Haitink bevrijdt Schumann van zijn kwellingen

Vergeet die obsessie met Robert Schumann, de zenuwzieke romanticus met hallucinaties, angsten en depressies, de mislukte zelfmoordenaar, de psychiatrische patiënt die ontoerekeningsvatbaar en eenzaam in een inrichting op zijn 46ste overleed. Bernard Haitink bevrijdde Schumann bij het Chamber Orchestra of Europe van zijn kwellingen en liet hem klinken als een ‘gewone’ 19de eeuwse componist. Ondanks de soms helle klank was het publieke succes groot, vooral ook voor Haitink persoonlijk.

De Eerste symfonie ‘Frühling’ was aangenaam, onbekommerd plezierig, uitbundig en onstuimig. Ook de Vierde symfonie, ooit aangeduid als ‘de Tragische’, tintelde van robuuste levenslust, zwierig en stuiterend vitaal. De Vierde symfonie was vaak roerig en flitsend. Zelfs in de ouverture Manfred naar het gedicht over een faustiaanse held, werd de wringende dramatiek niet uitgediept en leek die vooral pompeus.

Dit weekeinde traden nog twee fameuze solisten aan: Gautier Capuçon in het Celloconcert en Murray Perahia in het Pianoconcert. Zij onderschreven moeiteloos de opvattingen van Haitink. Capuçon, met zijn enorme présence en zijn rijke palet aan vooral donkere klankkleuren, was welluidend en lyrisch. Vervoerender dan het intense langzame deel kon het niet: zeer zorgvuldig spel, zachtaardige nostalgie, veel gevoel maar verre van hectische wanhoop. Perahia etaleerde met verve de Schumanns melodische rijkdom en virtuoze pianistiek. Vooraf was er zondag stilte, na de aanslagen in Parijs.