Voor 80 miljoen euro wil je niet die vrouw krijgen

Probleem bij de aankoop van twee Rembrandts door Frankrijk en Nederland samen: Maerten is meer waard dan Oopjen.

Maerten is duurder dan Oopjen. Veel duurder, denken de onderhandelaars die namens het Rijksmuseum en het Louvre praten over eigendomsvorm en beheer van de twee Rembrandts waarover eind september een compromis is bereikt. Dit compliceert een definitief akkoord.

Dat melden ingewijden die wegens de gevoeligheid van het onderwerp anoniem willen blijven. De strijd die de landen om de werken hebben gevoerd, en die erin eindigde dat beide landen 80 miljoen euro inleggen voor gezamenlijke aankoop, echoot nu na in de onderhandelingen. Het vertrouwen is niet zomaar terug.

Nederland heeft een voorkeur voor een eigendomsvorm waarbij de huwelijksportretten als één kunstwerk met twee eigenaren worden beschouwd. Dit biedt de meeste zekerheid dat ze altijd op dezelfde wijze onderhouden zullen worden. Beide landen betalen in dat geval 80 miljoen voor de helft van het tweeluik, dat zou worden ondergebracht in een Nederlands-Franse stichting.

Frankrijk heeft vanaf het begin ingezet op een constructie waarbij elk land één schilderij koopt, met de afspraak dat ze altijd samen zullen blijven. Nu blijkt dat een gezamenlijke stichting om belastingtechnische redenen moeilijk haalbaar is. Dat vergroot de kans dat Parijs hier zijn zin krijgt.

Wie koopt welk doek?

In dat geval rijst de vraag wie welk doek koopt. Het portret van Maerten Soolmans is aanzienlijk meer waard dan dat van zijn vrouw Oopjen Coppit, zegt handelaar in oude meesters Bob Haboldt. Hij is een van de weinige kenners die de werken – sinds 1877 opgenomen in de privécollectie van de bankiersfamilie Rothschild – hebben gezien. „Je wilt niet voor 80 miljoen eigenaar worden van de vrouw”, zegt Haboldt. Ruwweg schat hij Maerten op 100 miljoen en Oopjen op 60 miljoen, aangenomen dat ze een paar blijven. Als de schilderijen fysiek gescheiden zouden worden, zouden beide in waarde dalen.

Het prijsverschil komt voor een deel doordat Maerten is gesigneerd en Oopjen niet, zegt Haboldt. Volgens Rembrandtdeskundige Ernst van de Wetering, die de schilderijen niet gezien heeft maar wel gedetailleerde foto’s heeft bestudeerd, heeft dit juist geen gevolgen voor de waarde. „Bij twee werken die bij elkaar horen was het gebruikelijk om er slechts een te signeren”, zegt hij. Volgens Haboldt is het wél van belang als elk land één schilderij krijgt.

Een zeer dunne haarlijn

Verder speelt mee dat Maerten beter is geschilderd dan Oopjen, zegt Haboldt. Dat maakt hij onder andere op uit haar haarlijn op het voorhoofd. „Die is zeer dun, waardoor het lijkt of ze wat haar verliest. De haarlijn is wat hoog. Rembrandt heeft hier minder verf gebruikt, hij heeft er duidelijk minder hard aan geschilderd. Bij het schoonmaken is er wat afgegaan en dat is al eens gerestaureerd. Dat moet opnieuw.”

Van de Wetering heeft niet specifiek naar de haargrens gekeken. Wel zegt hij: „De overgang van haar naar huid hield Rembrandt bezig. Het is altijd buitengewoon moeilijk om dat deel van een schilderij te beoordelen. Vaak is dat subtiel, schetsmatig uitgevoerd, omdat haren heel dun zijn.” Maar Haboldt zegt op basis van de foto’s die hij zelf genomen heeft: „Je ziet duidelijk dat het is overschilderd.”

En dan is er nog Oopjens gezichtsuitdrukking. Haboldt: „Maerten staat fier in het schilderij en kijkt je mooi recht aan. Zij is een plain Jane, ingetogener, en minder knap. Bij hem is er bovendien een mooie lichtdonkerwerking op de achtergrond en is er meer aandacht besteed aan de vloer. Bij haar zie je gewoon minder het genie van Rembrandt.”

Over de manier waarop de doeken gerestaureerd moet worden lopen de meningen zeer uiteen. Frankrijk wil over het algemeen zo min mogelijk aan schilderijen komen, terwijl Nederland er meer op gericht is om ze in oude staat te herstellen. De restauratie zal hoe dan ook niet gemakkelijk zijn. De waslaag uit het doek dat in 1956 op de achterkant is aangebracht, dringt langzaam door de verf en de vernis heen, wat de schilderijen mat maakt. Om de impasse te doorbreken wordt nu gedacht aan een comité van internationale experts.

Rembrandtbiograaf Gary Schwartz wil niets over de werken zeggen zonder ze gezien te hebben, maar wil wel kwijt: „Het gedeelde bezit van deze top-Rembrandts eist van alle partijen dat zij tot in lengte van dagen gezamenlijk optreden, als volledig gelijke partners, in het beheer en behandeling van de portretten. Laten ze alsjeblieft daar nu mee beginnen.”