Column

White privilege

Voor we doorgaan met de ontwikkelingen rondom mijn Surinaamse roots, eerst even dit: vannacht droomde ik over de twitteraarsters uit het artikel dat vorige week in deze krant stond ‘Witte mensen moeten eens luisteren.’ Ik kuchte mijn (witte) (in Parijs wonende Italiaanse) vriendje wakker en zei: „Ik geloof dat ik me moet mengen in het publieke debat.”

Mijn vriendje keek me niet begrijpend aan. Ik verklaarde: black twitter, witte linkse mannetjes die gebroken moeten worden. Zwart Nederland komt in opstand. Moet ik mijn stem niet laten horen, nu ik publiekelijk op zoek ben naar mijn zwarte roots?

„Well,” gaapte mijn vriendje, „I would like to tell the black people of Holland that it’s not a matter of black versus white: we are all victims of the same system.” Toen strekte hij zich uit en draaide zich om. „Dít heet dus white privilege,” zei ik. Toen hadden we ruzie.

Mijn vriendje zei dat zwarte mensen niet de enige mensen zijn die last hebben van vooroordelen. Hijzelf is homoseksueel en Italiaan. „Dat is niet hetzelfde als tweehonderd jaar slavernij doorstaan,” zei ik.

Hij zei: „Je doet nu net of ik racistisch ben. Ik heb niks tegen zwarte mensen, mijn vriendje is zwart!” Ik zei: „Dat kom doordat je zwarte mensen seksualiseert.”

Hij zei dat hij me in tien jaar nog nooit zo had horen praten. Ik zei dat het komt doordat ik me niet wilde laten definiëren door het zwarte probleem. Hij zei: „Nou, dan is het maar goed dat je op zoek gaat naar je zwarte roots.”

Ik stond op en ging poepen. Vanuit de wc riep ik: „Geen wonder dat je het Sinterklaasfeest zo leuk vindt!” Wat niet waar is, hij vindt het Sinterklaasfeest heel raar. En tot zover mijn bijdrage aan het publieke debat.

Wat ik probeerde te zeggen, geloof ik, is dat ik blij ben dat mensen nu hardop spreken over hoe het voelt om zwart te zijn. Ik herken wat ze zeggen, want de wereld heeft mij altijd als zwart gezien. Ik ben ze dankbaar voor hun moed, ik word er zelf ook moediger door. Daarnaast is het best leuk om eindelijk eens ergens bij te horen, zonder daar iets voor te hoeven doen. Black privilege, zeg maar.

Het probleem is: ik ben niet zwart. Wit ben ik ook niet. Ik ben het allebei. Witte mensen zijn de mensen die mij hebben opgevoed. Terwijl mijn zwarte vader sperma sproeiend door het land trok. Ik zou graag een scherpe mening hebben, maar die heb ik niet. Ik heb alleen een vraag. Ik weet wat er niet leuk is aan zwart zijn, ik wil weten wat er wél leuk aan is. Wat mijn witte kant van mijn zwarte kant zou kunnen leren. Want daar heeft niemand me ooit iets over verteld.

Ik merk dat de zoektocht mijn leven nu al verrijkt. Niet als zwarte, niet als witte Nederlander, maar als mens. Ik vind nieuwe kleuren, nieuwe geluiden, nieuwe visies op de werkelijkheid. En ik geloof dat ik nog maar het topje van de ijsberg heb gezien.

Natuurlijk had mijn vriendje gelijk (dat was juist het irritante): de wereld waarin we leven is niet perfect, daar zijn we het allemaal over eens. Dus laten we onze oren, ogen en harten openhouden en samen op zoek gaan naar wat we nog niet weten. In het vertrouwen zo iets te vinden waar iedereen wat aan heeft. Zoek je met me mee?