Gepeperde metal met vileine blafkrijs

Terzij de Horde maakt metal zonder opsmuk of versiering, met een heel eigen geluid. De vernieuwing komt hier niet van populaire metalmixdrankjes als shoegaze of folk, maar van binnen. De literaire teksten van de Utrechtse band worden met vileine blafkrijs op met hardcore en noise gepeperde black metal in je gezicht geblazen, gedragen door onberispelijk drumwerk en vlijmscherpe tremolo-riffs. Self is hun debuut, na een indrukwekkende ep en een nog mooier project rond dichter Hendrik Marsman. Vanaf de knalharde openingsriff in Absence tot de veelzijdige afsluiter Sacrifice - A Final Paroxysm word je meegezogen langs de zes nummers. Die zijn soms cerebraal, maar nooit emotieloos. Ze laten telkens wat licht vallen in melancholische passages, waardoor je valt voor deze plaat. Terzij de Horde boort een gaatje in je nagel om de druk van een bloeduitstorting te verlichten. Een lijdensweg, een marteling en dan: verlichting. Voor even.