‘Bescherm natuur als monumenten’

Aanwijzen van meer en grotere nationale parken is de beste manier om bezuinigingen op het natuurbeleid op te vangen, én de betrokkenheid van burgers bij de natuur te vergroten. Dat adviseren Pieter van Vollenhoven, vegetatiekundige Joop Schaminée en RIVM-chef André van der Zande aan Economische Zaken, waar het natuurbeleid onder valt.

Om de „trots en betrokkenheid” bij de natuur te vergroten, bepleiten de adviseurs 24 nationale parken. Daarin moet niet alleen ruimte zijn voor nationaal waardevolle natuur, maar ook voor provinciale en gemeentelijke natuur – naar analogie van het beschermde stads- of dorpsgezicht in de monumentenwereld. Aan de rand van die parken zou meer ruimte moeten komen voor bedrijvigheid, zoals een golfbaan of een camping. Van Vollenhoven: „De winst die daarmee wordt gemaakt, kan deels in het onderhoud van de natuur worden gestoken.”

De bescherming van natuurgebieden kan het beste worden gemodelleerd naar het monumentenbeleid, zegt Van Vollenhoven. Verantwoordelijkheid en financiering zijn daar helder. Voor waardevolle natuur bestaat een „warrige” indeling, die de betrokkenheid van burgers en hun bereidheid om er tijd en geld in te steken, niet ten goede komt.