Column

‘Atleet Rutger Smith is grootste slachtoffer van dopinggebruikers’

Dat schreef het ANP woensdag, en verschillende kranten namen het over.

Rutger Smith

De aanleiding

Rutger Smith is al vele jaren de beste kogelstoter en discuswerper van Nederland – sinds 2000 won hij 27 nationale titels. Op Europese en wereldkampioenschappen won Smith ook medailles, zeven in totaal.

Maar drie daarvan kreeg hij pas ver na het toernooi omdat er iemand voor hem was geëindigd die later betrapt werd op doping. Op de EK van 2006 en de WK van 2007 werd Smith vierde, maar hij kreeg in 2013 alsnog twee bronzen plakken door de schorsing van Andrej Michnevitsj uit Wit-Rusland. Iets soortgelijks gebeurde na de EK atletiek in 2012, toen de Hongaarse discuswerper Zoltán Kövágó werd geschorst en Smith, aanvankelijk vierde, een half jaar later opnieuw een bronzen medaille kreeg.

Smith roert zich dan ook vaak fel in het dopingdebat, recentelijk weer na het rapport over de Russische dopingschandalen in de atletiek. Persbureau ANP sprak met Smith en noemde hem „het grootste slachtoffer van dopegebruikers”. Klopt dat?

Waar is het op gebaseerd?

We bellen met Hans Koenekoop, de atletiekspecialist bij het ANP. Hij zegt dat algemeen bekend is dat Smith de grootste pechvogel is. „Het is een beetje ironisch bedoeld, dat woord ‘grootste’. Beter had er ‘groot slachtoffer’ kunnen staan. Ik weet namelijk niet zeker of het klopt.”

En, klopt het?

Volgens Ad Roskam, technisch directeur van de Atletiekunie, is er in Nederland geen atleet die vaker dan Smith een medaille op zo’n internationaal toernooi later kreeg omgehangen vanwege een dopingzondaar die voor hem of haar eindigde.

Maar in de mondiale atletiek lijkt het er met de nieuwste Russische ontwikkelingen in Rusland sterk op dat er grotere ‘slachtoffers’ van dopinggebruikers zijn: 800-meterloopster Alysia Montaño werd op de WK indoor in 2010 derde, maar schuift waarschijnlijk op naar plaats twee omdat de Russin Maria Savinova een schorsing boven het hoofd hangt. Een jaar later werd ze op de WK outdoor door diezelfde Savinova verslagen en werd ze vierde; straks goed voor brons. En op de Olympische Spelen van 2012 gebeurde het weer: Montaño werd vierde, achter kampioen Savinova. 2013: Savinova tweede op de WK, Montaño vierde.

Op de Spelen van Londen werd de Nieuw-Zeelandse kogelstootster Valerie Adams aanvankelijk tweede, totdat Nadzeja Ostaptsjoek uit Wit-Rusland betrapt werd op doping en haar titel moest inleveren. Het lijkt gerechtvaardigd te stellen dat een uitgestelde olympische titel zwaarder weegt dan drie uitgestelde bronzen medailles op een EK of WK, zoals het geval is bij Rutger Smith.

Betrek je de bewering over Smith op de Nederlandse sport in z’n totaliteit, dan zijn er grotere slachtoffers, zegt sporthistoricus Jurryt van de Vooren. We moeten dan denken aan zwemster Enith Brigitha, succesvol in de jaren zeventig. Brigitha denkt zelf dat ze een „gouden toekomst” is misgelopen doordat ze op de Spelen van 1976 in Montréal twee keer brons won achter vrouwen uit de voormalige DDR, van wie later officieus bekend werd dat ze destijds gedrogeerd waren. Brigitha: „Zonder olympisch goud tel je eigenlijk niet mee in Nederland. Mijn leven had er met die gouden plak totaal anders uit gezien.”

Conclusie

Dat atleet Rutger Smith het grootste slachtoffer is van dopingzondaars omdat hij drie belangrijke medailles later kreeg, zoals het ANP beweerde, is overdreven. In de Nederlandse atletiek is er niemand die drie keer brons later kreeg omgehangen, maar op het wereldtoneel en ook buiten de atletiek zijn er grotere (Nederlandse) ‘slachtoffers’. We beoordelen de stelling als grotendeels onwaar.