Stommiteiten met muizen zijn extra erg

De fysiologie van zoogdieren is in grote lijnen gelijk. En van dat interessante feit worden helaas ieder jaar miljoenen muizen de dupe. Tenminste, de bijzondere tak van de muizenfamilie die door de mens in laboratoria wordt gekweekt en gebruikt voor allerlei experimenten. En dan nog vaak alleen de mannetjes. Vrouwtjes zijn vaak te ingewikkeld.

Er is veel verbeterd in dierproeven, maar dit noodzakelijke kwaad is nog altijd een pijnlijk onderdeel van het wetenschappelijk onderzoek. Geregeld ontvangen we reacties van lezers die er schande van spreken.

In een interessant stuk verderop in de bijlage beschrijft Sander Voormolen nu de onverwacht grote beperkingen van het muizenonderzoek. Heel zuur is dat door de noodzakelijke ethische toetsing in experimenten vaak te weinig muizen worden gebruikt om statistisch relevant te zijn. Dat is pas echt een zinloze dood. Afgelopen decennia ging het in dierproefland om de drie v’s: verfijning, vermindering en vervanging. In die strijd is de wetenschappelijke kwaliteit een beetje vergeten. Het gebrek aan voorafgaand literatuuronderzoek en geblindeerd testen is werkelijk genant. Overal worden fouten gemaakt, maar als er levende wezens gebruikt worden, zijn dit soort stommiteiten wel heel erg. Verderop in de bijlage spreekt ook de beroemde epidemioloog Ioannidis zich fel uit tegen wetenschappelijke slordigheden.