voeg ½ theelepel zout en flink wat peper toe. Doe het mengsel in een keukenmachine; schraap alle restjes uit de pan met een houten lepel. Maal het mengsel fijn en voeg intussen beetje voor beetje de resterende boter toe, zodat er een gladde paté ontstaat. Doe de paté in een schaaltje en druk hem lichtjes aan met de bolle kant van een lepel. Laat hem afkoelen en opstijven. Dek de afgekoelde paté af met een laagje geklaarde boter en zet hem een nacht in de koelkast. Serveer hem koud, met geroosterd brood.

Sam de Voogt