Zitten er terroristen onder de vluchtelingen?

Maandagavond organiseerde Essalam-moskee in Rotterdam een manifestatie naar aanleiding van de aanslagen in Parijs. Foto ANP / Jerry Lampen

Het aantal meldingen bij de politie over vermeende sympathisanten van Islamitische Staat (IS) in Nederland is op één hand te tellen.

Syrische asielzoekers dachten in die paar gevallen op hun opvanglocatie iemand te herkennen als IS’er, vertelt Max Daniel van de nationale politie. Hij coördineert namens de politie de asielstroom en de identificatie van asielzoekers die net in Nederland zijn aangekomen. De politie deed steeds nader onderzoek, maar dat leverde geen ‘treffers’ met IS op.

De politie regelt de allereerste identificatie van asielzoekers hier. Ze horen de vluchtelingen over hun herkomst, over hoe ze in Nederland terecht zijn gekomen, nemen vingerafdrukken af, fouilleren en checken hun bagage. Maar het is druk de laatste maanden, dus de politie liep een achterstand op. Die bedraagt nu ongeveer driehonderd vreemdelingen. Van die mensen weet de politie nog niet precies wie het zijn.

In september is bovendien het systeem veranderd, op een manier die precieze identificatie moeilijker maakt, legt Max Daniel uit. Omdat er zoveel asielzoekers bijkwamen – de afgelopen maand elke week zo’n 1.700 – opende de politie meer locaties waar asielzoekers voor hun identificatieproces terecht konden. Verspreid over het land zijn nu zeven „aanmeldstraten” geopend. „Alleen zien we mensen nu niet meer met hun hele hebben en houden, met tassen, jassen en digitale apparaten. Terwijl daar vaak nuttige informatie tussen zat.” Denk aan treinkaartjes die tonen welke route die mensen hebben afgelegd, foto’s en contactgegevens (met misschien wel mensensmokkelaars) op digitale apparatuur.

Op de vraag of 100 procent zeker is dat zich geen terroristen onder de asielzoekers in Nederland bevinden, moet het antwoord dus nee zijn. Tegelijk is de kans, zegt directeur Rob van Lint van de Immigratie- en Naturalisatiedienst, „nogal klein” dat iemand met terroristische neigingen zich keurig bij de Nederlandse overheid aanmeldt. „Natuurlijk houden wij alle mogelijke signalen die daar toch op duiden, in de gaten.” De IND noemt de specialisten die zich met types bezighouden die een gevaar voor de Nederlandse openbare orde kunnen betekenen, de „afdeling speciale zaken”.

Er zijn in Nederland wel Syriërs „met bloed aan hun handen”, zegt Van Lint. Die mensen krijgen artikel 1F tegengeworpen, zoals dat in jargon heet, naar een artikel over oorlogsmisdaden in het vluchtelingenverdrag. Zij krijgen geen verblijfsvergunning, maar kunnen ook niet worden teruggestuurd omdat Syrië te gevaarlijk is. In 2014 waren dat er in elk geval tien. Naar veertig mensen liep nog een nader onderzoek.