Was de krant een witte helper van de wal in de sloot?

Niet alleen maar braaf kiezeltjes over de vijver laten scheren, maar er ook eens een flinke steen in gooien – het is een beproefde manier om een maatschappelijk debat te beginnen of een onderbelichte kwestie aan te kaarten.

Vier jonge, zwarte vrouwen die actief zijn op sociale media deden het afgelopen zaterdag in het voorpaginastuk Witte mensen moeten eens luisteren. Bas Blokker liet hen daarin uitgebreid aan het woord over uitsluiting en witte dominantie in de media. Vooral goedbedoelende witte mannen kregen ervan langs, deels in een sociaal-intellectueel jargon (helper whitey, white privilege, unapologetic) dat werd ingevlogen uit de VS. Ik vond het een mooi agenderend stuk, subtiel opgeschreven en serieus van inhoud maar ook geestig en bij vlagen, op een pesterige manier, provocerend – de mores van Twitter.

Minder speels waren de reacties. Een lawine van hoon en afkeer rolde over het viertal heen, en dan vooral om hun vermeende ijdelheid (de „Vanity Fair-achtige photoshoot”) en hun „omgekeerde racisme”: moeten ‘witten’ hun kop houden? De krant drukte dinsdag maar liefst vier pagina’s af met reacties, begeleid door karikaturen waarin de vrouwen werden neergezet als bozige smurfen.

Er was ook veel lof. Activist Quinsy Gario sprak op zijn site Roet in het Eten van „een noodzakelijk interview” en „een mijlpaal in de strijd voor gelijkwaardige representatie en toegang tot het publiek debat”. Marxistisch gezegd: vooral de emancipatie van een zwarte middenklasse (vier geschoolde, werkende vrouwen) in de ‘witte’ bovenbouw.

De ophef maakt duidelijk dat deze vrouwen een zenuw hebben geraakt – met een tol voor henzelf, zij gaan nu over de hekel als een soort „heksenkring”, zoals ze op Joop.nl schreven. Het is het dilemma van voorhoedeactivisten: put je uit in nuances en niemand pikt je aanklacht op; kom onverschrokken unapologetic uit de hoek, en je agendeert maar het gaat eerst vooral over je brutale toon.

Maar ook niet mals zijn inmiddels de reacties van de vrouwen zelf. Op Joop.nl schreven ze achter de kernboodschap van het stuk te staan, al waren „bepaalde afspraken” over „autorisatie” niet nagekomen, en zette het stuk hen te „aanvallend” neer. Op mijn vraag welke afspraken dan geschonden zijn, volgden lange e-mails: de krant had hen „walgelijk” behandeld, vond een van hen, vooral door hen drie dagen na het stuk op de opiniepagina’s te laten „afbranden”, compleet met denigrerende smurfencartoon. Tekstuele wijzigingen die hun beloofd waren, schreven zij, waren niet in het stuk terechtgekomen – vandaar de niet nagekomen „autorisatie”.

Valt de krant iets te verwijten?

Eerst dit: met die vier pagina’s reacties zat de krant er snel bovenop, maar de reacties waren, naast een genuanceerd stuk van Zihni Özdil, overwegend negatief, inclusief de persoonlijke reactie van een gekrenkte columnist. Toegevoegd was nog wel een citaat van de vrouwen zelf uit hun stuk op Joop.nl, waarin ze toelichtten dat veel reacties slaan op iets wat zij niet vinden en wat ook niet in het stuk staat (dat witte mensen hun mond zouden moeten houden). Voor het evenwicht was nog een kritisch, meer duidend artikel goed geweest; een helder stuk van antropoloog Sinan Çankaya haalde alleen de site. Maar goed: behalve een vracht opinies zou je – dat is ook de bedoeling, zegt de krant – ook meer verslaggeving willen. Hoe breed leeft dit, wat zijn de overeenkomsten en verschillen met de Amerikaanse situatie?

Dan de tekst van het interview, geen groepsgesprek maar het resultaat van individuele gesprekken over een lange periode (het eerste in augustus).

De ambachtelijke klacht van de vier luidt dat de auteur bepaalde woorden verkeerd heeft weergegeven, „veel heeft gemanipuleerd” en afspraken heeft geschonden. Aha, het interview was „niet geautoriseerd”, twitterde een lokale PvdA-politicus al triomfantelijk, met de verhaspelde toevoeging. „Typisch witte mannengedrag van journalist Bas Kroon.”

Maar ook voor de Bas die Blokker heet is dat verwijt onterecht – al ging er wel degelijk wat mis.

Vooropgesteld: van ‘autorisatie’ kan in strikte zin geen sprake zijn, al gebruikte de interviewer dat woord zelf ook terloops. ‘Autoriseren’ doet een creditcardmaatschappij met betalingen, maar een nieuwsmedium beslist zelf over het publiceren van een interview, niet de geïnterviewde.

Wat wél kan, en hier ook is gebeurd, is voor publicatie inzage verlenen en geïnterviewden de gelegenheid geven onjuistheden of onduidelijkheden te verbeteren. Zeker als het gaat om een interview waarin personen hun nek uitsteken. De vrouwen stelden dat als voorwaarde.

Inzage is ook allesbehalve zuinig verleend. Blokker mailde alle vier zijn artikel al dinsdagavond, vier dagen voor publicatie, met het verzoek commentaar te leveren voor donderdagavond. Dat is heel redelijk. Volgde een reeks gewenste aanpassingen, ruim veertig, die hij beloofde te verwerken – op één na. Eén van de vrouwen wilde liever niet over witte mannen van rond de vijftig gezegd hebben „ik ruik ze”, maar „ik herken ze”. Blokker hield vast aan het citaat, als „spreektaal”. Vrijdagochtend stuurde hij zijn herziene tekst, met wijzigingen in vette letters, aan hen en de eindredactie – die al beschikte over een eerdere versie.

Wat er toen misging, zegt Blokker: enkele wijzigingen had hij abusievelijk niet vet gemaakt, en die werden dus door de eindredactie niet verwerkt. Twee geschrapte passages wilde de eindredactie handhaven, en kwamen, herschreven, terug in het artikel. De eindredactie verliep niet ideaal, omdat Blokker inmiddels in het buitenland verbleef. Hij vindt het pijnlijk dat niet alle wijzigingen zijn aangebracht en heeft de geïnterviewden daarvoor excuses gemaakt.

Waar ging het dan om? Arzu Aslan was beloofd dat zij „leerkracht” zou worden genoemd en niet „lerares op een basisschool”. Seada Nourhussen wilde geen „hijgerige” uitroeptekens achter haar uitspraak over „weldenkende mannen” op Twitter („Ja! Ja! Dat is dagelijkse kost.”). Er zou worden toegevoegd dat de vrouwen „voor verschillende kranten” schrijven. En beloofd was Nourhussens naam te schrappen bij de uitspraak dat Aslan er misschien niet bij hoorde omdat ze niet ‘zwart’ is.

De twee passages die (half) terugkeerden betroffen: de verwijzing naar een „Vanity Fair-achtige fotoshoot”, en een opmerking over GeenStijl. Het eerste was een uitspraak van een vrouw die in het stuk niet wordt genoemd – zij schreef: een „Vanity Fair Hollywood-achtige special” met „mooie fotoshoot”. Het tweede betrof een zin van Blokker zelf. Een citaat van Nourhussen over de fotoshoot, en een van Aslan over GeenStijl werden wel geschrapt.

Alles bij elkaar vervelend of zelfs pijnlijk, gezien de heftige ophef naderhand, maar het zijn zeker geen fatale omissies of aanpassingen waardoor Blokkers stuk een heel ander karakter of andere lading zou hebben gekregen, en van een totaal andere orde dan „manipulatie”.

Integendeel, Blokker is zijn gesprekspartners ruimer tegemoetgekomen dan hij op grond van het Stijlboek van de krant had hoeven doen. Ook een les: beloof niet te veel. En blijf in de buurt, want wat je belooft moet je kunnen waarmaken.

Belangrijker lijkt mij nu, welk vervolg de krant hieraan geeft in de berichtgeving. Na de steen in het water nu ook graag de rimpelingen volgen – of de vijver peilen.