‘Quotum is een paardenmiddel’

De wet die moest zorgen voor 30 procent vrouwelijke bestuurders. is mislukt.

Werkgeversvoorzitter Hans de Boer: „Een quotum is een zwaktebod. We gaan dit doen.” Foto JERRY LAMPEN / ANP

De wet heeft niet gewerkt. De wet die 4.900 Nederlandse bedrijven verplicht te streven naar een bestuur waarin 30 procent vrouw is. En die eist dat wie dat niet haalt, dat uitlegt in zijn jaarverslag.

Mislukt.

In de raden van bestuur is 9,6 procent vrouw. In de raden van commissarissen 11,2 procent. Ruim driekwart van alle bedrijven had geen enkele vrouw in de raad van bestuur. En meer dan de helft (57 procent) heeft in het jaarverslag niet verantwoord waarom dat streefcijfer niet is gehaald. Zéér teleurstellend, vindt minister Jet Bussemaker (PvdA). „Ik ben zwaar ontevreden.”

Eind dit jaar loopt de Wet bestuur en toezicht (Wbt) af. Dat die 30 procent niet is gehaald, is nauwelijks een verrassing. Het percentage vrouwen in raden van bestuur en raden van commissarissen kruipt jaarlijks een of twee procentpunten omhoog. Te langzaam, vond Bussemaker vorig jaar al. Samen met VNO-NCW-voorzitter Hans de Boer kondigde ze in december dan ook de komst van een database met „geschikte vrouwen” aan. Die moest bedrijven het argument ontnemen dat er niet genoeg vrouwelijke kandidaten zijn voor bestuursfuncties.

Vandaag nemen Bussemaker en De Boer een rapport in ontvangst van de Commissie Monitoring Talent naar de Top met daarin deze cijfers, en stuurt Bussemaker een brief naar de Tweede Kamer waarin ze aankondigt dat ze de wet met vier jaar wil verlengen én verscherpen.

De database bestaat inmiddels uit ruim 1.000 vrouwen. Tot hoeveel bestuursfuncties heeft dat al geleid?

Bussemaker: „Dat weten we niet. Ik zeg ook eerlijk dat ik een politieke discussie met de Tweede Kamer heb gehad over die database (het zou onder meer tot concurrentievervalsing leiden, red.). Dat heeft helaas tot enige vertraging geleid.”

Hans de Boer: „Je moet die database zien als de bedevaartroute naar Santiago de Compostella. Het gaat om de weg ernaartoe. Maar nú moet het wel gaan gebeuren. In het voorjaar zijn er weer een hele hoop aandeelhoudersvergaderingen waarin weer nieuwe commissarissen worden benoemd. Dat zoekproces start dit najaar.”

De wet heeft niet gewerkt. Nemen bedrijven hem niet serieus?

Bussemaker: „Ik denk dat de urgentie gewoon niet voldoende gevoeld is. Alleen een wet met een streefcijfer is geduldig.”

U heeft veelvuldig gedreigd met een quotum. U noemde die database een laatste kans. Maar met het verlengen van de wet tot 1 januari 2020 schuift u dat dreigement opnieuw voor u uit.

Bussemaker: „Nou... Ik ga volgend jaar de balans opmaken. Dan wil ik weten waar we staan. De echte effecten van de database, en van de discussie die op gang is gekomen, moeten zich nog gaan uitbetalen. In de eerste helft van dit jaar heeft al 70 procent van de raden van commissarissen een vrouw aangesteld bij een nieuwe benoeming. Dat maakt dat ik het bedrijfsleven een laatste kans wil geven. We zijn met accountants in gesprek over de handhaving van die verslaggeving in jaarverslagen. We gaan uitzoeken hoe sollicitatieprocedures lopen. Ik heb liever dat we het op deze duurzame manier voor elkaar krijgen dan dat we een quotum invoeren waarmee ik de heer De Boer en het hele bedrijfsleven onmiddellijk kwijt ben.”

Maar het quotum hangt nog wel in de lucht.

De Boer: „Een quotum is helemaal niet nodig.”

Bussemaker: „Het is een paardenmiddel. Als al het andere niet werkt...”

De Boer: „Een quotum is niet...”

Bussemaker: „...ja, dan blijft het in de lucht hangen.”

De Boer, tegelijkertijd: „...nodig.”

Een quotum is onbespreekbaar voor u?

De Boer: „Mevrouw de minister noemt het een paardenmiddel, maar ik noem het een zwaktebod. Als dat nodig is om het goede te doen, waar zijn we dan mee bezig?”

Bussemaker: „Daar ben ik het mee eens, ik wil het ook liever niet. Ik wil dat iedereen in het bedrijfsleven zijn verantwoordelijkheid neemt.”

De Boer: „De voorzitter van VNO-NCW, by far de grootste vertegenwoordiging van het bedrijfsleven, steekt zijn nek uit en zegt: we gaan dit doen.”

U overweegt het opnemen van sancties in de wet voor bedrijven die geen verantwoording afleggen in het jaarverslag als het streefcijfer niet is gehaald.

Bussemaker: „Ik vind het onbegrijpelijk dat meer dan de helft van de bedrijven die wettelijke verplichting naast zich neerlegt. Mogelijk doen ze dat doordat er nu geen boete op volgt.”

Hoe verklaren de werkgevers dat?

De Boer: „Ongehoorzaam ben je soms omdat je ongehoorzaam wilt zijn, en soms omdat je niet beter weet. Heel veel mensen hebben het gewoon niet voor de bril.”

Bussemaker: „Accountants moeten voortaan gewoon een jaarverslag afwijzen als bedrijven het niet uitleggen. En misschien moeten wij, als we die jaarverslagen onder ogen krijgen, ze met een briefje terugsturen als het ontbreekt. We blijven drukken.”

Waarom is het aandeel vrouwelijke bestuurders in Nederland zoveel lager dan in de landen om ons heen?

De Boer: „Weet je waar Nederland last van heeft? Wij zijn van het praten en het dreigen met wetten. Maar ik denk: dóé het gewoon.”

Bussemaker: „Soms helpt dreigen met wetten ook, hoor.”

De Boer: „Dat is jouw rol, dat begrijp ik wel.”

Bussemaker: „Als niks anders meer helpt, dan moet je overgaan tot een paardenmiddel.”

In sommige landen ondersteunt de overheid de carrières van vrouwen meer.

Bussemaker: „In Zweden en Noorwegen, inderdaad. Maar in Engeland niet, en daar gaat het ook beter dan hier. Overigens passen wij ons beleid nu ook aan. Er zijn extra middelen voor kinderopvang gekomen, het kraamverlof van vaders is uitgebreid...”

U denkt dat het verlengen van het kraamverlof van twee naar vijf dagen bijdraagt aan de carrières van vrouwen?

Bussemaker: „Het gaat om de gedachte erachter. En we komen van heel erg ver in Nederland.”

De Boer: „Ik kan me niet voorstellen dat die database en alle andere maatregelen hun werk niet gaan doen. En als straks blijkt dat we er een potje van hebben gemaakt... Dan kan ik begrijpen dat het moment van dat verhulde dreigement van mijn goede vriendin hier steeds dichterbij komt.” Vraagt aan zijn woordvoerder: „Heb ik dat netjes gezegd?” En even later: „Ik heb zelf een aantal vrouwen voorgedragen voor die lijst. Van eentje, en ik zeg niet wie, dacht ik: die wil daar vast niet op. Die staat in de landelijke kranten, is een vooraanstaand type uit het bedrijfsleven. Maar ze zei: ‘Hans, zet me er maar op, want ik word nóóit gevraagd.’”

Bussemaker, glimlachend:Het old boys network bestaat.”

De Boer: „Waarom doen we dat nou zo? Waarom zeggen we niet: man, vrouw, zwart, geel, wit, het kan me niet verdommen, ik wil gewoon de beste.”