Wanneer vraag je schone lakens?

Hotels doen zich graag ‘groen’ voor. Maar hoe kunnen drieduizend airconditioned kamers milieuvriendelijk zijn?

Het is tegenwoordig goed opletten als je ’s morgens uit je hotelbed stapt. Want moet je dat kaartje op het nachtkastje („Are you green? Help us to reduce carbon emissions!”) nou op het bed leggen om schoon beddengoed te krijgen of juist niet, in het ene hotel moet dat wel, in het andere juist niet („Do you want to have your sheets changed, don’t place the card on the bed”). In het Hudson in New York moet je zelfs housekeeping bellen om schoon linnen te krijgen.

Dito met handdoeken: in het bad mieteren, op de grond, terug op het knaapje hangen of opvouwen. Het Sofitel in Macau biedt aan een boom te planten als je vijf keer geen schone handdoeken hoeft. „Here, your towels plant trees!” staat er trots op het kaartje. Of ze dat ook daadwerkelijk doen, is natuurlijk de vraag.

Zelfs de kamer verlaten gaat gepaard met keuzes. In het Adler in Innsbruck krijg je de keus middels twee kaartjes de kamer gewoon te laten schoonmaken of met de „best ecological products”. Het Crowne Plaza Palace in Brussel spoort je zelfs aan de heleboel maar te laten versmeren, want naast een clean my room-bordje, kun je daar kiezen voor een bordje met „please don’t clean my room (thank you for helping us save the planet)”.

Daarmee help je niet alleen het milieu, maar tevens het hotel: hoe minder er hoeft te worden schoongemaakt, hoe minder personeel er nodig is. Save the planet, fire a kamermeisje.

Want hoe waarachtig is al dat groene gedoe in hotels nou eigenlijk en wat draagt het nou daadwerkelijk bij tot een schoner milieu?

Geen officiële richtlijnen

Het grootste probleem is dat er geen officiële richtlijnen bestaan. Elk hotel handelt naar eigen goeddunken. Dat er een ‘groen’ certificaat aan de deur hangt, zegt dus niks. Ten eerste omdat er zo veel bestaan dat er door de bomen geen bos te meer te vinden valt: Earth Check, Fair Trade Tourism, Green Globe, EcoLabel, ViaBono, Bio Hotels, Travelife,LEED, Green Key, Greenhotelier, om er een paar te noemen.

Ten tweede omdat de richtlijnen – die alle labels zichzelf opleggen – vaak zo vaag en nietszeggend zijn dat ze geen enkele garantie bieden. Bijvoorbeeld de richtlijnen van het label Travelife als het „trachten het watergebruik zoveel mogelijk te beperken” (dus als het geprobeerd is, maar helaas niet gelukt, geen probleem?), of „het hanteren van speciale werktijden en omstandigheden voor kinderen onder de 14 jaar”. Bij veel labels is controle helemaal niet aan de orde en kan elk hotel zich zonder toetsing aansluiten, soms wordt verwacht dat de hotels zichzelf controleren.

Volgens een onderzoek van de Consumentenbond is Green Key (een Nederlandse organisatie die wereldwijd opereert) de enige organisatie die duidelijke criteria heeft (denk daarbij aan hoeveel water er per douchebeurt uit de kraan mag stromen), plus dat de daarbij aangesloten hotels regelmatig door onafhankelijke personen daarop worden gecontroleerd. Toch zijn er slechts 400 Nederlandse hotels bij Green Key aangesloten, nauwelijks 8% van het totaal aantal hotels in ons land.

„Natuurlijk zou het beter zijn als er één overkoepelend en officieel keurmerk zou bestaan, maar dat is nou eenmaal juridisch niet mogelijk”, zegt Green Key directeur Erik van Dijk. „Het enige wat we kunnen doen is doorgroeien opdat zo veel mogelijk hotels zich bij ons aansluiten, en er daardoor toch een enigszins herkenbaar en betrouwbaar houvast ontstaat bij het publiek.” Opvallend is zijn uitspraak dat niet zozeer de vakantievierende toerist gebrand is op een ecolabel, als wel de zakelijke hotelmarkt. „Steeds meer bedrijven willen zich een milieuvriendelijk imago aanmeten; dat willen ze dan ook bij het organiseren van een symposium of meeting kenbaar maken in hun hotelkeuze. Het is zelfs not done daar geen rekening mee te houden”.

The Palazzo in Las Vegas is dan ook een geliefde plek om zakelijke meetings te houden. Het is immers LEED gecertificeerd (LEED staat internationaal voor milieuvriendelijke gebouwen) en heeft trots allerlei hevig gepoetste en oogverblindend glimmende Eco Awards (applaus voor jezelf)aan de gevel hangen. Toegegeven, door een zuinig druppelsysteem hebben de planten er minder water nodig, er is gerecycled staal in het gebouw gebruikt en er staan zonnepanelen (en bijen!) op het dak, maar hoe valt dat te rijmen met 3.000 airconditioned kamers, 10 zwembaden, 60 shops, 12 restaurants, twintig liften, casino’s (meervoud), parkeergarages, kortom al met al één brok hoogbouwvervuiling in een stad die met airco, neon en watergebruik toch al tot de allervuilste ter wereld behoort?

Daarbij ronkt de minibarijskast in mijn kamer 24 uur non stop, kan ik de gordijnen uitsluitend elektrisch bedienen, krijg ik elke dag verse bloemen en is zelfs mijn privé cabana bij het zwembad voorzien van airco, ijskast en een automatisch mistsysteem waardoor ik op mijn ligbed in de bloedhete buitenlucht toch verfrist word. Lijkt mij allemaal toch zowel een gotspe als een contradictio in terminis.

Miljarden liters water

Maar de wereld is niet in één dag geschapen. En hij valt ook niet in één dag geheel nieuw in te richten. „Verandering kost tijd”, zegt Ken Siegel, Chief Administrative Officer (ofwel de hoogste baas) van Global Citizenship bij Starwood Hotels dat met bijna 400.000 hotelkamers tot ’s werelds grootste hotelketens behoort, „maar we werken er hard aan. We hebben verschillende programma’s lopen die erop gericht zijn zo weinig mogelijk energie te verbruiken. Denk aan gerecycled beddengoed in onze W-hotels, waterreductie (het watergebruik in onze hotels is sinds 2009 met 17% gedaald), zonne-energie, het terugdringen van papiergebruik (papieren nota’s, wc-papier), energiezuinige gebouwen en verwarmingsystemen. Starwood heeft de Make a green choice-actie, waarbij gasten in ruil voor tegoedbonnen en vouchers vrijwillig kunnen afzien van het dagelijks laten schoonmaken van de kamer. Dat levert ontzettend veel op. Vanaf 2009 deden daar 6,4 miljoen gasten aan mee die gezamenlijk miljarden liters waters hebben bespaard, alsook 1,2 miljoen kilowatt elektriciteit en 1,3 miljoen liter chemicaliën”.

Een harde conclusie uit alle verschillende eco-pogingen van hotels valt niet te trekken. Ja, de industrie werkt hard aan milieuvriendelijke omstandigheden, en nee, niet alles snijdt hout. Daarbij ligt hypocrisie en misleiding op de loer. Dat de hotelketen ITC Hotels zich trots „The greenest luxury hotel chain in the world” noemt, slaat nergens op want nergens valt dat te controleren. Dat Leo DiCaprio een luxueus eco-hotel laat bouwen op een onbewoond eiland voor de kust van Belize dat belooft geheel klimaatneutraal te zijn, is een farce, want het is alleen bereikbaar per helikopter. Ook het (volgens het hotel) groene feit dat het 1 Hotel in New York yogamatjes op de kamer heeft liggen en doorgezaagde boomstammen aan de muur heeft hangen, zet nul groene zoden aan de dijk. Dat het hotel geen papieren kranten meer fourneert en in plaats daarvan tablets, helpt wel. Net als het feit dat ik door de riksja van hotel The Mark door New York word geloodst (in plaats van in de huislimo) en dat een ingenieus systeem op de kamers van het Westin Marina Bay hotel in Singapore ervoor zorgt dat ik – ongemerkt – minder energie verbruik.

Dat dit allemaal internationaal gelijkwaardig onder één groen kwaliteitsgarantielabel kan worden gecontroleerd lijkt een utopie. „Daarvoor zijn de regels die alle landen hiervoor hanteren veel te uiteenlopend”, zegt Ken Siegel. Rest mij dus niets anders dan zelf te bepalen wat ik wel en niet zinnig vind in deze.

Braaf leg ik dan maar het don’t change my sheets-bordje op mijn bed. Thuis krijg ik immers ook niet elke dag schone lakens.