Column

Stiekemgate en de ontmaskering van een hele politieke generatie

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: Stiekemgate en de rol van deze generatie politieke leiders. Ofwel: hoe uit een kleinzielig conflictje een heus politiek schandaal werd geconstrueerd.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Stop de persen, mensen. Er wordt gelekt in Den Haag. Echt waar. Die politici zeggen het één, doen het andere, en verlagen zich daarna zomaar tot achterommetjes. Dan geven ze geheime informatie aan verslaggevers omdat ze in de Kamer hun gelijk niet kunnen halen. Wat een schandaal. Niet te geloven. Schandaal van de eeuw.

Ik weet niet hoe het u verging – maar zelf leek de berichtgeving over de gelekte details uit de commissie-stiekem me deze week nogal zwaar aangezet.

Ieder zijn stijl, ik weet het. Een Kamercommissie die mogelijke ambtsmisdrijven van fractievoorzitters moet onderzoeken is geen alledaagse kost. Ook waar.

Maar veel berichtgeving en duiding deden me denken aan die loterijreclames: hoofdprijs! bingo! – totdat je de envelop openmaakt.

Want welbeschouwd bleven van de zaak zelf, als je alle mediaopwinding voorbij was, alleen bijna-feiten over. Het Openbaar Ministerie had, na een summier vooronderzoekje, één of meer fractievoorzitters gevonden die „in beeld” waren als mogelijk lek uit de commissie-stiekem, voorjaar 2014.

In beeld. Ik vroeg in kringen van de magistratuur wat dat eigenlijk betekent – in beeld.

De beste uitleg die ik kreeg is dat het ‘diendertaal’ is. Een wijkagent ziet Meneer X met een bekende crimineel in het café zitten en zegt tegen de collega’s: Meneer X is bij mij ‘in beeld’. Ofwel: zou kunnen dat die X niet deugt. Teruggebracht tot zijn juridische betekenis, vertelde een voormalige magistraat me, komt ‘in beeld’ neer op: een eerste aanwijzing van mogelijke betrokkenheid.

Een drievoudig voorbehoud dus: driemaal misschien. En ik zal niet zeggen dat dit geen schandaal wordt – je weet het nooit, en genoeg ingrediënten – maar voorlopig zijn we niet verder dan het ontwerp van het persbericht waarmee ze het schandaal later misschien aan kunnen kondigen.

En ik weet niet wat uw voorkeur is, maar zelf vind ik het wel handig als we over een schandaal praten wanneer het zich ook daadwerkelijk voordoet.

Het viel me deze week trouwens ook op dat er wel veel over dat lekken werd gepraat, maar dat het blijkbaar te veel moeite was het artikel terug te lezen waar de hele zaak om draait.

NRC-collega Derk Stokmans, een man met een jaartje of tien ervaring in de politieke journalistiek, schetste 18 februari 2014 in de krant wat zich december 2013 en februari 2014 in de commissie-stiekem voordeed – de commissie waarin de fractievoorzitters over het inlichtingenwerk praten.

Het stuk laat zien dat Stokmans barstte van de bronnen – hij kende de feitelijke gang van zaken in de vergaderingen én wist waarom aanwezigen, oppositie- en coalitiepolitici, die gang van zaken verschillend interpreteerden.

Dus slimmeriken die deze week op tv en elders speculeerden wie Het Lek was, lieten zich pijnlijk in de kaart kijken: als ze Stokmans’ stuk hadden gelezen, dan hadden ze geweten dat er talrijke lekken moesten zijn geweest. (For the record: wie dat waren heeft Stokmans me nooit verteld.)

Het stuk zelf kwam erop neer dat het kabinet december 2013 - nogal summier en erg terloops – binnenskamers aan ‘Stiekem’ meedeelde dat minister Plasterk (Binnenlandse Zaken) de maanden ervoor onzin had verkocht.

Hij beweerde toen dat Nederland niet aan grootschalige verzameling van telecomdata deed – terwijl Nederland dit, net als de VS, juist wel deed.

Plasterks demasqué volgde pas toen hij februari 2014 door een rechtszaak werd gedwongen die feiten alsnog publiek te maken. Het Kamerdebat daarna was erg pijnlijk voor de PvdA-minister. Namens de voltallige oppositie diende Pechtold (D66) een motie van wantrouwen in omdat Plasterk de Kamer niet tijdig over zijn vergissing had geïnformeerd.

De motie werd verworpen, maar de ruzie begon: Samsom verweet de oppositie, Pechtold voorop, dat ze de eerdere gang van zaken in ‘Stiekem’ negeerde. Stokmans’ stuk verscheen kort hierna, de ruzie escaleerde – en het eindigde ermee dat ‘Stiekem’-voorzitter Halbe Zijlstra (VVD) namens de commissie aangifte deed van lekken.

Goede politici verstaan de kunst van conflictbeheersing: het is de essentie van hun vak. Maar deze fractievoorzitters, een teken des tijds, besloten hun conflict via het Openbaar Ministerie voort te zetten. Dus de vraag is waar deze affaire nu echt om draait: over politici die staatsgeheimen lekken dan wel politici die hun fitties niet kunnen bijleggen?

Natuurlijk – je kunt verkondigen dat uit de commissie-stiekem nooit (nooit) gelekt mag worden. Dat het belang van een staatsgeheime omgang met inlichtingenwerk sowieso niet geschonden mag worden. Als dat zo is, moet die commissie maar eens uitleggen waarom na andere lekkages uit ‘Stiekem’ geen aangifte volgde. Ik ben benieuwd.

Ook heb ik trouwens niet de indruk dat de belangen van de staat erg kunnen zijn geschaad door de NRC-publicatie: er werden hier niet zozeer staatsgeheimen maar politieke geheimen onthuld.

Er komt bij dat voor een Haagse verslaggever bijna niets zo vreemd is als politici die klagen over lekkende politici. Iedereen die langer dan een maand in Den Haag rondloopt weet dat de politicus net zo makkelijk een motie indient als informatie lekt.

Dus: wat zagen we deze week nou eigenlijk – een schandaal of de constructie van een schandaal?

Misschien kwam het wel hierop neer: dat zich in feite de ontmaskering van een hele politieke generatie aan ons oog voltrok. Een groep fractievoorzitters en politiek leiders die onderling zo wantrouwend is, en over zo weinig bindend vermogen beschikt, dat ze het hele politieke metier naar beneden haalt. Er zijn uitzonderingen – Rutte, Asscher, Buma – maar de meesten kennen te veel zwakke momenten waarop ze hun eigen conflictjes hoger aanslaan dan het algemeen belang dat zij geacht zijn te dienen.

Er komt bij dat zij steeds meer maatschappelijke instituties bij die conflictjes betrekken. Het OM mocht het ervaren via de aangifte van de commissie-stiekem. Ook het opereren van de journalistiek wordt probleemloos aan dit soort belangetjes opgeofferd.

Je kon deze week allerlei politici zonder ironie horen afgeven op lekkende collega’s. Maar ik heb er niet één gehoord die zei: doen wij er wel goed aan, nu wij elkaar niet meer vertrouwen, het werk van journalisten te compliceren?

Ook dit is geen incident. Naar verwachting in december verschijnt het rapport van de commissie-Oosting over de ‘Teevendeal’, waarbij crimineel Cees H. 4,7 miljoen euro kreeg uitbetaald van het OM. Nadat Nieuwsuur dit bedrag onthulde, moesten de bewindslieden Opstelten en Teeven aftreden. Maar toen de Kamer afdwong dat er onderzoek naar die zaak kwam, zorgde het kabinet ervoor dat de rijksrecherche de bronnen van journalisten in beeld probeerde te krijgen.

Ook was het trouwens van geen geringe ironie dat uitgerekend het presidium van de Tweede Kamer deze week de procedure moest ontwerpen om mogelijk lekkende fractievoorzitters op te sporen. In datzelfde presidium zijn de relaties al jarenlang bedorven, reden waarom ook uit dit gremium zoveel informatie lekt.

Maar geen nood: ditzelfde presidium kwam donderdag ‘eendrachtig’ tot het principebesluit een onderzoekscommissie in te stellen die in drie maanden moet bepalen welke fractievoorzitters hebben gelekt. Het kleinzielige conflictje van een kleine twee jaar terug is hiermee, op basis van wat aanwijzingen, alsnog in het voorportaal van een strafrechtelijk onderzoek gebracht.

En zelfs dat werd meteen gepolitiseerd: het gaat er nu niet meer om, vertelde een politieke prominent me vrijdag, of de schuld van zo’n fractievoorzitter bewezen wordt.

Het is nu alleen nog maar nodig dat een fractievoorzitter met dit lekken in verband kan worden gebracht – want dan, zei de prominent, is de positie van die politiek leider onhoudbaar.

Kortom: er is helemaal geen schandaal meer nodig om er toch een schandaal van te maken. Een aanwijzing voor een schandaal is nu al genoeg.

Het is de perverse logica van een generatie politici die voornamelijk nog met andere politici bezig is.