Syrië wordt steeds meer ook een Europese oorlog

Europa kan de oorlog in Syrië niet op afstand houden. Hoe kunnen Europeanen zich weerbaar opstellen?

Een roos in een kogelgat in een ruit in een Parijs restaurant. Op het kaartje: Au nom de quoi? (In naam van wat?) Foto Frank Augstein/ AP

Over de daders is nog veel onbekend, maar de aanslagen die vrijdag in Parijs zeker 129 mensen het leven kostten, trekken al sporen door de geschiedenis. Zo lijkt het erop dat de internationale gemeenschap zich nog intensiever gaat bemoeien met de oorlog in Syrië, nu het leger van Islamitische Staat (IS) de aanslagen in Frankrijk heeft opgeëist.

In Wenen werd gisteren door de Verenigde Staten, Rusland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Iran en Saoedi-Arabië afgesproken binnen anderhalve maand besprekingen te gaan voeren over een wapenstilstand in Syrië. Wat daarvan komt valt te bezien, maar voor wie optimistisch wil zijn: secretaris-generaal Ban Ki-moon van de Verenigde Naties zag in Wenen een „zeldzaam moment van diplomatieke kansen” na de aanslagen in Parijs.

Intussen bleek bij de G20 in het Turkse Antalya dat de VS en Frankrijk hun luchtaanvallen op IS in Syrië de komende dagen willen opvoeren. Goed mogelijk dus dat het eerste effect van ‘Parijs’ juist zal zijn dat de oorlog in Syrië voorlopig heviger zal worden. Dat heeft mogelijk ook meer doden en vluchtelingen tot gevolg.

Steeds meer wordt duidelijk dat de Syrische oorlog niet alleen een Arabische, Russische, Iraanse en Amerikaanse oorlog is, maar ook een Europese oorlog. De exodus van Syriërs naar Europa domineert al weken het nieuws, en nu komt daar geweld op Europees grondgebied bij. Het is voor het eerst dat in Frankrijk zelfmoordaanslagen zijn gepleegd.

Noodtoestand in hele land

De noodtoestand is in heel het land van kracht – dat is voor het eerst sinds de Algerijnse oorlog. De Syrische oorlog raakt nu het dagelijkse leven in Frankrijk. Scholen en culturele instellingen zijn dicht. Tot en met donderdag zijn betogingen en samenscholingen in en nabij Parijs verboden, want politie en leger zijn niet beschikbaar om demonstranten te beschermen, in verband met de noodtoestand.

De Franse president Hollande erkende snel dat het om een militaire aanval van IS ging. Vorige week duurde het dagen voordat Rusland toegaf dat een vakantievliegtuig met Russen boven de Sinaïwoestijn waarschijnlijk door een bom was geëxplodeerd. Daarbij kwamen 224 mensen om.

Na Rusland is Frankrijk het tweede land buiten het Midden-Oosten waar IS erin is geslaagd op grote schaal burgers aan te vallen als represaille voor het militair optreden van hun land in Syrië en Irak. Europa staat na de aanslagen in Parijs voor de vraag hoe het reageert op zijn eigen 9/11.

‘Aanslag op menselijke waarden’

De eerste reacties wijzen nog niet op een rotsvaste koers. In Frankrijk en daarbuiten wordt voor veel mensen angstig gereageerd. Politieke leiders proberen tegelijk stevig en evenwichtig te zijn. President Hollande spreekt nu onomwonden van ‘oorlog’ met IS, die van de Fransen kracht en eenheid vraagt. Andere Europese leiders, onder wie premier Rutte, gebruikten dezelfde terminologie. Tegelijk houden ze rekening met mogelijke binnenlandse maatschappelijke spanningen. Rutte onderstreepte dit weekend dat deze oorlog wordt gevoerd tegen „een klein groepje barbaren” van IS en niet tegen de islam. „Wij zijn met meer”, zei hij.

Rutte riep Nederlanders op hun levenswijze vol te houden. Maar wie goed luisterde, hoorde hem niets beloven over veiligheid en het uitblijven van aanslagen. Die garantie is er niet, weet iedereen.

De onmogelijkheid van veiligheidsgaranties roept de vraag op naar de beste houding, zowel politiek als persoonlijk. De Amerikaanse president Obama was zaterdag een van de eersten om de aanslag in Parijs te veroordelen als een „aanslag op de menselijkheid”. Geen kwestie van religie of grenzen dicht, maar van waarden.

De Duitse vicekanselier en SPD-leider Gabriel beloofde dat de strijd om Europa bijeen te houden als een open en vrije samenleving, „des te vastberadener zal zijn naarmate [deze waarden] vastberadener worden aangevallen”. Niet toegeven aan de spiraal van geweld die terroristen nastreven dus, maar meer samenwerken in Europa, ook om vluchtelingen op te vangen die juist hetzelfde geweld ontvluchten.

In Polen wil de nieuwe regering juist minder met andere Europese landen gaan samenwerken om vluchtelingen op te vangen. Ook anderen willen vooral nationale grenzen dicht, zoals Geert Wilders en in Frankrijk Marine Le Pen. Zij sprak dit weekend het land toe alsof zij al president was: „Frankrijk huilt om haar doden, ik huil met haar mee.”

    • René Moerland