Wat we kunnen leren van Nederlandse moeders

Nederlandse moeders zijn de meest ontspannen moeders van de wereld, schreef Mihal Greener vorige week in The Washington Post. Het stuk en de reacties.

Studies wijzen uit dat Nederlandse kinderen de gelukkigste kinderen ter wereld zijn. En ook hun moeders zijn tamelijk gelukkig. Inmiddels woon ik zeven jaar tussen hen, en denk ik dat de kans vrij groot is dat ze ook de meest ontspannen moeders ter wereld zijn.

Toen ik naar Nederland verhuisde, had ik een kind van drie en een van één. Al snel kwam er een derde bij. Sindsdien heb ik heel wat uren in het park en op het schoolplein doorgebracht. Je haalt mij er overigens zo uit, want ik steek niet alleen fysiek af bij die onmogelijk lange, blonde en slanke Nederlandse moeders, ik lijk ook de enige die ook maar een béétje afgepeigerd is.

Of ze nu balanceren met een stel kinderen op hun fiets of een driejarige driftkop laten uitrazen, Nederlandse moeders houden het hoofd koel. Ik moet de Nederlandse moeder nog tegenkomen die haar stem tegen haar kinderen verheft.

En ‘ontspannen’ is ook geen ander woord voor ‘onverschillig’ of ‘afwezig’. Voor zover ik het kan bekijken, hebben Nederlandse moeders graag hun kinderen om zich heen, luisteren ze naar hun mening, geven ze opbouwende raad en stellen ze de tijd met hun gezin voorop. En ze lijken nooit eens door te draaien.

Wat is hun geheim? En is dit ook te leren?

Wie in een van de dichtstbevolkte landen van Europa woont, kan moeilijk om zijn buren heen, zeker niet met de befaamde Nederlandse afkeer van gordijnen. Ondanks het gebrek aan privacy steken ouders elkaar nauwelijks de loef af. Daardoor worden ze niet meegesleurd in een maalstroom waarin elk verjaarspartijtje groter en beter dan het vorige moet zijn of waarin kleding de sociale status op school bepaalt.

Kinderpartijtjes zijn eenvoudig en vooral ‘gezellig’. Ze worden meestal thuis gevierd en een cadeautje van zo’n 10 euro kan er prima mee door. En sinds ik hier woon, is mijn dochtertje slechts één keer uit school gekomen met de vraag om een bepaald merk gympen. En dat was alleen omdat deze (afzichtelijke) glittertjes hadden.

Een van de dingen die mij het meest zijn opgevallen, is dat kinderen hier niet als afspiegeling van hun ouders worden gezien. De prestaties (of tekortkomingen) van de kleine Janneke of Joost worden niet als de vrucht van het ouderschap beschouwd. Ik wist niet wat ik hoorde toen een Nederlandse moeder terloops opmerkte dat haar zoontje slimmer was dan een vriendje van hem. Het verbaasde me niet dát ze deze mededeling deed, maar hóé ze die bracht: zakelijk, zonder poeha of onderhuidse strekking dat haar zoontje daarom beter dan zijn vriendjes zou zijn.

Het gezegde dat de Nederlandse levenshouding het beste samenvat is ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’. In een cultuur waar mensen niet worden gestimuleerd om op te vallen of anders te zijn, vermindert ook de druk op kinderen om eruit te springen. Huiswerk is op de Nederlandse basisscholen ongebruikelijk en de leerlingen hebben wekelijks één middag vrij van school, zodat kinderen alle tijd en ruimte hebben om ... kind te zijn. Nederlandse kinderen mogen vaak hun eigen gang gaan en krijgen de vrijheid om te verkennen, terwijl hun ouders niet zuchten onder de verwachting dat hun kind de beste moet zijn om te slagen.

Mocht dit nog niet genoeg zijn, dan hebben de Nederlanders nóg iets probaats bedacht om als moeder niet gek te worden: parttime werk. Meer dan 70 procent van de Nederlandse vrouwen werkt in deeltijd en is daar blij mee. Deeltijdwerk zou weleens hét middel kunnen zijn om als moeder rustig en ontspannen te blijven. Het verschaft de Nederlandse vrouwen de vrijheid om hun werk met aandacht te doen, geld te verdienen en een professionele identiteit te koesteren, maar ook tijd over te houden om koffie te drinken met een vriendin.

Deeltijdwerk neemt de zorg weg dat je je identiteit aan het moederschap verliest. En het neemt ook de stress weg, dat je niet meer weet wanneer je voor het laatst vóór tien uur ’s avonds thuis was. Daardoor wordt het veel eenvoudiger om te genieten van de tijd die je met je kinderen hebt.

Daarnaast biedt de Nederlandse verzorgingsstaat een belangrijk vangnet dat bij ouders én kinderen veel druk wegneemt. De scholen zijn geheel of nagenoeg gratis, de verplichte ziektekostenverzekering dekt een groot deel van de dokters- en ziekenhuiskosten en Nederlandse ouders krijgen zelfs een driemaandelijkse overheidsbijdrage in de opvoedingskosten van een kind, de kinderbijslag. Dit stelsel geeft ouders de vrijheid om in deeltijd te werken en bevrijdt ouders van de druk om hun kinderen op school te zien slagen of anders, als ze groot zijn, de gevolgen te ondervinden.

Sommige onderdelen van de kalme en gelijkmatige Nederlandse houding tegenover het ouderschap zitten in hun DNA – die blijven voor mij even ongrijpbaar als hun lange benen en hun fietskunst. De Nederlanders zijn van nature emotioneel heel evenwichtig. Je ziet hier niet dezelfde gevoelsuitbarstingen als in grote delen van Zuid-Europa.

Het klinkt voor een land misschien niet als een groot compliment, maar emotionele gelijkmatigheid is een enorme steun om geduldig met krijsende kinderen om te gaan en niet je toevlucht tot laatste of allerlaatste waarschuwingen te nemen. Dit houd ik mezelf tenminste voor als ik mijn kinderen op de speelplaats nog één kans geef ... voor de zoveelste keer.