Hoe breng je terroristen op andere gedachten?

Op veel drukke plekken patrouilleert het Franse leger, zo ook hier in de Oude Haven van Marseille.

Sinds drie jaar geleden de eerste Syriëgangers vertrokken, heeft Nederland haar ‘deradicaliseringsbeleid’ opnieuw opgetuigd. Deels gaat het om zichtbaar beleid, zoals het subsidiëren van anti-jihadbijeenkomsten. Er is ook onzichtbaar beleid: de overheid probeert specifieke jongeren te deradicaliseren om te voorkomen dat zij aanslagen plegen zoals in Parijs. Hoe ziet dit beleid eruit? Deze krant maakte een overzicht van – deels geheime – maatregelen, op basis van bronnen bij overheden en jongerenwerk. Deradicalisering in vier stappen.

Eerste stap: signaleren

Om gericht te kunnen deradicaliseren, moet je weten om welke jongeren het gaat. Gemeenten maken hiervoor gebruik van ‘sleutelfiguren’, zoals moskeebestuurders, jongerenwerkers, buurtvaders en islamdocenten. Zij worden getraind in het bieden van een weerwoord aan jongeren die zich afkeren van de samenleving. Wanneer zij radicalisering opmerken, melden sommige sleutelfiguren dit bij de gemeente. Dit ligt uiterst gevoelig. Sleutelfiguren willen voorkomen dat zij gezien worden als ‘mollen’ binnen de moslimgemeenschap. Daarom proberen gemeenten hen ervan te overtuigen dat zij iemand niet meteen het stempel ‘radicaal’ opplakken na een signaal.

Tweede stap: vergaderen

Zodra een radicale moslim in beeld is, wordt erover vergaderd. Dit gebeurt in ‘casusoverleggen’ die gemeenten houden. Partijen als politie, justitie en antiterrorismedienst NCTV schuiven aan. Hier wordt de achtergrond van de radicaal besproken. Hoe gevaarlijk is hij? Heeft hij invloed op anderen? Heeft hij werk? Een strafblad? Psychologische problemen? Op basis hiervan wordt een aanpak gekozen. Gaat het om een overtuigde radicaal, die bijvoorbeeld op het punt staat naar Syrië te vertrekken, dan wordt de zaak overgelaten aan justitie. Anders is het wanneer het adolescenten betreft die zijn vastgelopen in het leven en onder invloed staan van radicale vrienden. Deze ‘meelopers’ kun je losweken uit de groep, zo is de gedachte bij terreurbestrijders.

Derde stap: activeren

Mensen uit de omgeving van radicalen worden hierbij ingezet. Dat begint bij familie. Ouders, zussen, broers – met wie radicalen meestal een moeizame relatie onderhouden – worden door hulpverleners bijgestaan. Hun wordt geleerd hoe zij het beste kunnen omgaan met hun familielid. Leerplichtambtenaren gaan met ouders praten om een manier te bedenken de jongere weer naar school te krijgen. Docenten die een goede relatie hadden met de leerling, wordt gevraagd hem eens te bellen. Financieel hulpverleners helpen de radicaal bij het wegwerken van schulden, jongerenwerkers bij het vinden van werk of opleiding. Ook proberen zij de radicaal te motiveren. Kom eens naar het playstationtoernooi. Ga eens mee naar de film. Bezoek deze discussieavond eens. De gedachte hierachter is dat radicalen geactiveerd moeten worden. Als zij weer meedraaien in de samenleving zullen ze hun jihadistische milieu wel achter zich laten – zo is de veronderstelling.

Vierde stap: de undercoverimam

Bij sommigen helpt zo’n aanpak, bij anderen zit de ideologie een stuk dieper. Voor hen vraagt de overheid imams of islamkenners een-op-eenbegeleiding. Een delicaat proces, want zodra de radicaal doorkrijgt dat de imam wordt betaald om hem op andere gedachten te brengen, is het traject kansloos. Het heeft alleen kans van slagen wanneer een radicaal zijn gesprekspartner als „geloofwaardig” beschouwt, blijkt uit onderzoek naar deradicalisering. Daarom wordt vaak gekozen voor een persoon uit de omgeving van de radicaal, zoals een moskeeleraar of islamitisch hulpverlener. Ook gebeurt het dat een ontmoeting wordt geënsceneerd tussen de radicaal en de ‘undercoverimam’. De imam komt langs in het buurthuis. De jongerenwerker stelt hem aan de groep voor als „een vriend”. Vervolgens knoopt de imam een gesprekje aan met de radicaal, wekt interesse, wisselt nummers uit en belt daarna om af te spreken. Bronnen bij de overheid bevestigen deze praktijk. „Het is niet transparant”, zegt een overheidsfunctionaris, „maar anders werkt het niet.”

Het tekent hoe riskant deradicaliseringswerk is: niemand mag weten wie het doet, en hoe het gebeurt. Wanneer de radicaal ontdekt dat zijn begeleider voor de overheid werkt, kan het gevaarlijk worden. Zeker als hij vermoedt dat zijn begeleider alles wat hij zegt doorspeelt aan de inlichtingendienst. In zeker één geval heeft een Syriëganger zijn deradicaliseerder bedreigd, stellen bronnen van deze krant. Na het incident zijn de gesprekken met de Syriëganger stopgezet.