Frankrijk weet ’t even niet meer

Na het ‘blinde terrorisme’ is de veerkracht van na de aanslag op Charlie Hebdo ver te zoeken. „Ze kunnen iedereen pakken.”

De aanslagen van vrijdag hebben Parijs verdoofd. In een onwezenlijke stemming rouwde de stad dit weekend om zijn vele doden. De straten waren leeg, veel winkels en uitgaansgelegenheden bleven dicht. Dat was „uit respect voor de slachtoffers”, meldde een briefje op de gevel van een kledingzaak in de Marais. „Omdat de regering drie dagen nationale rouw heeft afgekondigd”, schreef een theater. Of, illustratief voor de stemming: „Omdat we gewoon geen zin hebben in plezier”, aldus een café in de buurt van een van de onder vuur genomen terrassen.

Frankrijk weet het even niet meer. Anders dan in januari, toen 17 doden vielen bij schietpartijen op de burelen van Charlie Hebdo en in de kosjere supermarkt Hyper Cacher, lijken veel Parijzenaars murw geslagen. De veerkracht waarmee de Franse hoofdstad de wereld in januari verbaasde en inspireerde, is ver te zoeken. Toen overheersten woede over een aanslag op de persvrijheid en de wil om door te gaan met het Franse leven. Nu domineren angst en machteloosheid. De angst voor weer een aanslag, die zondagavond massa’s mensen na vals alarm op Place de la République aan het rennen zette. De angst dat geen veiligheidsmaatregel toereikend is.

Geraakt in het dagelijks bestaan

„Wij zijn niet bang”, staat niettemin op een bordje dat de 41-jarige Loïc zondag bij de vele bloemen en waxinelichtjes op de Rue Alibert voor café Le Carillon zet. Manifestaties zoals destijds in januari zijn om veiligheidsredenen verboden. Op de plaatsen waar geschoten is en op Place de la République, waar na het bloedbad bij Charlie vele tienduizenden spontaan samenkwamen, probeert de politie mensen ervan te overtuigen niet te lang rond te blijven hangen. „Ik wil niet bang zijn”, nuanceert Loïc zijn slogan. „Maar zal ik ooit nog ontspannen op een terras zitten of met vrienden naar een concert gaan?”

Een land dat „even geen zin meer heeft in plezier”: Frankrijk, bij uitstek het land waar ze weten hoe ze met goed leven moeten omgaan, het land dat van plezier en decadentie zijn internationale handelsmerk heeft gemaakt, is geraakt in het dagelijks bestaan. De 10de en 11de arrondissementen, liberaal en kosmopolitisch, met populaire terrasjes en restaurantjes op elke hoek, zijn niet willekeurig gekozen, zei burgemeester Anne Hidalgo zaterdag op tv. „De buurten staan bekend om hun levenskunst, om hun jeugdigheid.”

De aanslagen in januari waren nog specifiek tegen duidelijke doelen gericht: de kennelijk godlasterlijke tekenaars van Charlie en de Joodse gemeenschap. Nu hebben we te maken met „blind terrorisme”, benadrukte radicaliseringsexpert Farhad Khosrokhavar in Libération. „Het is makkelijk opkomen voor rechten waar je zelf geen gebruik van maakt”, zegt de 56-jarige ondernemer Guillaume Fauchon onder het beeld van Marianne als hij herinnert wordt aan de solidariteitsbeweging in januari. „Nu dringt het door dat ze iedereen die een Frans paspoort heeft of hier gewoon rondloopt, willen pakken.”

Instemmend citeert hij uit een commentaar dat dit weekend via The New York Times op Franse sociale media veel gedeeld werd. „Frankrijk staat symbool voor alles dat religieuze fanatiekelingen haten: het genieten van het aardse leven op ontelbaar kleine manieren”, schreef een anonieme lezer aan de krant. Dat gaat volgens hem of haar van „croissants”, „wijn”, en „roken”, tot „mooie vrouwen in korte jurken”, „het recht om niet in een god te hoeven geloven” en „seks buiten het huwelijk”. Natuurlijk, dat zijn „clichés”, lacht Fauchon, die zich met zijn baard en houtjetouwtjejas een ‘typisch kind van de jaren zestig’ noemt. „Maar clichés zijn altijd een beetje waar.” Dit is wat hij zich afvraagt: „Wordt nu echt onze manier van leven bedreigd?”

Doelwit bij uitstek

Die hedonistische reputatie, maar ook de actieve Franse inmenging in landen waar de volgens Parijs universele ‘republikeinse waarden’ vrijheid, gelijkheid en broederschap in de knel komen én het grote aantal jihadisten met een Frans paspoort, maken Frankrijk tot doelwit bij uitstek.

Een woordvoerder van IS riep een jaar geleden op tot het doden van ongelovige Amerikanen of Europeanen, „in het bijzonder de boosaardige en smerige Fransen”, zei politicoloog Gilles Kepel, op de Franse televisie. Dat bericht duikt volgens hem veel op bij onder jihadisten populaire sites. In Syrië opereert een compleet „Franstalig netwerk”, zei hij ook, van geradicaliseerde jongeren die in de banlieue gefrustreerd raakten door de kloof tussen de door de elite bezongen papieren republikeinse idealen en de uitzichtloze werkelijkheid van alledag.

Net als in januari heeft François Hollande „nationale eenheid” voorgeschreven. Maar die lijkt broos. Hoewel hij de aanslagen doortastend beschreef als een „oorlogsdaad” die tot „passende maatregelen” zou leiden, laat de rechtse oppositie doorschemeren de socialistische aanpak niet krachtig genoeg te vinden. Oud-president Nicolas Sarkozy bepleitte een „totale oorlog [...] tegen het terrorisme” en Marine Le Pen van het Front National, die zich in januari nog op de vlakte hield, herinnerde er ondanks het opschorten van de campagne voor regionale verkiezingen, in december, aan dat ze voor een „definitief terugkrijgen van macht over de landsgrenzen” is.

Wat de volgende stap van Hollande ook moge zijn, niets zal het gevaar volledig indammen. „Ik heb altijd gezegd dat nul risico niet bestaat”, zei premier Manuel Valls. „We moeten meer aanslagen verwachten”, vervolgde hij. De „oorlog” speelt zich immers niet alleen af in Syrië, maar ook „op nationale grond”. „Dat moeten alle Fransen beseffen.” Dat besef is sinds vrijdag de 13de alomtegenwoordig.