Zakelijk rijden kan best zuinig én goedkoop

De bijtelling voor zuinige auto’s wordt komend jaar verhoogd. Want zo zuinig zijn die plug-ins helemaal niet. Welke auto moet de zakelijke rijder nu kiezen?

Illustratie XF&M

De keuze voor een leaseauto was niet zo moeilijk toen in 2013 het rijden in een plug-in (een hybride met een oplaadstekker) vrijwel gratis werd. De markt voor plug-ins explodeerde, met dank aan allerlei fiscale stimuleringsmaatregelen.

Maar nu is gebleken dat die auto’s helemaal niet zo zuinig zijn. Vanaf komend jaar moeten werknemers daarom meer gaan betalen voor het privégebruik van hun leaseauto. De ‘bijtelling’ wordt verhoogd naar 15 procent, na een eerdere verhoging naar 7 procent in 2014. Veel mensen zullen voor het einde van het jaar nog snel een hybride aanschaffen.

Voor een halve ton konden ondernemers in 2013 nog een Mitsubishi Outlander PHEV kopen. Ze betaalden geen Belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM), geen wegenbelasting en aanvankelijk nul procent bijtelling. En dankzij allerlei subsidieregelingen, zoals de Milieu Investeringsaftrek (MIA), betaalden ze (afhankelijk van hun inkomen) voor zo’n auto uiteindelijk minder dan de helft van de nieuwprijs. Dat die Outlander in de praktijk 1 op 12 liep, in plaats van de papieren belofte van 1 op 50, en dat zijn elektromotor de beloofde 50 kilometer lang niet haalde, maakte de eigenaar niets uit. De fiscale bonus was nou eenmaal binnen.

Loodzware hybride Porsches

Van de Volvo V6 Twin Engine ging vrijwel de complete productie naar Nederland. De aanschafprijs van 60 mille was terug te verdienen. Het aantal plug-in-auto’s in het topsegment steeg verder. Het verdwenen Fisker deed in Nederland goede zaken met de Karma met een nieuwprijs boven de ton. In dezelfde prijsklasse werden loodzware hybride Porsches met vermogens van ver boven de 300 pk blind besteld.

De verhoging van het bijtellingstarief naar 7 procent schrok de Outlander-klant niet af. In 2013 gingen er 8.730 van de hand, vorig jaar 8.285, dit jaar tot nu toe meer dan 4.000. Dat aantal zal fors toenemen nu volgend jaar de bijtelling voor plug-ins naar 15 procent wordt opgetrokken. De in het jaar van aankoop geldende bijtellingsregeling blijft vijf jaar van kracht. Van populaire modellen als de Mercedes C350e en de Volvo V60 Hybrid zijn de voor Nederland bestemde voorraden al vergeven. Maar alternatieven zijn er genoeg, zoals de plug-in hybride Golfs en Passats of een Toyota Prius Plug-in.

Het duurde lang voordat de overheid op de rem trapte. De fiscale prikkels voor zogenaamd energiezuinige modellen hebben de staat miljarden aan belastinginkomsten gekost en het milieu weinig opgeleverd. Uit een TNO-onderzoek was al gebleken dat plug-ins in de praktijk slechts een kwart van hun kilometers elektrisch rijden, bij lange na niet genoeg om hun door de fabrikanten beloofde verbruiks- en emissiecijfers waar te maken.

Milieu schiet er weinig mee op

Staatssecretaris Wiebes (Financiën, VVD) heeft dan ook een drastische herziening van het stelsel voorgesteld. Voor 2016 is een overgangsregeling gecreëerd die voorziet in vier bijtellingscategorieën: 4 procent voor volledig elektrische auto’s, 15 procent voor plug-in hybrides, 21 procent voor diesel- en benzineauto’s met een CO2-uitstoot van 51 tot 106 gram per kilometer en 25 procent voor alles daarboven. Na 2016 wil Wiebes naar een ‘vlaktaks’ van 22 procent voor alle nieuwe auto’s behalve de elektrische, die wat hem betreft op 4 procent blijven. Het voordeel voor plug-ins wordt gefaseerd afgebouwd.

Hoe ben je vanaf komend jaar als zakelijke rijder het best af? Op boekhoudkundige gronden geldt dat dat ook met een bijtellingspercentage van 15 procent nog steeds vaak een plug-in is.

In de plannen van Wiebes zit verder een vreemde weeffout die in 2016 met name dure plug-in hybrides weleens in de kaart zou kunnen spelen. Voor kopers van dure auto’s in het hoogste bijtellingstarief geldt in 2016 dat ze zich voor vijf jaar aan het overgangspercentage van 25 procent verbinden, terwijl ze in 2017 voor dezelfde auto 22 procent zouden gaan betalen. Zo zet de staatssecretaris dat deel van de markt een jaar op slot, meent brancheorganisatie RAI Vereniging. Wie een diesel uit de topklasse had willen aanschaffen, zal volgend jaar uitwijken naar een Volvo XC90 T8 Plug-in met 407 pk –mits voorradig.

Het milieu schiet met zo’n auto weinig op. De natuur bewijs je er alleen een dienst mee als je zo dicht bij je werk woont dat je je kantoor op stroom haalt. Met de volledig elektrische Tesla Model S kom je verder, ware het niet dat Wiebes het laagste bijtellingstarief alleen wil laten gelden voor elektrische auto’s met een catalogusprijs tot 50.000 euro. Over het restbedrag wil hij vanaf 2019 zijn vlaktaks heffen, en helaas kost de goedkoopste Tesla Model S al 80.000 euro.

Laden duurt een half uur

Het is de vraag of een blijvend laag bijtellingspercentage het gewenste stimulerende effect zal hebben op de afzetmarkt voor elektrische auto’s. Zolang hun gemiddelde actieradius onder de 150 kilometer blijft – alleen de Tesla’s steken daar met zo’n 350 kilometer ver bovenuit – blijven ze minder geschikt voor automobilisten die dagelijks grote afstanden afleggen. Want hoewel het snellaadnetwerk van partijen als Fastned intussen een landelijke dekking heeft bereikt, duurt laden een half uur. Daar moet je maar net de tijd voor hebben als je op weg bent naar een afspraak.

Een gunstig neveneffect van het nieuwe 15 procentstarief kan zijn dat plug-in-rijders meer elektrisch zullen rijden. Maar in de lagere prijsklassen zal de naar verhouding hoge nieuwprijs van veel plug-ins in hun nadeel werken. Een vertegenwoordiger met een flink rayon zal na de eerste 20 elektrische kilometers gewoon op fossiele brandstoffen rijden, en dan komt zo’n hybride Golf GTE van 38.000 euro niet verder dan 1 op 16. Dat haalt een minstens 15.000 euro goedkopere basis-Golf met een bescheiden benzinemotor ook. De keuze is dan snel gemaakt.

Een elektrische auto of een plug-in hybride moet uit fiscale overwegingen en milieuoogpunt je eerste keus zijn als je je zakelijke kilometers of je woon-werkverkeer elektrisch af kunt leggen. En anders? Kies zo goedkoop en zuinig mogelijk. Zelfs wie veel ruimte nodig heeft en per se representatief wil voorrijden kan auto’s van meer dan 30.000 euro gerust links laten liggen. Comfort en prestaties van kleine en kleinere auto’s zijn dermate gestegen dat de meerwaarde van een duurdere steeds kleiner wordt.

Neem de Hyundai i10. Kost 12.000 euro, heeft een laag verbruik, is comfortabel en je hebt nooit parkeerproblemen.

En er blijft genoeg over voor de zonnepanelen die je straks in staat stellen om de aanstaande Tesla-middenklasser Model 3 op groene stroom van het eigen erf te rijden. Blijft die onder de 50.000 euro, dan zijn alle problemen opgelost.