'Vluchtelingenroute was vrijwel zeker bewuste strategie van IS'

De Oostenrijkse jihadi-expert Thomas Schmidinger vertelt in NRC over wat jihadi’s drijft, en waarom veel vluchtelingen er geen boodschap aan hebben.

Thomas Schmidinger (Feldkirch, 1974) is politicoloog aan de universiteit van Wenen en werkt aan de-radicalisering van jihadi’s, onder meer in gevangenissen.

„Als het klopt dat één van de terroristen in Parijs kort geleden als vluchteling naar Europa is gekomen, is dit vrijwel zeker een bewuste strategie van Islamitische Staat of Daesh. Voorheen deden ze dat nooit.” Dat zegt Thomas Schmidinger, een Oostenrijkse jihadi-expert die vorige week terugkeerde uit Kobani in Syrië. Maandag spreekt hij erover in het Europees Parlement. Onlangs verscheen Schmidingers boek Jihadismus – Ideologie, Prävention und Deradikalisierung.

Waarom is de vluchtelingenroute een bewuste strategie?

„Daesh wil een religieuze oorlog ontketenen. Dat deden ze in Irak tussen sunnieten en shi’ieten, nu proberen ze het in Europa tussen moslims en niet-moslims. Jihadi’s zijn geïsoleerd in Europa. Als Daesh anti-islamitisch sentiment kan provoceren in Europese landen, kan zij zich vervolgens opwerpen als grote verdediger van Europese moslims. Dat is wat ze wil.”

Meer mensen zeggen na Parijs: we willen geen vluchtelingen meer.

„Dat is precies wat Daesh wil. Ons ophitsen tegen alle moslims, daar is het ze om te doen.”

Hoe sterk is Daesh onder vluchtelingen in Europa?

„Mij was tot dusver geen enkel geval bekend. Als een van de Parijse terroristen echt een Syrische vluchteling was, is dit echt iets nieuws. Tot dusver wilde Daesh jihadi’s daar houden waar de strijd woedde: in en om het Kalifaat in Irak en Syrië. Wie we wel onder de vluchtelingen hebben aangetroffen, zijn twijfelaars. Die wilden weg uit het kalifaat en worden door Daesh als verraders gezien. Tot dusver verlieten gemotiveerde jihadi’s Syrië niet. Ze gaan er juist héén. Op het station in Wenen, waar ik in september hielp vluchtelingen op te vangen, stond aanvankelijk een stand met salafisten. In Oostenrijk en Duitsland hebben ze ‘lees-campagnes’, waarbij ze gratis korans uitdelen. Ze wezen erop dat het eten op het station niet halal was. Vluchtelingen hadden daar geen enkele boodschap aan. Sommigen vroegen gechoqueerd: ‘Wat doen die zeloten hier? Dit zijn we juist ontvlucht, we weten wat voor ellende ervan komt’. Na een paar dagen was de stand weg. We hebben ze niet meer gezien.”

Waarom worden jongeren in Europa jihadi’s en gaan ze naar Syrië?

„De biografieën van jihadi’s, van wie ik er zo’n zeventig volg, zijn erg uiteenlopend. Er zitten Koerden bij, seculiere moslims, autochtone Oostenrijkers. Ze hebben vaak maar twee dingen gemeen. Ten eerste: de meesten zijn jonge mannen die hun plek in onze samenleving niet vinden. Het merendeel is niet-religieus. Religie is niet wat ze zoeken. Gelovige moslims worden zelden jihadi’s: die kennen de koran te goed om de radicale politieke interpretatie van Daesh te accepteren. Wat ze wel zoeken: identiteit, erbij horen, de zin van het leven ontdekken. Het tweede terugkerende element is de afwezigheid van een vaderfiguur. Velen zoeken een mannelijk rolmodel. Thuis is die er niet. En ons onderwijs feminiseert door de lage salarissen zo, dat daar ook steeds minder mannen werken.”

Vervreemding, je plaats niet vinden – dat is toch van alle tijden?

„Natuurlijk. Ik groeide op in Vorarlberg, vlakbij Zwitserland. Ik voelde me daar ook niet thuis. Wilde de wereld veranderen. Dus werd ik links-radicaal. Dat was destijds de grootste provocatie die je kon verzinnen. Ik zat in een groep die demonstraties en blokkades organiseerde. Dat gaf me de identiteit die ik zocht en een groep waarin ik me thuisvoelde. Daar houden de parallellen op. Wij rebelleerden binnen de maatschappij, jihadi’s verlaten haar. Zij treden uit en gaan naar een andere plek: het Kalifaat. Wij vlogen hooguit een paar maanden naar Cuba om op een suikerplantage te werken. Tweede verschil: wij waren anti-autoritair, op het anarchistische af. Jihadi’s zoeken autoriteit. Beide aspecten maken het moeilijk om jihadi’s terug te halen, om ze te de-radicaliseren.’’

U heeft ook geen mensen onthoofd, neem ik aan.

„Nee, dat is het derde verschil: wij gebruikten bijna geen allen geweld.”

Hebben jihadi’s meer met neonazi’s gemeen?

„Ja, die gebruiken vaker geweld en opereren ook in autoritaire groepen. Tot nu toe blijft er één fundamenteel verschil: neonazi’s zitten hier. Ze willen de bestaande maatschappij, waarvan ze deel uitmaken, veranderen. Jihadi’s hebben hun utopische samenleving, het Kalifaat, elders. Ze zijn hier uitgecheckt. Jihadisme is tegenwoordig de meest radicale manier om de samenleving in Europa te provoceren.”

Hoe wordt iemand jihadi?

„In heel Europa werken salafisten die ‘verloren zielen’ geborgenheid bieden, een plek in een besloten, sektarische groep. Langzaam worden ze dan geïndoctrineerd. Pas op het laatst wordt het crimineel en wordt het een zaak voor politie en justitie. Hoe eerder je tijdens dit proces je iemand de-radicaliseert, hoe makkelijker. Ik werk met jihadi’s in de gevangenis. Die zijn ver heen. Het is extreem moeilijk om die terug te halen.”

Zijn dat teruggekeerde jihadi’s?

„Ik werk met mensen die op het punt staan om te gaan. Dan bellen ouders en anderen uit de omgeving ons op. Ik werk ook met jihadi´s in de gevangenis, die vaak zijn teruggekeerd uit Syrie. Sommigen zijn gewond, anderen vonden het rauwe oorlogsbestaan in Syrië te zwaar of hebben bedenkingen over de ideologie van Daesh.”

Daar kun je aan werken.

„Dat valt tegen. Velen zeggen bijvoorbeeld dat het verkeerd is dat Daesh gematigde moslims als vijand beschouwt, maar ze vinden het nog steeds prima om yezidi’s of christenen te onthoofden. Hun vervreemding van onze maatschappij blijft extreem. Ze herradicaliseren makkelijk. Er zijn er die van Daesh naar het Nusrafront switchen en terugkeren naar Syrië.’’

Alleen mannen?

„Bijna wel. Mannen gaan op eigen houtje naar Syrië. Ze weten waar ze zijn, kennen de weg terug. Vrouwen vliegen naar Istanbul, worden daar opgehaald en naar Raqqa gebracht. Die hebben geen idee waar ze zitten, laat staan hoe ze eruit komen.”

Wat is het belangrijkste element van de-radicalisering?

„Liefde. Acceptatie. Duidelijk maken: je plek is hier, bij ons. Tegen hun zeggen: ‘Ze vertellen je dat dit een verderfelijke maatschappij is, maar ik ben toch je vriend, of je moeder? Ik geef toch om je?’ Enzovoort. Daarom is het belangrijk dat je er vroeg bij bent. Dan is iemand nog zoekende, heeft hij de banden met familie en samenleving niet doorgesneden. Zolang iemand twijfelt over zo’n breuk, is er tijd.”

Tijd waarvoor?

„Tijd is belangrijk. Zolang je twijfelt, laat je niet alles wat je hebt achter om in Syrië te gaan moorden en eventueel te sterven. Een paar weken kan veel uitmaken. Misschien bedenkt zo iemand zich.”

Moet je teruggekeerde jihadi’s opsluiten? In Europese gevangenissen wordt veel geronseld.

„Dit zijn criminelen die je moet straffen. Ik ken het Arhus-project in Denemarken, waarbij ze jihadi’s begeleiden maar geen celstraf geven. Maar je kunt moordenaars niet vergeten en vergeven. Tegelijkertijd weet ik dat jihadi’s soms niet durven terug te komen uit Syrië omdat hier gevangenisstraf dreigt. We moeten hen dus opsluiten, maar tegelijkertijd speciale programma’s starten voor de-radicalisering. In alle Europese landen. Dat bestaat nu bijna nergens. We moeten ons over hen ontfermen, proberen hen weer een plek te geven in onze maatschappij. Want dat is wortel van het probleem.”