‘Hollande vroeg erom’, zeggen ze in Saint-Denis

Volgens jonge moslims in de Parijse voorstad Saint-Denis heeft Frankrijk „de haat opgezocht”.

Mon premier Coran staat in de etalage van de Librairie Samy in Saint-Denis, een voorstad van Parijs. De kiosk is gespecialiseerd in kinderboeken. Ernaast liggen op een stapel de gebonden Verhalen voor het slapengaan – het leven van de profeet Mohammed.

„De Franse burgerij is hier al lang vertrokken, nu leven wij er: moslims en Afrikanen”, zegt Mohammed Souadji. Hij is schoen- en sleutelmaker in Saint-Denis, waar het Stade de France staat. Terroristen pleegden daar vrijdag aanslagen tijdens de voetbalwedstrijd Frankrijk-Duitsland. Souadji schrok van de enorme knallen. „Ik wist meteen dat ’t mis was.”

„Frankrijk is sterk en verenigd”, klinkt nu de boodschap van president Hollande, die zijn volk oproept tot saamhorigheid. „Maar die eenheid bestaat niet”, zegt Souadji. In 1965 kwam hij vanuit Algerije naar Frankrijk. In een halve eeuw heeft hij het land zien veranderen. „Frankrijk is politiek en etnisch verscheurd. Het Front National voedt de haat. En wij, in Saint-Denis, leven in een explosief getto.”

In versleten pandjes in het centrum runnen de Afrikanen de kapsalons. De meeste restaurants en snackbars zijn in handen van Maghrebijnen. Voor Bar Tabac Au Maryland voeren vijf jongens in het Arabisch een verhitte discussie. In vragen van journalisten hebben ze weinig zin. „Putain, klootzak, alsof jíj niet weet waar die terroristen mee bezig zijn?”, reageert de oudste, die niet met zijn naam in de krant wil.

„Verschrikkelijk wat er is gebeurd, maar het is Hollande die erom heeft gevráágd”, zegt hij. „Dat krijg je ervan als je de bevelen uit Washington opvolgt en samen met de Amerikanen moslims gaat bombarderen.”

‘Slachting in Parijs’, staat op de voorpagina van Libération. Nicole Prevost, een oudere dame, schuift de krant vol walging opzij, nipt van haar koffie en steekt nerveus een sigaret op. „Ik vestigde me hier als blanke een paar jaar geleden, ik ben tegenwoordig ‘de immigrant’”, lacht ze. Voor Prevost is Saint-Denis een „interessant laboratorium van mondialisering”, maar ze begrijpt de frustratie onder jongeren in de voorstad. „Er is hier geen werk.” Graag blijft ze optimistisch en veerkrachtig – „aloude Franse waarden”, zegt Prevost. „Maar door de verdamping van de politieke en sociale identiteit is ook de Franse ‘eenheid’ helaas verdwenen.”

‘Samen zijn we er klaar voor!’, staat op een gigantisch spandoek, bevestigd aan het stadion waar het Franse nationale elftal in 2016 tijdens het EK in eigen land moet schitteren. Nu doorzoeken speciale agenten de tribunes, op zoek naar sporen van de aanslagen.

De werkloze Arabi, gehuld in een lang zwart gewaad, staat bij een politiehek en kijkt toe. „Iedereen zal zeggen: het zijn weer moslims, zie je wel!”, vertelt de 40-jarige gediplomeerde metaaltechnicus. „Na wat er nu weer is gebeurd wordt het voor mij nóg moeilijker een baan te vinden.”

Voor Au Maryland woedt de discussie intussen nog feller – half in het Arabisch, half in het Frans. „Sympathie voor die terroristen? Nee”, zegt een van de jongens. „Begrip? Ja. Frankrijk heeft de haat zelf opgezocht.”