De naakte eenvoud van rammelpop

Er zijn nog muzikanten die albums maken en ze niet gladstrijken met technische hulpmiddelen; rammelpop.

King Gizzard in papier maché

Ze zijn er nog: muzikanten die hun albums opnemen zonder computers en die er eer in scheppen dat hun liedjes overeind blijven met een simpele gitaar of piano. Noem het gerust rammelpop: niet gladgestreken met technische hulpmiddelen. In hun naakte eenvoud leveren King Gizzard, Jeffrey Lewis en Wreckless Eric elk een plezierige popplaat waarop de liedjes centraal staan.

‘Wreckless’ Eric Gouldens talent voor innemende songs met een ruw randje voert terug naar het punktijdperk, toen hij als een van de eerste artiesten op het Stiff-label klassiekers uit zijn mouw schudde als Reconnez Cherie en The Whole Wide World. Zijn zestiende album amERICa bevat ondanks de rommelige sound weer een handvol ijzersterke liedjes, met name het hilarische Boy Band waarin hij invoelend vertelt over een groepje tienersterren dat uit de gratie valt. Gouldens verhuizing naar de VS doet niet af aan zijn Cockneyaccent, waarmee hij gammele liedjes zingt als het naar The Velvet Underground knipogende Several Shades of Green en het door kitscherige effecten omlijste Space Age.

De opvolger van Lou Reed

Amerikaanse straatmuziek wordt niet authentieker dan in de songs van Jeffrey Lewis, de antifolkzanger die op Manhattan zingt over de stad waar het licht nooit uitgaat. Met zijn nasale timbre en poëtische blik is Lewis de opvolger van Lou Reed als chroniqueur van contemporain New York. Hij dook met Sonic Youth-producer John Agnello de studio in, met als resultaat een iets gepolijste, op eerlijke instrumenten gespeelde plaat. Outta Town toont hoe de romantiek verdwijnt als je partner de stad uit is. In Sad Screaming Old Man en Scowling Crackhead Ian worden personages opgevoerd uit het dagelijkse leven in de metropool waarvan Lewis zowel de schoonheid als de donkere kanten bezingt.

De twee drummers van King Gizzard and the Lizard Wizard roffelen er lustig op los op het zevende album in drie jaar van deze excentrieke Australische band, die na de overdaad aan fuzzgitaren op hun vorige platen besloot om nu enkel akoestische instrumenten te gebruiken. Met de drums vóór in de mix en een prominente plek voor de dwarsfluit is Paper Mâché Dream Balloon een verfrissend anachronisme, dat met zweverige liedjes over zelfgeknutselde droomballonnen terugvoert naar de onschuld van het hippietijdperk.

De schijnbare blijmoedigheid krijgt een dubbele bodem als King Gizzard prachtig meerstemmig zingt over valkuilen en bloedvlekken. Het falsetliedje Cold Cadaver voegt een element van horror toe aan muziek die er vrolijk op los rammelt, alsof de bandleden de enigen zijn die niet door hebben dat er een groot onheil achter de horizon schuilt.