Corrupte ambtenaar

Hij wist dat zijn ouders bijstandsfraude pleegden. Als hij iets over zijn moeder of zijn zus wilde weten, trok hij dat na in de databestanden van de gemeente Den Haag. Dat kon hij ook makkelijk doen, want hij werkte bij de afdeling Bezwaar en Beroep van die gemeente.

Voor het natrekken van de gegevens over zijn moeder, was hij in juni 2011 al eens berispt. Vijf maanden later kreeg zijn leidinggevende een melding van de afdeling Bijzonder Onderzoek van de gemeente. De man was opgeroepen als getuige in onderzoek naar bijstandsfraude door zijn ouders. Ze zouden samenwonen, terwijl ze formeel ieder een eigen huis hadden. Een constructie die door hun zoon bedacht zou zijn. Uit vervolgonderzoek bleek dat hij optrad als gemachtigde van beide ouders, terwijl hij op zijn werk bemoeienis had met hun dossiers. Het was ook zeer waarschijnlijk dat hij op de hoogte was van hun bijstandsfraude. Want hij had zelf verklaard dat de familiebanden goed waren. In maart 2012 kreeg hij disciplinair ontslag.

In hoger beroep voerde hij aan dat hij niets wist van die fraude. Maar dat betoog wees de Centrale Raad van Beroep vorige maand, meer dan drie jaar na dato, van de hand. Zijn ouders woonden meer dan elf jaar samen en het was een suggestie van hun zoon geweest om dat niet te melden. Dat hadden niet alleen zijn ouders aan de sociale recherche verteld, maar ook buurtbewoners. Het ontslag was volgens de Raad terecht, „gelet op de aard en de ernst van de verweten gedragingen”.