Ze dachten dat het goed met me ging

Documentairemaker Meral Uslu (53) kreeg borstkanker en filmde al haar behandelingen. Mijn Kanker gaat volgende week in première op het documentairefestival IDFA. „Ik dacht: wat leuk, ik krijg eindelijk grote, mooie borsten.”

Ik wilde oog in oog komen met kanker, kijken in de ziel van kanker.” Foto Andreas Terlaak

Grote borsten

„In de film zit een foto van mijn zieke borst. Nou ja, zieke borst… ik vond die mooier dan mijn andere borst, want hij werd groter. Een tijd lang zocht ik er ook niks achter. Ik dacht: wat leuk, ik krijg nu eindelijk grote, mooie borsten! Maar toen bleek die twee jaar geleden helemaal vol te zitten, de helft van de borst was kanker. ‘Sorry, het is borstkanker’, zei de arts. Vier minuten later stonden we buiten. Hans, mijn man, stortte in. Zijn vorige vrouw heeft hij aan borstkanker verloren, zijn dochter heeft het gen, en dan krijgt zijn volgende vrouw het ook. Bijna als een vloek. Ik heb in paniek mijn broer [Atilay Uslu, eigenaar reisorganisatie Corendon] gebeld. Hij is als een gek gaan bellen, naar privéklinieken in Turkije en zelfs naar Houston – het beste kankerziekenhuis van de wereld. Maar ik zei: nee, ik blijf hier.”

Mamachirurg

„De kanker zat niet alleen in mijn borst, maar ook in mijn okselklieren en iets op het borstbeen was besmet. Ik was echt héél bang, ik dacht: het zit overal. Als de kanker in mijn borsten zit, dan kan het ook in mijn longen zitten. En als het in andere organen zit, dan ben ik echt de lul. De eerste uitslag van de PET-scan heb ik met mijn telefoon opgenomen, daar opent de film mee. Dat mijn mamachirurg enthousiast zegt: ‘Gelukkig, er zijn geen uitzaaiingen.’ Ik was niet van plan er een film van te maken. Maar toen ik wat materiaal aan mijn editor had laten zien, zei ze: je moet ermee doorgaan, dit heb ik nog nooit gezien. Alle gesprekken met mijn behandelaars heb ik opgenomen. Ze praten tegen de camera, waardoor je als kijker het gevoel hebt dat het jou wordt verteld.”

Vriendinnen

„Als kankerpatiënt doe je het echt alleen. Ik ging overal alleen naartoe, naar alle doktersafspraken, naar de chemo. Ik wilde niemand bij me hebben. In het begin van de chemotijd, gingen er wel mensen met me mee. Vriendinnen, collega’s, familie. Maar dan moest ik de hele tijd sociaal zijn en hen geruststellen. Alle kankerpatiënten hebben hier last van. Je omgeving valt aan diggelen, terwijl jij degene bent die kanker heeft – niet zij. Waar ik heel veel steun aan heb gehad, waren mijn borstdames. Het groepje vrouwen met wie ik samen de chemo kreeg in het ziekenhuis en revalideerde. Ik hoefde niets uit te leggen. Ik denk dat het voor eeuwig vriendinnen van me zijn.”

Fiets

„Ik had me voorgenomen te allen tijde op de fiets naar het ziekenhuis te gaan. Ook als ik weer de zoveelste verschrikkelijke chemo had gehad. Hoe langzaam het ook ging, hoe hard het ook waaide. Hans vond het soms onverantwoord, ik keek soms scheel van de chemo, maar ik wilde het per se, dus dan reed hij maar in zijn auto naast het fietspad om me in de gaten te houden. Het was lekker, die zuurstof op de fiets, nadat ik druppel, voor druppel, voor druppel die chemo, dat gif, in mijn bloed had gekregen. Van 9 tot 5. Afmattend was het. Maar als ik dan na zes weken de MRI-scan kreeg en zag dat de tumor geslonken was, kreeg ik weer moed om door te gaan.”

Pruik

„Ik wilde niet dat mensen me als een patiënt zouden behandelen, daarom heeft de buitenwereld niet gemerkt dat ik ziek was. Mensen dachten dat het wel goed met me ging. Ik ben een heel stoer iemand, maar van binnen was ik in shock en in paniek. Als je de film kijkt, zie je mijn angsten. Hans was verbaasd. ‘Heb jij dit allemaal meegemaakt?’ vroeg hij. En wij wonen in één huis. Mijn eindredacteur van de NTR, Oscar van der Kroon, was van slag toen hij het script las. De jury van het IDFA waar ik vorig jaar jurylid was, had ook niets in de gaten. Op de openingsavond liep ik met een pruik en een muts. ”

Olijfboom

„In Foça, Turkije, staan op een berg, we noemen het de Usluberg, de huizen van mij en mijn familie. Als je het trappetje afdaalt, kun je zo de zee in. Mijn huis kijkt ook uit op een begraafplaats, heel mooi. Daar wil ik later liggen, voor de deur. Ik wil nu nog niet dood, maar ik vind het een geruststellend idee. De afgelopen twee jaar ben ik er een paar keer geweest. Gewoon zitten onder een olijfboom. Ik was verdrietig voor Hans, Cem, mijn zoon, en mijn familie. Mijn moeder heeft de hele moskee voor mij laten bidden, voor mijn amputatie. Dat vond ik zo ontroerend.”

Tepelfeestje

„Voor mijn borstdames heb ik pas een tepelfeestje georganiseerd. Ik ben de eerste van ons groepje die voor een ‘tepelreconstructie’ is gegaan, dus zij wilden allemaal mijn tepel zien. Veel vrouwen doen dat niet, die laten het geamputeerd, of nemen alleen de borstimplantaten, anders moeten ze wéér worden geopereerd. Maar ik had er last van. We hebben allemaal twee handen, twee armen, twee ogen, ik was niet compleet. Ik stond elke dag onder de douche, en als ik naar beneden keek, dacht ik: wat een ravage. Die borst heeft zo geleden. Ik ben blij dat ik dat niet meer hoef te zien.”

Sluipschutter

Mijn Kanker is een film gemaakt door een kankerpatiënt, daardoor zie je dat het normaal is, dat dat het leven op de een of andere manier doorgaat. Maar ik vind het eng dat de film straks de wijde wereld in gaat. Ik ben letterlijk en figuurlijk bloot. Ik wilde oog in oog komen met kanker, kijken in de ziel van kanker. Kanker is democratisch. In Nederland krijgt een op de vier mensen kanker, en een op de acht vrouwen borstkanker. Ik was een van die acht. De rest van mijn leven moet ik hormonen slikken om te voorkomen dat het terugkomt. Ik heb het geaccepteerd, een soort berusting. Doordat ik kanker nu begrijp, ben ik er niet meer bang voor. Die sluipschutter is van mij, ik heb dat nu eenmaal, en ik hoop jij niet.”

Mercedes

„Ik ben nu weer volledig aan het werk, maar ik probeer te voorkomen dat het weer zeven dagen per week wordt. Dat vind ik ook niet meer de moeite waard. Ik heb geleerd dat het ook ontzettend leuk is om niks te doen. Op het terras zitten of gewoon niks doen. Voorheen kon ik me dat echt niet voorstellen. Mijn komende films die ik samen met Maria Mok maak, waarvan er een over de Nederlandse ambassade in Beiroet gaat, monteren we in Libanon. Helemaal niet noodzakelijk, gewoon leuk om te doen. Vroeger zou ik dat nooit gedaan hebben. Net als met de auto die ik net heb gekocht. Een vette Mercedes. Er zit een audiosysteem in…niet normaal. Hij is ook geblindeerd achter. Echt een pooierbak. Dat moet je niet in de krant zetten. Of, nou ja, wat kan mij het ook schelen.”