Het ligt nu op tafel in Europa: zijn vluchtelingen terroristen?

Juncker wil niet dat de vluchtelingendiscussie verder onder druk komt door de aanslagen. „Dit is gedaan door criminelen.”

Iconische gebouwen werden dit weekend uitgelicht in de kleuren van de Franse vlag, als teken van solidariteit.

De boel bij elkaar houden in de EU: het was al moeilijk genoeg door de vluchtelingencrisis. Het brute bloedvergieten in Parijs doet daar een gevaarlijk zware schep bovenop.

Net als in januari, na de aanslag op satirisch blad Charlie Hebdo, verklaarden EU-leiders dit weekeinde in koor dat Europa achter Frankrijk staat – en tegenover de terroristen. Maar de eerste scheuren in de eendracht verschenen meteen, temeer omdat Europa, anders dan in januari, nu midden in een vluchtelingencrisis zit die al een zware wissel trekt op de onderlinge solidariteit.

De link tussen vluchtelingen en terrorisme, in extreem- en radicaal-rechtse kringen al lang gemeengoed, vond na de gebeurtenissen in Parijs snel zijn weg naar een breder publiek. Om te beginnen in Polen. De beoogde minister van Europese Zaken in de nieuwe rechtse Poolse regering, Konrad Szymanski, verklaarde zaterdag dat hij door de aanslagen „geen politieke mogelijkheid” meer ziet om moeizaam tot stand gekomen EU-afspraken over het opnemen van vluchtelingen na te komen.

In Duitsland klonken soortgelijke geluiden, vooral bij Angela Merkels coalitiepartner CSU, die de bondskanselier in de afgelopen weken al met succes wist te dwingen tot een minder tolerant beleid ten aanzien van vluchtelingen. CSU-leider Horst Seehofer riep op tot „strengere bewaking van de buitengrenzen van Europa, maar ook van de binnengrenzen”. Een partijgenoot zei: „Parijs verandert alles.”

‘Geef niet toe aan basale reactie’

Voorzitter Jean-Claude Juncker van de Europese Commissie verwerpt stellig de suggestie dat de vluchtelingen het terrorisme hebben meegebracht, zelfs al zou blijken dat een of meer terroristen onder dekmantel van de vluchtelingencrisis Europa zijn binnengekomen. „Degenen die deze daden hebben gepleegd, zijn precies degenen voor wie de vluchtelingen op de vlucht zijn”, zei hij gisteren. „Dit zijn criminelen, geen vluchtelingen of asielzoekers.” Hij riep op niet toe te geven aan basale reacties. „Ik hou daar niet van.”

Ook in Polen zelf stak een storm van kritiek op over het gebrek aan tact van Szymanski, zo vlak na de aanslagen, waarna deze verklaarde dat Polen zijn verplichtingen toch zal nakomen mits er „voldoende veiligheidsgaranties” zijn. Juncker verklaarde gisteren dat hij „geen noodzaak” ziet „om onze algemene aanpak te veranderen”. Toch is het moeilijk voorstelbaar dat het Europese vluchtelingenbeleid níét verhardt door de aanslagen, al is het maar uit angst voor extreem-rechts.

De druk op Schengen, de Europese zone waarbinnen mensen vrij moeten kunnen reizen, zal in ieder geval toenemen. Die was al groot door de vluchtelingencrisis. Het patroon is bekend, van EU-landen die elkaar wantrouwig vluchtelingen toeschuiven. Verschillende landen stelden opnieuw grenscontroles in of bouwden zelfs hekken. En die reflex zal door het nieuws dat twee aanslagplegers mogelijk in Brussel woonden en moeiteloos naar Parijs konden alleen maar groter worden.

Voor Marine Le Pen, leider van het extreem-rechtse en steeds populairdere Front National, bestaat er geen twijfel over wat er moet gebeuren. „Het is absoluut noodzakelijk dat Frankrijk weer definitief de controle terugpakt over zijn grenzen”, twitterde ze zaterdag.

De Europese coördinatie van terrorismebestrijding verloopt lastig, omdat lidstaten hun veiligheidsdiensten niet graag laten samenwerken, uit vrees voor lekken en verlies aan soevereiniteit. In april, na ‘Charlie Hebdo’, stelde de Europese Commissie voor om een nieuw Antiterrorisme Centrum op te richten en onder te brengen bij het in Den Haag gevestigde Europol. Geen ‘FBI’ naar Amerikaans model, zo veel macht heeft de Commissie niet, maar een nieuw ‘platform’ om het vertrouwen en de samenwerking te bevorderen.

Het centrum hoort bij een bredere veiligheidsagenda (tot 2020), met aandacht voor het voorkomen van radicalisering van moslimjongeren, het aanpakken van wapenhandel, jihadistische geldstromen en internetpropaganda, en het strenger controleren aan de buitengrenzen op ‘jihadistische indicatoren’. Maar voor veel van deze initiatieven geldt dat ze alleen nog op papier bestaan en op z’n vroegst volgend jaar tot wasdom komen. Het Antiterrorisme Centrum wordt vanaf 1 januari operationeel.

Het ligt dan ook eerder voor de hand dat nationale veiligheidsdiensten, die in het verdomhoekje zaten sinds WikiLeaks en de Snowden-affaire, weer een grotere rol gaan krijgen. Onderwijs en deradicalisering zijn belangrijk, zei de Belgische premier Charles Michel dit weekeinde in een tv-interview. „Maar er moet ook weer een accent komen op repressie.” Duitsland zou zijn geheime dienst flink willen uitbreiden vanwege de terreurdreiging.

Op Frans verzoek komen vrijdag de EU-ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken bijeen voor extra overleg. EU-lidstaten zullen het Europees Parlement waarschijnlijk (opnieuw) vragen om eventuele reserves over databescherming te laten varen en akkoord te gaan met een EU-database voor passagiersgegevens (PNR, Passenger Name Record). Het altijd delicate, maar in Europa zo gekoesterde evenwicht tussen veiligheid en privacy staat, ook door deze aanslagen, weer volop ter discussie.