Liefde, wraak en noodlot, gretig gebracht

Rigoletto en zijn dochter Gilda

Opera Zuid, dat dit seizoen 25 jaar bestaat, profileert zich nadrukkelijk als kweekvijver voor zangtalent. Met een eigen ensemble van jonge vocalisten en slim gebruik van de beperkte middelen weet het gezelschap telkens weer op hoog niveau frisse opera te bedrijven. Als om die missie te onderstrepen bedacht intendant Miranda van Kralingen een jubileumvoorstelling met louter debuten: voor zowel de solisten als de dirigent is dit hun eerste Rigoletto. Gretigheid gegarandeerd, maar hoewel zangers en orkest het uitstekend deden ging door het gebrek aan ervaring toch een zekere finesse verloren, vooral in de timing en balans.

Rigoletto, een van Verdi’s meesterwerken, draait om liefde, wraak en noodlot. Gilda, de geheime dochter van nar Rigoletto, wordt verleid door de vrouwenverslindende Hertog van Mantua. Wanneer Rigoletto daar achter komt zweert hij wraak en neemt huurmoordenaar Sparafucile in de arm. Maar uit liefde voor de gewetenloze Hertog offert Gilda zich op: zij overtuigt Sparafucile niet de Hertog maar háár te doden.

Opera Zuid heeft patent op verrassende ensceneringen, gekenmerkt door efficiënte inventiviteit, maar regie en aankleding zijn ditmaal te vlak en weinig gedetailleerd om de voorstelling op te tillen. Waarom de handeling naar een hedendaags Italië is verplaatst blijft onduidelijk – extra lading blijft uit. Eigenlijk blijkt het alleen uit de kostumering van de vriendengroep waarin de Hertog en Rigoletto zich bewegen; Gilda draagt juist een nogal oneigentijdse prinsessenjapon en Rigoletto een evenmin courant – zij het toepasselijk – clownspak met zebragestreepte broek.

Gelukkig slaagden de protagonisten er regelmatig in het tijdloze verhaal te laten knetteren, vooral in de tragische derde akte. Tenor Elmar Gilbertsson heeft al verschillende goede Opera-Zuid-rollen op zijn conto, en als Hertog van Mantua overtuigde hij wederom met stevig acteerwerk en mooi gedoseerde, soepele zang.

Anders Larsson zette Rigoletto sterk geschakeerd neer, enerzijds wat log en goeiig, maar uiteindelijk onverzoenlijk haatdragend. Larssons bariton is een tikje monochroom, wat opviel in zijn aria’s, maar de duetten met zijn dochter Gilda getuigden van groot inlevingsvermogen. De Gilda van sopraan Anna Emelianova kreeg gaandeweg de voorstelling meer reliëf, toen ze van bleu balkonmeisje uitgroeide tot verscheurde minnares en dochter. Haar beheersing over de moeilijke coloraturen was tegelijkertijd indrukwekkend én nog wat onwennig, maar al met al blonk Emelianova uit in geloofwaardigheid.

Ook de kleinere rollen waren goed bezet. Bas Emanuele Cordaro excelleerde als de kille moordenaar Sparafucile, met zijn eigen onnavolgbare erecode. Mezzo Marieke Koster was erg leuk als Gilda's chaperonne Giovanna, in zedig habijt én rode pumps.