...en besef van eigen waarden

De weekroutine hervatten na een zo bloeddorstige aanslag in Parijs was vandaag voor niemand makkelijk. Iedereen kampt met onzekerheden en vragen. Hoe leef je in vrede samen als de premier zegt dat het land in oorlog is? En wat betekent dat eigenlijk? Gaat hier andermans religieuze oorlog onze samenleving bederven, of was dat al ruimschoots gaande? Zijn aanslagen in Nederland dichterbij gekomen en is het hier dus per definitie onveiliger geworden? Welke conclusies trek je voor je eigen gedrag, als er gerichte zelfmoordaanslagen tegen willekeurig concertpubliek zijn gepleegd, tegen mensen op terrasjes en bij voetbalwedstrijden?

Dan gaat het dus inderdaad, zoals premier Rutte, zei om ‘onze manier van leven’. Daarin kan iedereen zich in de publieke ruimte ontspannen bewegen – knallen betekenen vuurwerk of hooguit een knappende gloeilamp. In die zin heeft de IS-aanslag op de Parijse bevolking al effect gehad. De terreur die voor inwoners van Syrische steden dagelijkse realiteit is, was voelbaar in de schrikreactie van het publiek dat zondagavond op het Place de la République een veilig heenkomen zocht, na een onschuldig knalletje. Iedereen is gespannen, ook hier.

Vandaag hangen in Nederland de vlaggen halfstok en werd een minuut stilte gehouden, om twaalf uur. De grensbewaking was geïntensiveerd en politie- en veiligheidsdiensten waren in verhoogde staat van paraatheid. Dat klinkt geruststellend, maar tegen onbekende tegenstanders die met zware wapens ‘zachte’ burgerdoelen aanvallen, is geen kruid gewassen. Althans niet in het type westerse, open samenleving als ons land, dat in hoge mate leeft van zijn internationale omgeving. Iedereen kan dat weten.

Deze aanslagen, zo lijkt het, zullen hier dieper doorwerken dan de brute aanval op de kosjere supermarkt en de redactie van Charlie Hebdo van januari. Het verhoogt de druk, het versterkt de polarisatie over de islam in politiek en samenleving, die al niet gering was. Het verhoogt ook de spanning rond de toestroom van asielzoekers, die door de een als slachtoffers en door de ander als mogelijke daders worden gezien. „Wij zijn met meer”, zei Rutte en „we laten ons niet uit elkaar spelen.” Treffende zinnetjes, zolang dat ‘we’ slaat op de hele regenboog aan groepen, geloven, levensstijlen en huidskleuren die het in Nederland met elkaar weten te rooien. Die vrijheid, ook om anders te zijn, is het verdedigen meer dan waard.