Wat betekent het dat ‘we’ in ‘oorlog’ zijn?

Maandagavond organiseerde Essalam-moskee in Rotterdam een manifestatie naar aanleiding van de aanslagen in Parijs. Foto ANP / Jerry Lampen

Minister-president Rutte zei afgelopen zaterdag: „ISIS is onze vijand, daarmee zijn wij in oorlog...” Minister Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) zei in het tv-programma Pauw dat Rutte hieraan geen volkenrechtelijke betekenis wilde geven. De premier zou vooral de ernst van de situatie willen benadrukken en onderstrepen dat het kabinet „niet naïef” is over het gewapende conflict waarin Nederland al verwikkeld is. Maar feit is ook dat na de aanslagen van januari in Parijs Rutte desgevraagd het woord ‘oorlog’ níét wilde gebruiken.

Er is dus iets veranderd. In ieder geval in het taalgebruik. Behalve een politieke betekenis heeft ‘in oorlog zijn’ ook een juridische betekenis. In oorlog zijn is juridisch niet meer dan een vaststelling van oorlog als feitelijk ontstane toestand. Volgens artikel 96 van de Grondwet komt de ‘inoorlogverklaring’ alleen toe aan de verenigde Staten-Generaal: Eerste en Tweede Kamer samen. Niet aan de premier. En wel als Nederland echt aangevallen wordt, door een ander land. Dus niet door zoiets schimmigs als het kalifaat, de ‘Islamic State’, door Den Haag niet erkend en dus steevast ISIS genoemd.

Aanvalsoorlogen zijn volkenrechtelijk overigens verboden. Volgens het Handvest van de Verenigde Naties, waaraan Nederland is gebonden, is het recht op zelfverdediging daarop de uitzondering. De andere uitzondering is een mandaat van de Veiligheidsraad. Volgens artikel 5 van het NAVO-verdrag moet een aanval op één van de lidstaten begrepen worden als een aanval op allemaal. Dat is maar één keer door een lidstaat uitgeroepen, en wel door de VS, na de terreuraanval van 11 september 2001. Ook is wel bepleit dat oorlog volkenrechtelijk is toegestaan om een volkerenmoord te voorkomen; de humanitaire interventie.

In het Romeinse recht bestond een oorlogsverklaring nog uit het werpen van een bloedige speer op het land van de tegenstander. In die symboliek zit de oorspronkelijke betekenis van de oorlogsverklaring: een waarschuwing of ultimatum. Algemeen wordt de parlementaire oorlogsverklaring als achterhaald beschouwd – nog daterend uit de tijd waarin individuele staten vooral tegen andere staten vochten.

Er zijn inmiddels meer juridische mogelijkheden om militaire middelen te gebruiken, die verdacht veel op ‘oorlog’ lijken zonder het echt te zijn. Dan gaat het vrijwel altijd om de bescherming en handhaving van de internationale rechtsorde. En dus om wat ‘collectieve zelfverdediging’ wordt genoemd. Meestal spelen VN-resoluties daarin de hoofdrol. Maar niet altijd. De Nederlandse luchtmacht opereert boven Irak omdat Irak daar om vroeg. Onlangs besloot het kabinet dat fase twee, opereren boven Syrië, volkenrechtelijk óók toegestaan is. Veel IS-strijders bereiken Irak vanuit Syrië. En Syrië is zelf niet in staat, of niet bereid, dat tegen te gaan. En dan zou ‘collectieve zelfverdediging’ voldoende legitimatie zijn.