Wat doet terreur met een samenleving?

Het risico dat je zelf wordt getroffen door een aanslag is verwaarloosbaar. Toch gaan mensen zich anders gedragen.

Toeristen poseren voor een selfie bij de kathedraal van Notre-Dame, met op de achtergrond een Franse militair. Foto Peter Dejong / AP

Angst. Dat is wat veel mensen voelen na vrijdag. Kunnen we nog wel op terrassen zitten? Onbezorgd naar het theater? De aanslagen in Parijs beïnvloeden niet alleen de Franse, maar vrijwel alle (westerse) samenlevingen. Hoeveel risico lopen wij om slachtoffer te worden van terreur? Kunnen we ons als samenleving wapenen tegen angst?

„Het is van belang onderscheid te maken tussen individuele en collectieve risico’s als gevolg van terrorisme,” zegt Dan Gardner, auteur van het boek Risk: the science and politics of fear, telefonisch vanuit zijn woonplaats Ottowa in Canada.

„Op individueel niveau is het risico dat je slachtoffer wordt van terrorisme nihil. Zelfs wanneer er een golf aanslagen door Europa zou trekken, is de kans dat jij of je familie daardoor wordt getroffen zó klein, dat je het kunt negeren.”

Als hij dat uitlegt, begrijpen de meeste mensen dat best, is zijn ervaring. „Het probleem is vooral dat de risicoperceptie van veel mensen niet is gebaseerd op een rationele afweging, maar op een psychologisch mechanisme. En dat zorgt – via allerlei fysiologische shortcuts – juist voor angst.”

Irrationeel

De gevolgen kunnen desastreus zijn, zegt hij. Neem de aanslagen op 11 september 2001. „Uit angst stopten mensen massaal met vliegen. Om toch ergens te komen, pakten ze de auto. Nu is het risico op een auto-ongeluk vele malen groter dan een vliegramp. Er zijn schattingen dat 9/11 zo 1.500 extra slachtoffers heeft gemaakt. Die mensen stierven als gevolg van een irrationele angst voor terrorisme.”

De collectieve risico’s van terreur zijn substantiëler, zegt hij. Overheden lopen het risico dat zij de individuele angst aanwakkeren. „Door oorlogstaal te bezigen bijvoorbeeld, zoals Bush na 9/11 en Hollande nu. De grootste fout die regeringen kunnen maken. Zo geven ze de indruk dat de vijand – IS in dit geval – sterk is, precies wat de terreurgroep graag wil.”

Onder de hastag #jesuisenterrasse twitteren Parijzenaren dat ze weer op het terras zitten, en de angst niet laten regeren

Israël: PTSS

De Oude Stad in Oost-Jeruzalem oogde begin vorige maand troosteloos. Waar toeristen normaal de steegjes platlopen, was het nu uitgestorven. Rolluiken dicht, op elke hoek ordetroepen. Een dag eerder waren er twee Israëliërs doodgestoken door een Palestijn. Het was deel van een geweldsgolf die Jeruzalem oversteeg. Elke Israëliër had het gevoel slachtoffer te kunnen worden van een aanslag met mes, vuurwapen of auto.

De angst van Parijzenaars is veel Israëliërs bekend. Vooral tijdens de Tweede Intifada, toen Israël werd bestookt door Palestijnse zelfmoordenaars, werden drukke plekken als restaurants en winkelcentra gemeden. Maar ook al was het toen veel bloediger, vorige maand was de angst onder Israëliërs nog groter, zegt trauma-expert Danny Horesh van de Bar Ilan-universiteit in Ramat Gan.

„Omdat het geweld zich nu niet beperkte tot plaatsen waar veel mensen samenkomen. Restaurants kun je nog mijden, maar nu kon je overal een mes in je rug krijgen.”

Je zou kunnen zeggen, aldus Horesh, dat de Israëlische samenleving kenmerken vertoont van een post-traumatische stress-stoornis. Een van de kenmerken is dat mensen hyperalert zijn. Kleine dingen laten je al opspringen. Dit was zondag ook zichtbaar in Parijs, toen een menigte op de Place de la République begon te rennen terwijl er niets aan de hand bleek. Maar Israëliërs weten ook hoe ze hun leven weer moeten oppakken. Het is wat Horesh de „Israëlische paradox” noemt: mensen zijn gestresst en angstig, maar kunnen tegelijkertijd zeer onverschillig reageren op dreigende gevaren. „En misschien is dat ook wel logisch als je zo gewend bent aan de willekeur van terreur.”