Tien vragen voor parlementaire enquête naar de euro

De Tweede Kamer moet onderzoek doen naar de totstandkoming, de ontwikkeling en de toekomst van de eenheidsmunt. Breek het evangelie van de euro, betogen Thierry Baudet, Jort Kelder en Arno Wellens. 

Donderdag 19 november maken wij onze opwachting bij de Vaste Kamercommissie voor Financiën. Meer dan veertigduizend landgenoten steunden de burgerpetitie waarin de politiek wordt opgeroepen om een parlementaire enquête te starten naar de invoering van de euro.

In tijden van vluchtelingennood, klimaatopwarming en geopolitieke spanning ogenschijnlijk een matig getimed appèl aan politici. Maar laat niemand zich vier maanden na de laatste Griekse crisis in slaap sussen en denken dat de problemen onder controle zijn. Griekenland is niet meer dan twee procent van de Eurozone. De echte malheur in de muntunie moet nog losbarsten.

De invoering van de Europese eenheidsmunt op 1 januari 2002 was een van de meest verstrekkende besluiten uit de moderne vaderlandse geschiedenis. Maar wat begon als ambitie om vrede en voorspoed in Europa via de euro te munten, is verworden tot splijtzwam waar we niettemin blindelings aan vast houden – ongeacht de kosten.

De risico’s zijn beangstigend en de bedragen huiveringwekkend. Voor zover we kunnen afgaan op cijfers – alweer daterend van vóór de laatste steunronde à 85 miljard euro – zijn de totale Nederlandse kosten (volgens de Rekenkamer) minimaal 137 miljard euro. De Miljoenennota 2015 heeft zelfs over 155 miljard euro. Bij deze bedragen vallen de beweende bezuigingsmaatregelen van de afgelopen jaren in het niet.

Wat begon als politiek idealisme – één continent, één beschaving, één munt – is ontaard in financieel-economisch avonturisme. Een debat over feiten blijkt nauwelijks mogelijk: de euro is een quasi-religieus project, een evangelie.

Wij breken met dat gesloten denken. We willen de waarheid boven tafel. Is de euro in ons voordeel, in ons belang? Is het in het belang van de andere Europese landen? Zo nee, waarom gaan we er nog mee door?

De Tweede Kamer, onze volksvertegenwoordiging, moet fundamenteel onderzoek doen naar de totstandkoming, de ontwikkeling en de toekomst van de eenheidsmunt. Waar het parlement zich - terecht - een leeuw toont bij calamiteiten rond de bouw van een tunnel of een trein, mag ze geen lammetje zijn als het gaat om de surrealistische bedragen waarmee het in stand houden (eufemistisch aangeduid als de ‘redding’) van de euro, gepaard gaat. Wie blaft over miljoenen, moet bijten bij miljarden. Vandaar alvast een tiental vragen voor onze volksvertegenwoordigers.

1990-1992: Voorbereidingsfase

1 | Wat was bekend over de financiële en economische risico’s die de euro met zich meebracht?

2 | Wat was bekend over de soevereiniteitsoverdracht die het in stand houden van de euro op termijn zou vereisen? Werd intern gesproken over toekomstige controlemechanismen op uit de hand lopende staatsfinanciën, op noodfondsen als het ESM, op een bankenunie, een begrotingsunie en harmonisatie van wetgeving? Zo ja: waarom werden deze gesprekken niet met de kiezers gedeeld?

3 | Bestond er een achterliggende agenda om, via de euro, een politieke unie te forceren?

4 | Zijn Nederland gunsten verleend of beloftes gedaan – bijvoorbeeld over een toekomstig voorzitterschap voor R.F.M. Lubbers van de Europese Commissie – indien ingestemd zou worden met het opgaan van de gulden in de euro?

1997-2001: Invoeringsfase

5 | Kende men het werk van Nobelprijswinnaar Robert Mundell, die stelt dat de eurozone, vanwege de enorme politieke en culturele diversiteit, geen ‘optimal currency area’ is en dat zij dús geen stabiele en economisch gunstige muntunie kan worden?

6 | Leidde de invoering van de euro tot koopkrachtverlies in Nederland, ook al omdat de gulden een ongunstiger ruilvoet ten opzichte van de euro kreeg dan de Duitse Mark?

7 | Hoe is het mogelijk dat tal van zuidelijke landen, waaronder Griekenland en Italië, niet aan de toetredingscriteria voldeden maar tóch mochten toetreden?

8 | Wist men, of had men kunnen weten, dat het ‘handhavingsmechanisme’ onvoldoende was om deze landen binnen boord te houden? Was het wel verantwoord om de euro tóch in te voeren?

2008-heden: Huidige crisis

9 | Nederland staat garant voor hulpprogramma’s om euro en bankwezen te redden. Van het EFSF (maximaal 188 miljard euro) tot het ESM (max. 624 miljard euro), van de ECB- balans tot de leningen van het IMF. Hoe zijn die risico’s beperkt? En mocht hier sprake zijn van biljoenen voor citroenen, hoeveel is de Europese gedachte ons dan waard? Kunnen we daar een keer een feitelijk debat over hebben?

10 | Op het hoogtepunt van de Griekse crisis stelde minister De Jager een geheime werkgroep in, die noodscenario’s uitwerkte. Minister Dijsselbloem heeft die werkgroep opgeheven, hoewel de situatie in de eurozone allesbehalve stabiel is. Mogen wij van de De Nederlandsche Bank en/of het ministerie van Financiën weten met welke kosten zij rekenen voor in- of uittreding uit de euro? 

Er zijn de afgelopen jaren talloze publicaties geweest over de kosten van de euro- in (semi)wetenschappelijke uitgaves, in journalistieke media en in rapporten van de Rekenkamer. Met het recht van enquête beschikt de Tweede Kamer echter als enige over het middel om de waarheid boven tafel te krijgen. Juist op de plek waar ooit de euro bijna Kamerbreed werd geaccordeerd, past nu een serieuze analyse over de gevolgen.

Omdat Brusselse besluiten vaak onder grote tijdsdruk genomen worden, en omdat er op Europees niveau een groot democratisch tekort bestaat, is een parlementaire enquête het geëigende middel om een dergelijke onderzoek te doen. Het is niet onze bedoeling zo’n parlementaire enquête te versmallen tot het aanwijzen van schuldigen; wij willen juist verdiepen om tot inzicht en oplossingen te komen. Dus, heren en dames parlementariërs, neem u zelve en de democratie serieus: enquêteer!