Nu zegt Rutte het ineens wel: Nederland is in oorlog met IS

Eerder wilde premier Rutte het niet hardop zeggen. Nu koos hij ervoor om dat wel te doen: Nederland is „in oorlog” met Islamitische Staat.

Rutte zaterdag tijdens het afleggen van zijn verklaring over de aanslagen in Parijs. Foto ANP / Bart Maat

Het woord oorlog zou premier Mark Rutte zelf niet gebruiken. „Die term zou ik nooit overnemen”, antwoordde de premier op een vraag in televisieprogramma Buitenhof, of hij de mening van Geert Wilders deelt dat Nederland in oorlog is.

Dat was zondag 11 januari, kort na de aanslag op de redactie van weekblad Charlie Hebdo in Parijs. Nederlandse F-16’s voerden ook toen al bombardementen uit boven Irak, in de internationale coalitie tegen terreurgroep Islamitische Staat (IS). „De gewapende strijd”, heette dat toen volgens de premier. 

Afgelopen zaterdag zei Rutte het ineens wel. Op de persconferentie na nieuwe aanslagen in de Franse hoofdstad: „ISIS is onze vijand, daarmee zijn wij in oorlog. Niet met de islam, niet met een geloof of met een land.”

Ruttes uitspraak is een nieuwe stap op de politieke escalatieladder, een scherpere verbale kwalificatie dan de premier eerder gebruikte. Hoewel ze symbolisch lijken – Nederland bombardeert immers al ruim een jaar – mag je ervan uitgaan dat de premier en zijn adviseurs goed hebben nagedacht over de mogelijke gevolgen van die woorden, zegt advocaat en hoogleraar internationaal recht Geert-Jan Knoops.

Eén van die gevolgen zit hem in het strafrecht. Het Openbaar Ministerie heeft nu vaak moeite om vermeende jihadisten veroordeeld te krijgen: want hoe zeker is het dat bepaalde voorbereidingshandelingen echt bedoeld zijn om in Syrië te gaan vechten namens IS? Hoogleraar Knoops wijst erop dat de aanklagers vanaf nu artikel 102 uit het wetboek van Strafrecht kunnen gebruiken. „Hij die opzettelijk, in tijd van oorlog, de vijand hulp verleent of de staat tegenover de vijand benadeelt” kan dertig jaar celstraf opgelegd krijgen. „De vijand” is zo’n vaag begrip dat de rechter IS daar wel onder zou scharen, verwacht Knoops.

De Tweede Kamer debatteert deze week waarschijnlijk met Rutte over de gevolgen van de aanslag in Parijs voor Nederland, zoals eerder ook na de aanslag op Charlie Hebdo gebeurde. De premier kortte zijn geplande bezoek aan Zuid-Afrika in tot één dag, zodat hij vanaf woensdag in Nederland beschikbaar is voor de Tweede Kamer.

Ook op dat debat zullen Ruttes woorden hun uitwerking hebben. Zo expliciet benoemen dat Nederland deelneemt aan een „oorlog”, biedt een opening naar de politieke discussie over eventueel ingrijpen met grondtroepen in Syrië. En de Nederlandse rol daarin. Hoogleraar Knoops: „Kennelijk is Rutte bereid om de strijd te intensiveren.”

Voor militair ingrijpen in Syrië ontbreekt vooralsnog een VN-mandaat. Maar, zegt Knoops, de gebeurtenissen in Parijs kunnen een nieuw momentum veroorzaken. „Ik sluit niet uit dat Frankrijk opnieuw probeert om in de Veiligheidsraad een resolutie aangenomen te krijgen.” De Franse president Hollande sprak afgelopen weekend (ook) van „een oorlogsdaad”.

Waren de woorden van Rutte – en de bijval die hij van andere fractievoorzitters kreeg – niet precies waar terroristen op hoopten? Een verdere escalatie van het conflict? Dat dit soort woorden „een wervende werking” voor IS kunnen hebben, sluit Knoops niet uit. „Dat zal Rutte dan op de koop toe hebben genomen. Er wordt van een politiek leider ook een krachtdadige uitstraling verwacht.”