Culturele uitwisseling meet je niet af aan kijkcijfers

Vorige zaterdag las ik in De Standaard en NRC twee boeiende stukken over Vlaams-Nederlandse culturele samenwerking – over een mooie synergie gesproken, mét behoud van eigenheid.

Ironisch genoeg was er tussen beide lezingen in, op vrijdagavond, eenzelfde programma te zien waar respectievelijk 1,6 miljoen Vlamingen en 1,8 miljoen Nederlanders naar keken: de nieuwe K3. Of dit een culturele gebeurtenis is dan wel een economische, is voer voor discussie, maar het is zonder discussie een mediagebeurtenis.

Het klopt, zoals Peter Vandermeersch stelde dat Vlamingen nauwelijks nog naar Nederlandse programma’s kijken, vice versa is het nog erger. Dat is te betreuren, maar het is normaal. Immers, beide publieke omroepen zijn sterke merken in eigen land. Hetzelfde geldt voor kranten en tijdschriften. Enkel als meer Vlamingen NRC zouden lezen in plaats van De Standaard, zou ik me zorgen maken. Laten we ophouden de inderdaad soms moeizame culturele uitwisseling tussen Nederland en Vlaanderen te meten aan het bekijken, beluisteren en lezen van elkaars media. Samenwerking en integratie is de nieuwe optie. Zoals in ons theater – om een dwarsstraat te noemen – heel gangbaar is. Laten we de nieuwe tijd meten aan deze nieuwe realiteit. We kijken nog weinig naar elkaars programma’s, maar gelukkig nog wel naar elkaar, via de eigen programma’s, publicaties en podia.

Directeur Vlaams-Nederlands huis deBuren

Marike Stellinga

Banken zijn er nog lang niet

In haar column van zaterdag (7/11) verwijt Marike Stellinga mij en de PvdA „als het gaat om banken, hard te zijn op oppervlakkige zaken en zacht op fundamentele”. Dit naar aanleiding van de gunstige fiscale behandeling die banken krijgen als ze coco’s (contingent convertibles) uitgeven.

De financiële sector is natuurlijk breder dan de banken. Sommige verzekeraars staan er slecht voor. In de accountancy was de kwaliteit van controles onvoldoende en de onafhankelijkheid in het geding.

We zijn er nog lang niet. Ten eerste is het cruciaal dat bankbuffers verder worden verhoogd. Vandaar dat minister Dijsselbloem voorop loopt in Europa in het stellen van hogere eisen en dat de PvdA nog verder wil gaan.

Ten tweede moeten de Europese bankenunie en het Europese bankentoezicht verder verbeterd worden. De belangen van banken in elkaar zijn nog te groot, met het risico op verspreiding van financiële risico’s.

Ten derde is de complexiteit van financiële instellingen nog altijd veel te groot. Die moet worden verminderd. Door het scheiden van zaken- en nutsbankieren, door eenduidiger toezicht. En door het opkomende schaduwbankieren te beperken en te reguleren.

Tot slot de cultuur in de financiële sector, die nog te veel een oldboys-netwerk is. Het door de sector zelf onderschreven doel van 30 procent vrouwen in de top is ver weg. En in de bestuurskamers klaagt men dat men dat zij getoetst worden door ‘psychologes van rond de dertig’ van DNB. Ik wil dat alleen kwaliteit telt en dat betekent ook meer diversiteit en meer professionaliteit van buiten. Natuurlijk, de bonusdiscussie krijgt de meeste aandacht in de media. De meeste tijd en energie besteed ik echter aan vele andere voorstellen die bijdragen aan het gezond maken van de financiële sector, zoals hogere buffers.

Henk Nijboer Tweede Kamerlid PvdA, Financieel woordvoerder PvdA