Jorritsma antwoordt Koelizjnikov

Gerben Jorritsma blinkt uit bij de eerste wereldbeker. Exponent van een nieuwe Hollandse schaatsschool.

Middenafstandspecialist Gerben Jorritsma op weg naar de winst op de 1.000 meter in Calgary.

De Russische wereldkampioenen Pavel Koelizjnikov en Denis Joeskov als nieuwe heersers op respectievelijk de 1.000 en 1.500 meter? Geen Nederlandse schaatser kon tot nu toe tippen aan hun prestaties op de middenafstanden. Maar bij de eerste wereldbekerwedstrijd was daar afgelopen weekeinde in Calgary plotseling Gerben Jorritsma, 22 jaar, uit Drenthe.

Op de 1.500 meter blies hij zich gisteravond op, in een dolle jacht op de winnende 1.41,88 van Joeskov, de derde tijd ooit. Maar op de 1.000 meter had Jorritsma een dag eerder grote indruk gemaakt. Winst in een toptijd van 1.07,20 – 0,13 seconde vóór nummer twee Koelizjnikov. „Ik heb hem laten zien dat de Nederlanders er nog steeds zijn”, klonk het zaterdag zelfbewust via persbureau ANP.

Multidisciplinaire achtergrond

Jorritsma is bij uitstek een exponent van een nieuwe Hollandse School op het ijs, met een multidisciplinaire schaatsachtergrond als basis voor succes. Hij kon nog maar net lopen of hij stond al op skeelers. Machtig mooi, scheuren over de asfaltwegen in de weilanden rond de boerderij van zijn ouders. Als snel werd de zoon van een naar Drenthe uitgeweken Friese melkveehouder lid van skeelerclub Lindenoord in Wolvega. Schaatsen? Op het ijs bleef hij lang achter een stoel, of hij liet zich duwen. Niks aan. Tot zijn moeder uitlegde dat hij in de winter ook iets moest doen om in conditie te blijven. Toch maar schaatsen dan. „Dat leek het meest op skeeleren”, vertelde hij een jaar geleden.

Bochten waren een serieus probleem voor de schaatser tegen wil en dank. In de kleine hal van Thialf ging hij kijken bij de shorttrackers, waar de Oekraïens-Nederlandse coach Kosta Poltavets, de huidige bondscoach van zijn Russische rivalen Koelizjnikov en Joeskov, een groepje trainde met de wereldkampioen Sjinkie Knegt. Hier leerde hij de geheimen van de bocht. Skeeleren was er vanaf zijn veertiende niet meer bij. „Ik viel wel eens, dan lag ik er een poos uit. Dat wilde ik niet meer riskeren.” Schaatsen was toen al een serieuze zaak. Investering in zware training moest renderen met klinkende prestaties.

Alle vier de afstanden won Jorritsma in 2013 bij de Nederlandse kampioenschappen voor junioren op de Haagse Uithof. Een nieuwe Friese topallrounder, na Zandstra, Postma, Ritsma en Kramer? Het grote talent mocht op stage bij de profploeg van coach Jac Orie, deed eens mee aan een sprongtest en verbaasde topsprinters als Kjeld Nuis, Jan Smeekens en Stefan Groothuis. Hij doet niets onder voor de ervaren springveren van Orie. „Eigenlijk ben je ook wel een sprinter”, had de Haagse coach tegen hem gezegd. Natuurlijk mocht hij aansluiten bij de ploeg, op weg naar de Spelen van Sotsji.

Snelle 500 meters vielen direct op, met eind vorig seizoen een prachtige derde plaats bij de wereldbekerfinale in Erfurt. Dat zijn uithoudingsvermogen niet leed onder alle sprinttraining bleek op het nieuwe onderdeel massastart, een sprint na zestien ronden waar hij vorig jaar de nationale titel won. Als één en één twee was, moest Jorritsma volgens Orie wel een uitblinker kunnen worden op de middenafstanden. Toch bleef een doorbraak lang uit. Tot hij begin dit seizoen in Enschede de beste van Nederland was op de 1.500 meter, en zich ook op de 500 en 1.000 meter plaatste voor de eerste wereldbekerraces. „Ik verras mezelf ook”, stelde hij na afloop lachend.

In Calgary keek Jorritsma opnieuw op van zijn eigen prestaties. Hij verbeterde zijn persoonlijke records op alle afstanden waarop hij startte: 34,70 op de eerste 500 meter van vrijdag, 1.07,20 op de 1.000 meter en gisteravond 1.44,44 op de 1.500 meter. „In de trainingen liep het hier al lekker”, zei hij zaterdag voor de camera van de NOS. „Het is dan heerlijk dat het er ook in de wedstrijd uitkomt.”