Column

Stade de France

Duizenden voetbalsupporters liepen over het voetbalveld. Op het gras leek je veilig. Onrustig hingen ze daar rond, onzeker over wat komen ging. Ze belden, praatten en hielden elkaar vast. Waar moesten ze naar toe?

De beelden vanuit het stadion in Parijs laten me maar niet los. Het Franse elftal speelde een vriendschappelijk wedstrijd tegen Duitsland. Na ruim een kwartier klonk er een reuzenknal in de buurt van het stadion.

Vuurwerk, dacht bijna iedereen. Tot het wereldnieuws op de tribunes via mobieltjes binnensijpelde: Parijs was het toneel van terreuraanslagen en het Stade de France één van de doelwitten.

Welkom in het theater van uw dromen.

In een voetbalstadion wordt doorgaans anderhalf uur lang de boze wereld buiten gehouden en hoopt iedere fan op wonderlijk voetbal. Niet voor niets is stadion Old Trafford van Manchester United ooit omgedoopt tot Theatre of dreams.

Theater bestaat bij de gratie van afspraken. Acteurs staan op de planken, het publiek kijkt toe vanaf een stoel. Maar in Parijs gelden vrijdagavond andere wetten.

Terroristen hebben zich als wandelende bommen opgeblazen in de buurt van het stadion. In hun lievelingstheater hebben de Franse supporters noodgedwongen de plaats ingenomen van de voetballers die zich verschansen in de catacomben. De massascène is live op televisie te volgen. De hand van een regisseur ontbreekt.

Dwalen, dat is wat het Parijse publiek doet.

Buiten liggen de lichamen van ‘hen die zichzelf opbliezen’. In naam van hun god, hun gedachtegoed of hun kalifaat; het zal me een rotzorg zijn. Iemand die een toegangskaartje koopt, bommen omhangt en daarmee mensen wil doden, kan maar beter uiteengereten tussen het vuil van de straat liggen.

80.000 toeschouwers bij elkaar en uiteindelijk maar één slachtoffer? De coach van de drie zelfmoordterroristen zal niet tevreden zijn.

Een menigte op een voetbalveld. Afgezien van een feestende mensenmassa bij een kampioenschap kan ik zo’n tafereel slecht aanzien.

Onlangs werden nog tweeduizend vluchtelingen opgesloten in een stadion op het Griekse eiland Kos. Ik zie de beelden voor me van doodgedrukte en gewonde fans op voetbalvelden. En van politieke gevangenen die in 1973 in Chili in het voetbalstadion van Santiago bijeengedreven werden.

In het stadion van Hannover zal de beveiliging zwaar zijn als Angela Merkel en haar ministers morgenavond op de tribune zitten bij de vriendschappelijke wedstrijd tussen Duitsland en Nederland.

Er zal een indrukwekkende minuut stilte te horen zijn. Spelers zullen een rouwband dragen en het publiek zal medeleven tonen met de slachtoffers in Parijs. Maar wie zal zich, zo vlak na de aanslagen, volledig kunnen verliezen in de huzarenstukjes op het veld? Het theater van onze dromen is het theater van de werkelijkheid geworden.