Moeten we allemaal bang worden? Nee

Elke dode is er een teveel maar puur op grond van de statistiek is er voor EU-burgers geen reden om met angst in de benen naar theater, markt, station of vliegveld te gaan, schrijft Charles Groenhuijsen.

AMSTERDAM - Een jongen legt bloemen neer voor het Franse consulaat voor de slachtoffers van de aanslagen in Parijs. Foto ANP / Bas Czerwinski

Kun je nuchter redeneren wanneer net 130 mensen op beestachtige wijze zijn neergemaaid? Dat is moeilijk, zo niet onmogelijk. Journalisten die met een camera de straat opgaan om de reactie van burgers op te tekenen stellen twee vragen. Bent u boos? Bent u bang? En het antwoord van die burgers is in beide gevallen voorspelbaar. Ja, we zijn boos én bang.

De beelden zijn angstaanjagend. Parijzenaars zijn verlamd. De haat van de daders is verbijsterend. De willekeur waarmee ze onschuldige burgers ombrachten weerzinwekkend. De woede is dus terecht. Maar de angst? Moeten we allemaal bang worden?

Na de aanslagen van 11 September 2001 in de VS zijn grote terreuracties daar uitgebleven. Sinds 2000 zijn in de EU minder dan 500 doden gevallen door terreuraanslagen. Ter vergelijking: per week vallen in het verkeer in de EU 500 doden.

De gemiddelde kans (uitgaande van cijfers sinds 2000) dat u dit jaar om het leven komt door een terreuraanslag is 1:15 miljoen. De kans op dood door terreur is dus vrijwel nul. (Bron: Wikipedia; zoek bij Google op ‘fatalities, terror, Europe’). Hoeveel EU-burgers weten dit?

Collectieve angst is een moeilijk stuurbaar begrip. Natuurlijk, onze politieke leiders doen de belofte dat ze grenzen (deels) sluiten, keihard achter de daders aangaan en een beleid bedenken dat oorzaken van extremisme wegneemt. Vertellen ze ons ook dat we in ons dagelijks leven níet heel bang hoeven te zijn? Of krijgen ze dan kritiek vanwege hun ‘gaat-u-maar-rustig-slapen’-advies? Want stel dat er deze keer wél snel nieuwe aanslagen volgen.

In Europa is de onzekerheid over de toekomst groot. De enorme toestroom van immigranten boezemt angst in, evenals het onzekere economische perspectief. Denk maar aan de werkloosheid. Burgers zijn bang voor de opkomende islam en radicaliserende jongeren. De EU is een bastion van onmacht. Kortom: we hebben het gevoel de controle over onze eigen toekomst te verliezen. Aanslagen als die in Parijs vergroten die vrees.

Bovendien zien we op televisie de beelden van onthoofdingen en verschrikkelijke aanslagen in het Midden-Oosten. Het draagt allemaal bij aan het beeld van een wrede wereld.

Nu kun je betogen dat de aanslagen in Parijs de opmaat zijn naar een golf van nieuwe terreuraanslagen. In het verleden is dat meestal niet gebeurd. Natuurlijk geldt hier wel de waarschuwing: resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.

Maar de statistiek sinds 2000 laat zien dat grote aanslagen doorgaans níet gevolgd worden door nieuwe aanslagen. Na de moordpartij in Oslo in 2011 daalde het aantal EU-doden in het jaar daarop naar 14. In 2004 en 2005 waren er achter elkaar grote aanslagen in Madrid en Londen, waarna het enkele jaren heel rustig werd. Elke dode is er een teveel maar puur op grond van de statistiek is er voor EU-burgers dus geen reden om met angst in de benen naar theater, markt, station of vliegveld te gaan.

Mag ik het nog één keer duidelijk zeggen (voordat op Twitter en Facebook de verbale fatwa van haat & nijd over me neerdaalt): Parijs was gruwelijk, de angst bij velen over de toekomst is begrijpelijk, politiek en religieus extremisme is afstotend. Maar angst voor aantasting van onze dagelijkse veiligheid is vooralsnog ongegrond.

Angst verlamt en drijft velen in richting van makkelijke politieke oplossingen. Populistische politici maken er graag gebruik van.

Angst vreet ook energie. Dat is energie die we in Europa hard nodig hebben voor het oplossen van de kolossale problemen waar we voor staan.