We zijn in oorlog. Oorlog? Pas op met dat roekeloze woordgebruik!

Wereldleiders, maar ook hoofdredacteuren, schrijvers, columnisten en andere burgers, hebben volop gereageerd op de aanslagen van vrijdag. We hebben vier reacties geselecteerd.

Een roos in een kogelgat in een ruit in een Parijs restaurant. Op het kaartje: Au nom de quoi? (In naam van wat?) Foto Frank Augstein/ AP

Le Figaro

Om oorlog te winnen, moet je hem voeren

Alexis Brézet, hoofdredacteur van Le Figaro, schreef dit commentaar zaterdagavond op de site van zijn krant:

Het was een oorlog, een echte oorlog. We wisten het, maar we wilden het liever niet zien. Want het Frankrijk van ‘na-Charlie’ was bedwelmd door het schouwspel van de eigen emoties, het had de pijnlijke herinnering aan die vreselijke gebeurtenissen van januari begraven onder bloemrijke maar bedrieglijke retoriek. Waardoor de gruwelijkheid als het ware symbolisch werd, op het onwerkelijke af. We wilden die geschiedenis afsluiten.

Er waren signalen, veel zelfs, waardoor we hadden kunnen weten dat het kwaad er nog was. Maar de politie verijdelde een aantal keren aanslagen, waardoor we ons veilig waanden. Tegen wie het tegendeel durfde te beweren, werd gezegd dat het erom gaat ‘samen te leven’, ze werden uitgemaakt voor ‘islamofoob’, want het belangrijkste, nietwaar, was dat we niet ‘stigmatiseerden’.

Maar na dat toppunt van barbaarsheid van afgelopen vrijdagnacht kunnen we niks meer met dit soort illusies. Ons is de oorlog verklaard, een echte oorlog. De oorlog van het islamitische fanatisme tegen Frankrijk, tegen Europa, tegen het Westen, tegen alle waarden van een beschaving die ons de democratie heeft gebracht. En die oorlog is nog maar pas begonnen.

De leiders van het misdadige leger dat het op ons heeft voorzien, verblijven in het buitenland, maar het is bij ons, het is onder onze jongeren dat ze sommige van hun moordenaars recruteren, moordenaars die bereid zijn om onder het uitroepen van ‘Allah Akbar’ hun monsterlijke daden te verrichten. En het is niet met badges, tweets, stille tochten of videoclips dat we ze tegen kunnen houden. Onze nationale eenheid wordt een leeg begrip als we ook straks weer de bedreigende werkelijkheid bedekken als onder een dekbed. Eenheid, jazeker, maar wel tegelijk met een politiek die autoriteit heeft, moedig is, vastberaden en eerlijk.

Francois Hollande heeft zaterdag eindelijk besloten het kwaad te benoemen. Zonder zich te verschuilen achter subtiliteiten praat hij, en dat is nieuw, over ‘oorlog’, ‘IS’, en ‘jihad’. Maar ook Manuel Valls had de juiste woorden gevonden, na Charlie. En vervolgens bleken die woorden niet genoeg…

Natuurlijk, sinds januari is Frankrijk alerter, vooral op inlichtingengebied. Er is extra geld vrijgemaakt voor de veiligheidsdiensten en het leger. Maar er is ook veel niet gebeurd wat wel beloofd was. Of in gang gezet dat juist niet had gemoeten. De regering moet nu voor eens en altijd stoppen met die cultuur van onschuld en ontkenning, als ze de historische uitdaging aan wil kunnen waar ons land voor staat.

Hoe moeten we het bijvoorbeeld begrijpen dat er nog zoveel radicale imams straffeloos jongeren kunnen oproepen zich tegen de democratie te keren, tegen de joden en tegen de christenen? Tunesië heeft ervoor gezorgd dat ze daar geen schade meer kunnen aanrichten, waarom doet Frankrijk dat niet?

Hoe kunnen we toestaan dat jonge Fransen die naar Syrië of Irak zijn vertrokken om de jihad ‘te leren’, hooguit onder surveillance van de politie staan als ze terugkomen? Het spreekt voor zich dat ze in de gevangenis of in een ander land thuis horen.

En wie kan tevreden zijn met die knoei-diplomatie die wel tegen IS en Syrië zegt te strijden, en terecht, maar die koppig weigert om de belangrijkste tegenstander, Rusland, te steunen, alleen maar omdat die aan de kant van het regime van Assad staat? Als je moet kiezen tussen twee kwaden, kies dan de minst kwade. Sinds vrijdag is daar toch geen aarzeling meer over mogelijk?

Veiligheid, justitie, diplomatie, grenscontroles: al die zaken moeten we opnieuw bekijken als we een antwoord willen vinden op de dreiging. Zonder ons nog langer te laten afleiden door juridische haarkloverij of moraliserende zachtaardigheden. De democratie is aangevallen en die heeft het recht, nee de plicht, om zich te verdedigen. Tegen grof geweld bestaaat maar één principe: kracht. Tegen wreedheid maar één wet: effectiviteit. Het zijn de woorden van Clemenceau: ‘In binnenlandse politiek voer ik oorlog, in buitenlandse politiek voer ik oorlog, ik voer altijd oorlog.’ Om de oorlog te winnen, moet je hem voeren.

 

Simon Kuper in de Financial Times

Kan ik met mijn kinderen nog in Parijs blijven wonen?

Simon Kuper is journalist en woont in Parijs. Dit is een sterk bekorte versie van zijn artikel afgelopen vrijdagavond laat op de site van de Financial Times:

Ik schrijf dit in een emotionele nacht. Vanavond zat ik in het stadion, te kijken naar Frankrijk-Duitsland, toen ik de eerste explosie hoorde. De meeste mensen om mij heen negeerden het, of juichten zelfs: voetbalpubliek is wel gewend aan wat vuurwerk. Zelfs na de tweede explosie, een paar minuten later, bleef de menigte in goed humeur en ging het spel door.

Een uur na de wedstrijd kwamen we erachter dat er bij twee zelfmoordaanslagen, net buiten het stadion, een paar honderd meter van onze stoeltjes, een aantal mensen waren gedood. En dat er meer dan 100 mensen zijn doodgeschoten in het centrum.

Ik woon nu dertien jaar in Parijs. We gingen door met ons leven na Charlie Hebdo. Maar vannacht, voor de eerste keer, vraag ik mezelf af of we hier nog wel kunnen blijven. Het hele punt is dat iedereen hier in een klein appartement woont. Vrijwel niemand heeft een achtertuin waar je kunt barbecueën, met de kinderen spelen of je even af kan sluiten.

Je leeft in Parijs om uit te gaan, vrienden te ontmoeten in cafés zoals de Bataclan, gesprekken te voeren met intelligente mensen van overal, naar voetbalwedstrijden te gaan of naar het Louvre, waar vlakbij ook een schietpartij was. Parijs is een en al openbare ruimte – de cafés, de culturele podia en de pleinen. Geen stad heeft betere. Als die publieke ruimte gevaarlijk wordt – en de Parijse autoriteiten verzoeken mensen hun huis niet te verlaten – dan krimpt de stad ineen.

Ik denk niet dat er sprake is van een botsing van beschavingen. Ik zie het als een botsing van een paar duizend jihadisten met een geweldige stad. Het probleem – zoals we zagen in voormalig Joegoslavië, of in Libanon – is dat je slechts een paar mannen met geweren nodig hebt om een plaats onleefbaar te maken. Ik ben pessimistisch. Ik vrees dat angst en gevaar het nieuwe normaal worden. Ik weet niet hoe ik dat mijn kinderen moet vertellen.

 

David van Reybrouck in een open brief

U bent er ingetuind, meneer de president

De Vlaamse schrijver David van Reybrouck schreef een open brief aan president Hollande en postte die zaterdagavond op Facebook. Een ingekorte versie:

Monsieur le Président, Wat een buitengewoon roekeloze woordkeus was dat van u om in uw speech van zaterdagmiddag het voortdurend over een ‘oorlogsdaad’ te hebben, uitgevoerd door een ‘terroristisch leger’.

De gevolgen van die historische woorden zijn bekend. Wie als staatshoofd een gebeurtenis als een oorlogsdaad kwalificeert, moet er gepast op reageren. Het leidde Bush tot de invasie van Afghanistan, wat nog te billijken viel, omdat het regime onderdak had geboden aan Al Qaeda – daar was zelfs de VN het over eens. Daarna volgde de volslagen krankzinnige invasie van Irak, zonder VN-mandaat, enkel en alleen omdat Amerika er massavernietigingswapens vermoedde. Die waren er niet, maar die inval leidde tot een volkomen destabilisering van de regio, tot op vandaag.

Het perscommuniqué van IS roemde ‘de minutieus gekozen plekken’ van de aanslagen, uw eigen diensten beklemtonen ook het professionalisme van de plegers, wat dat betreft spreken jullie dezelfde taal. Maar daar lijkt het toch niet op? De drie die naar het Stade de France gingen waar u de vriendschappelijke voetbalmatch tegen Duitsland bijwoonde, leken wel amateurs. Kennelijk wilden ze binnendringen, misschien wel om een aanslag op u te plegen, dat kan. Maar wie zichzelf opblaast naast een McDonald’s en slechts één iemand meesleurt in de dood is een slechte terrorist. Wie met drie zelfmoordaanslagen slechts vier doden maakt, terwijl er even later een mensenmassa van 80.000 mensen naar buiten kwamen, is een prutser. Wie met vier kompanen een zaal wil uitmoorden maar niet eens de nooduitgang blokkeert, is geen strategisch genie. Wie uit een auto stapt en enkele terrassen beschiet met ongewapende, onschuldige burgers, is geen tactisch onderlegd militair, maar een lafaard, een klootzak, een volkomen ontspoorde enkeling die zijn lot heeft verbonden aan dat van andere volkomen ontspoorde enkelingen. Een roedel lone wolves.

 

Die Zeit

Open armen zijn het beste antwoord op terreur

Bernd Ulrich plaatsvervangend hoofdredacteur van Die Zeit, schreef zaterdag op de site van zijn krant dat we één ding nog niet hebben geprobeerd:

Fransen, Europeanen en Amerikanen zijn dit jaar geen steek verder gekomen in de strijd tegen terrorisme. Integendeel. Wat in het Arabische gebied gebeurt, raakt ons nu dubbel. Enerzijds in vreedzame zin door de enorme stroom vluchtelingen – die juist voor dat islamitische terrorisme vluchten. Anderzijds in wrede zin door de terreur.

Deze aanslag stootte op een Europese samenleving die begint te begrijpen dat ze de gevolgen van dictatuur, chaos en haat in het Midden-Oosten niet langer van haar lijf kan houden. Tegelijkertijd is Europa radeloos: wat is er nog tegen te doen? Alles is geprobeerd en eigenlijk heeft niets geholpen.

Wanhopen moeten we niet – dat mogen we ook niet. We moeten radicaal anders denken. Grofweg weten we de richting wel: we moeten het islamisme bestrijden en ons met de moslims verzoenen. Dat is namelijk het enige dat we nog niet uitgeprobeerd hebben: Arabieren en Perzen behandelen alsof ze mensen zijn als u en ik. Als buren.

De laatste 100, 50, 20, 10 en 2 jaren hebben Europa en Amerika het Midden-Oosten mishandeld, uitgebuit en veracht. Nooit stond de vraag centraal: wat kunnen wij doen om de mensen daar te helpen? Altijd stelden we ons allereerst de vraag, hoe we de olie eruit konden krijgen en het terrorisme erin konden houden.

De vluchtelingen creëren een situatie waar de Europeanen belang bij hebben. Er zullen immers steeds meer vluchtelingen naar ons toekomen, als de toestand daar niet beter wordt. Ten eerste hebben Europeanen er concreet belang bij dat de Arabische wereld vooruitkomt. Het opent mogelijkheden voor nieuwe denkwijzen, het biedt ons de kans om niet te verzanden in een herhaling van dezelfde woorden, terwijl we gevangenen worden van onze eigen methoden.

Daarnaast moeten Europeanen een verbond vormen met de goedwillende, vluchtende en in hun thuisland om hun rechten strijdende moslims. Een gezamenlijk verbond tegen de terroristen van IS, tegen de heersende islamisten in Saoedie-Arabië, tegen de massamoordenaars van Damascus en tegen de brutale dictatuur in Egypte.

Dat klinkt moeilijk. Is het ook. Maar vergeet niet, we zijn er al mee begonnen: de grootste vijand van het islamistische terrorisme is onze Willkommenskultur.