Syrië wordt steeds meer ook een Europese oorlog

Europa kan de oorlog in Syrië niet op afstand houden. Hoe kunnen Europeanen zich weerbaar opstellen na 13/11?

Een man draagt twee kinderen weg van de Place de la République waar gisteravond om nog onduidelijke reden paniek uitbrak onder de duizenden mensen die er bijeenwaren om te rouwen na de aanslagen.

Over de voorbereiding van de aanslagen is nog veel onbekend, maar de aanslagen die vrijdag in Parijs zeker 129 mensen het leven kostten, hebben onmiddellijk internationale gevolgen. Vannacht voerden Franse vliegtuigen bombardementen uit op Raqqa, de stad in Syrië waar IS zijn hoofdkwartier heeft. De Verenigde Staten vielen olietrucks aan, om IS af te snijden van inkomsten.

Drie dagen na de aanslagen in Parijs die zijn opgeëist door de Syrisch-Iraakse terreurgroep Islamitische Staat (IS) lijkt zo een van de eerste effecten dat de oorlog in Syrië heviger wordt. Dat heeft mogelijk ook meer doden en vluchtelingen tot gevolg.

Ook de gesprekken over een uitweg gaan in een hogere versnelling. In Wenen werd gisteren door de Verenigde Staten, Rusland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Iran en Saoedi-Arabië afgesproken binnen anderhalve maand een stappenplan te gaan bespreken richting verkiezingen. Wat daarvan komt valt te bezien, maar voor wie optimistisch wil zijn: secretaris-generaal Ban Ki-moon van de Verenigde Naties zag in Wenen een „zeldzaam moment van diplomatieke kansen” na de aanslagen in Parijs.

Steeds meer wordt duidelijk dat de Syrische oorlog niet alleen een Arabische, Russische, Iraanse en Amerikaanse oorlog is, maar ook een Europese oorlog. Zo is het de vraag of meer Europese partners dan alleen Frankrijk hun militaire actie in Syrië zullen opvoeren, samen met de VS.

Maar ook de reactie in Europa op de fall-out van Syrië is gespannen. De exodus van Syriërs naar Europa domineert al weken het nieuws, en nu komt daar geweld op Europees grondgebied bij. Het is voor het eerst dat in Frankrijk zelfmoordaanslagen zijn gepleegd. De Franse en Britse premier waarschuwden vanmorgen voor nieuwe aanslagen, binnen en buiten Frankrijk.

In Frankrijk is voorlopig de noodtoestand van kracht – dat is voor het eerst sinds de Algerijnse oorlog (onder meer in 1961). De Syrische oorlog raakt nu het dagelijks leven in Frankrijk. Scholen en culturele instellingen zijn dicht. Voorlopig zijn betogingen en samenscholingen in en nabij Parijs verboden, want politie en leger zijn niet beschikbaar om demonstranten te beschermen, in verband met de noodtoestand. Niettemin gingen mensen dit weekend ook in Parijs de straat op om rouw en veerkracht te tonen. Angst was merkbaar, bleek onder toen op het Place de la République in Parijs gisteravond kort paniek ontstond.

De Franse president Hollande erkende zaterdag snel dat het om een militaire aanval van IS ging. Vorige week duurde het dagen voordat Rusland toegaf dat een vakantievliegtuig met Russen boven de Sinaï-woestijn waarschijnlijk door een bom was geëxplodeerd. Daarbij kwamen 224 mensen om. Na Rusland is Frankrijk het tweede land buiten het Midden-Oosten waar IS erin is geslaagd op grote schaal burgers aan te vallen als represaille voor het militair optreden van hun land in Syrië en Irak.

‘Aanslag op menselijke waarden’

Europa staat na de aanslagen in Parijs voor de vraag hoe het reageert op zijn eigen 9/11. De eerste reacties wijzen nog niet op een rotsvaste koers. President Hollande spreekt nu onomwonden van ‘oorlog’ met IS, die van de Fransen kracht en eenheid vraagt. Ook premier Rutte gebruikte het woord ‘oorlog’. Tegelijk houden Europese leiders rekening met mogelijke binnenlandse spanningen. Rutte onderstreepte dit weekend dat deze oorlog wordt gevoerd tegen „een klein groepje barbaren” van IS en niet tegen de islam. „Wij zijn met meer”, zei hij.

Rutte riep Nederlanders op hun levenswijze vol te houden. Maar wie goed luisterde, hoorde hem niets beloven over veiligheid en het uitblijven van aanslagen. Die garantie is er niet, weet iedereen.

De Amerikaanse president Obama was zaterdag een van de eersten om de aanslag in Parijs te veroordelen als een „aanslag op de menselijkheid”. Geen kwestie van religie of grenzen dicht, maar van waarden. Er zijn ook waarschuwingen niet mee te gaan in de ‘oorlogsretoriek’ van IS. Zoals van de Duitse vicekanselier en SPD-leider Sigmar Gabriel. Hij zei dat de strijd om Europa te behouden als open en vrije samenleving, „des te vastberadener zal zijn naarmate [deze waarden] vastberadener worden aangevallen”. Niet toegeven aan de spiraal van geweld die terroristen nastreven, maar meer Europese samenwerken en verbondenheid, ook om vluchtelingen op te vangen die juist ook geweld ontvluchten.

In Polen wil de nieuwe regering juist minder met andere Europese landen samenwerken om vluchtelingen op te vangen. Ook anderen willen nationale grenzen dicht, zoals Geert Wilders en in Frankrijk Marine Le Pen. Vluchtelingen, terrorisme, meer of minder Europa: het zijn voorlopig samenhangende thema’s.