Aanslagen vergen krachtige maar ook rationele reactie...

Hoofdredactioneel commentaar.

Europa is in het hart getroffen. De reeks bloedige aanslagen in Parijs, de stad van het licht, was niet alleen een aanval op Frankrijk en de Fransen. Het was ook een aanval op de Europese samenleving als geheel. Op een samenleving waarin mensen op een vrije avond veilig naar een voetbalwedstrijd kunnen gaan, naar een concert, naar een café of een restaurant.

De terroristen hebben met hun niemand ontziende moordpartij vrijdagavond zeker 132 mensen van het leven beroofd en 349 anderen gewond, van wie een honderdtal ernstig. De volgende ochtend lag het bloed hier en daar nog op de Parijse trottoirs. Opnieuw, nog geen jaar na de aanslagen op het tijdschrift Charlie Hebdo en een kosjere supermarkt, was het moslimextremisten in Parijs gelukt om hard toe te slaan.

Frankrijk verdient bij deze zware beproeving medeleven, steun en solidariteit – van de hele wereld, maar vooral van andere Europese landen en burgers. Omdat de Fransen onze bondgenoten zijn én omdat ook onze waarden en onze veiligheid in het geding zijn.

De aanval van vrijdag kan niet onbeantwoord blijven. Frankrijk en Europa moeten hun waarden en de veiligheid van hun burgers verdedigen. Maar zonder de waarborgen van de rechtsstaat ter zijde te schuiven. En zonder impulsieve acties die de veiligheid hier en elders op den duur alleen maar verder ondergraven.

Moet de oorlog tegen Islamitische Staat nu met onmiddellijke ingang worden opgevoerd, ook al is de strategie van die oorlog na ruim een jaar bombarderen nog steeds niet precies duidelijk? Of blijft voorzichtigheid ook na zo’n dramatische terreurdaad geboden? Toen premier Kok na de aanslagen van 9/11 niet alleen afschuw en solidariteit met Amerika uitsprak maar ook opriep tot een waardige reactie, werd dat afgedaan als gemekker aan de zijlijn. Maar het zou een terechte waarschuwing blijken.

De martiale taal waarmee hier en daar wordt opgeroepen IS „weg te vagen” (burgemeester Aboutaleb) of te bestrijden met een „totale oorlog” (ex-president Sarkozy), voorziet in de begrijpelijke behoefte aan een krachtige reactie. Maar een verdere inmenging in oorlogen in het Midden-Oosten mag niet gebaseerd zijn op emoties. Het gevaar van averechtse effecten is groot, zoals de onbezonnen invasie van Irak in 2003 heeft laten zien.

De politieke leiders in Frankrijk en Europa staan nu voor een heel moeilijke taak. Ze moeten het hoofd koel houden, voorkomen dat de aanslagen de verdeeldheid in hun samenlevingen én in Europa aanwakkeren, en méér doen om hun burgers te beschermen, zonder het open karakter van onze manier van leven op te geven. En dat alles tegen de achtergrond van een vluchtelingencrisis, waarover de gemoederen sinds vrijdag alleen maar hoger zijn opgelopen.

 

... en besef van eigen waarden

De weekroutine hervatten na een zo bloeddorstige aanslag in Parijs was vandaag voor niemand makkelijk. Iedereen kampt met onzekerheden en vragen. Hoe leef je in vrede samen als de premier zegt dat het land in oorlog is? En wat betekent dat eigenlijk? Gaat hier andermans religieuze oorlog onze samenleving bederven, of was dat al ruimschoots gaande? Zijn aanslagen in Nederland dichterbij gekomen en is het hier dus per definitie onveiliger geworden? Welke conclusies trek je voor je eigen gedrag, als er gerichte zelfmoordaanslagen tegen willekeurig concertpubliek zijn gepleegd, tegen mensen op terrasjes en bij voetbalwedstrijden?

Dan gaat het dus inderdaad, zoals premier Rutte zei, om ‘onze manier van leven’. Daarin kan iedereen zich in de publieke ruimte ontspannen bewegen – knallen betekenen vuurwerk of hooguit een knappende gloeilamp. In die zin heeft de IS-aanslag op de Parijse bevolking al effect gehad. De terreur die voor inwoners van Syrische steden dagelijkse realiteit is, was voelbaar in de schrikreactie van het publiek dat zondagavond op het Place de la République een veilig heenkomen zocht, na een onschuldig knalletje. Iedereen is gespannen, ook hier.

Vandaag hangen in Nederland de vlaggen halfstok en werd een minuut stilte gehouden, om twaalf uur. De grensbewaking was geïntensiveerd en politie- en veiligheidsdiensten waren in verhoogde staat van paraatheid. Dat klinkt geruststellend, maar tegen onbekende tegenstanders die met zware wapens ‘zachte’ burgerdoelen aanvallen, is geen kruid gewassen. Althans niet in het type westerse, open samenleving als ons land, dat in hoge mate leeft van zijn internationale omgeving. Iedereen kan dat weten.

Deze aanslagen, zo lijkt het, zullen hier dieper doorwerken dan de brute aanval op de kosjere supermarkt en de redactie van Charlie Hebdo van januari. Het verhoogt de druk, het versterkt de polarisatie over de islam in politiek en samenleving, die al niet gering was. Het verhoogt ook de spanning rond de toestroom van asielzoekers, die door de een als slachtoffers en door de ander als mogelijke daders worden gezien. „Wij zijn met meer”, zei Rutte en „we laten ons niet uit elkaar spelen.” Treffende zinnetjes, zolang dat ‘we’ slaat op de hele regenboog aan groepen, geloven, levensstijlen en huidskleuren die het in Nederland met elkaar weten te rooien. Die vrijheid, ook om anders te zijn, is het verdedigen meer dan waard.