Cruijff kreeg Ajax niet meer zijn kant op

Vanochtend maakte Johan Cruijff bekend te stoppen als adviseur bij Ajax. Clubbestuurders hebben gefaald, vindt hij.

Johan Cruijff, gefankeerd door Dennis Bergkamp (links) en Wim Jonk, in maart 2011. Foto Bas Czerwinski

„Ik stop ermee.” Johan Cruijff – ‘de enige nummer 14, voor altijd’ – breekt met Ajax en gebiedt de club zijn naam niet langer te gebruiken. In zijn column in De Telegraaf heeft Cruijff opvolging gegeven aan zijn dreigement om te breken met Ajax als het ontslag van zijn vertrouweling Wim Jonk als hoofd jeugdopleiding niet zou worden teruggedraaid. Dat gebeurde niet, dus stopt Cruijff als adviseur en invloedrijkste machtsuitoefenaar zonder officiële positie.

Ruim vijf jaar na zijn column op 20 september 2010, waarin hij stelde dat er „een bezem door Ajax” moest, eindigt daarmee Cruijffs revolutie. Hij oefende verregaande informele macht uit op de invulling van belangrijkste posities, van hoofd jeugdopleiding tot directieleden en commissarissen. Maar hoop op een betere toekomst voor Ajax sloeg met het gekijf en uitblijven van bevredigend voetbal om in cynisme en apathie bij supporters.

Cruijff was er te weinig

Cruijff stak zijn nek uit in een tijd waarin er weinig eer te behalen valt aan het Nederlands clubvoetbal, maar stond erbij toen de uitvoerders stukliepen op een gebrek aan regie en duidelijkheid over bevoegdheden. Die problemen schuift hij bestuurders als Hans Wijers (voorzitter raad van commissarissen) en Hennie Henrichs (voorzitter vereniging Ajax) nu in de schoenen. „Ik had goede hoop dat de boel bij een paar ervaren bestuurders in goede handen zou zijn.” Cruijffs conclusie: de bestuurders hebben gefaald.

Zelf was hij er (te) weinig. Cruijff fiatteerde de benoemingen van oud-voetballers in het zogeheten technisch hart, maar toen deze oud-internationals en voormalig ploeggenoten bij Ajax uiteenvielen in een richtingenstrijd verloor hij het contact met de verantwoordelijken voor de prestaties van het eerste elftal: Marc Overmars, Frank de Boer, Dennis Bergkamp. Cruijff kwam zelden nog op jeugdcomplex De Toekomst.

Polderen

Alleen Jonk, die in zijn eentje de jeugdopleiding vertegenwoordigde in het technisch hart, stond nog in contact met de adviseur in Barcelona. Cruijff was de enige die met zijn gezag had kunnen ‘polderen’. Hans Wijers, gelauwerd bestuurder en politicus, en ex-directeur Michael Kinsbergen kregen de strijdende partijen niet aan tafel. Zo viel de droom van Cruijff, een zelfstandig opererende voetbaltechnisch bestuursorgaan vol oud-topvoetballers, uiteen.

Vorige week werd Cruijff belangrijkste band met Ajax doorgesneden met het ontslag van Jonk, waarna Cruijff zijn conclusies trok. In de aandeelhoudersvergadering van vrijdagmiddag bleek de bereidheid van de vereniging Ajax, die voor 73 procent aandeelhouder is van de beursgenoteerde Ajax NV, om te vechten voor Jonks aanblijven minimaal.

De benoeming van Dolf Collee tot algemeen directeur, onder wiens vleugels Edwin van der Sar verder klaargestoomd zou moeten worden voor de belangrijkste post in de directie, is volgens Cruijff een gotspe. „Op grond waarvan? Ook hij heeft het jarenlang laten gebeuren.”

De fabeltjeskrant

Over de zegeningen van Cruijffs ‘revolutie’ wordt wisselend geoordeeld, maar in een terugkeer naar de Europese top gelooft vrijwel niemand meer. In een stevig onderbouwd betoog eind september noemde Marco van Basten het plan-Cruijff „een fabeltjeskrant”. Vooral aan aanvallende talenten breekt er weinig door, al heeft het plan-Cruijff nooit de belofte in zich gedragen dat er al binnen vijf jaar een keurkorps aan toptalenten zou staan. Op De Toekomst zijn trainingsmethoden op de schop gegaan, met nadruk op individuele begeleiding. Al is de aanwas van ‘performance-coaches’ onder leiding van Jonk en manager talentontwikkeling Ruben Jongkind volgens een ingewijde oud-bestuurder „niet wat Cruijff wil”.

Het afgelopen vrijdag uitgelekte rapport van Tscheu La Ling, die afgelopen zomer ingeschakeld werd om een analyse te maken van de problemen bij Ajax, was vernietigend over de bestuurbaarheid van de club. Ling, in wie Cruijff een groot vertrouwen stelt in het leiden van een club, maakte vooral gehakt van het aankoopbeleid, de overlegstructuur, de verdeling van bevoegdheden en de beperkte invloed van ‘opleiders’ op het beleid van de club en het eerste elftal.

Het tegenovergestelde

Cruijff stelt dat de aanbevelingen, waaronder meer zeggenschap voor hoofd jeugdopleiding via een zetel in de directie, niet opgevolgd zijn. Hij verwijt dat vooral de nieuwe voorzitter van de raad van commissarissen, Leo van Wijk. „Samen met Tscheu La Ling hebben we het rapport van Tscheu doorgenomen en [Van Wijk] was het helemaal eens met wat erin stond. Om uiteindelijk toch het tegenovergestelde te doen.”

Afgelopen maand werd bij Cruijff longkanker gediagnosticeerd. Cruijff zegt in zijn column dat „de eerste kuur van mijn ziektebehandeling erop zit en daar heb ik geen nadelige gevolgen van ondervonden. We zijn dus onderweg en gelukkig biedt het voetbal me genoeg afleiding”. Cruijff legt zich weer toe, stelt hij, op voetbaltechnische en -tactische adviezen via zijn column. „Daarin gaat het nooit om de persoon, nooit om een club, maar altijd om de details.”