Opinie

    • Bas Heijne

Respect

Ik dacht dat ik gek was – terwijl het nieuws overheerst wordt door scheldende meutes met hysterische spandoeken, sociale media dagelijks ontploffen van woede en uitwaaieren in honderd tinten gekwetst en beledigd, valt mij op straat steeds opnieuw op hoe vriendelijk iedereen is. Huh? Hartelijke bediening in winkels en horeca, behulpzaam personeel, genereuze passagiers in overvolle treinen, glimlachende gezichten achter het loket, dit kan niet waar zijn. Er is immers geen aanleiding voor opgewektheid – een vluchtelingencrisis, een politieke klasse en een bijbehorende journalistiek die zich alleen nog met zichzelf bezig lijkt te houden (wie is de Mol?), een onzekere toekomst en een heden dat akelig veel op de jaren dertig begint te lijken.

Mijn indruk moest wel een indruk van niks zijn. Of ik werd een beetje zacht in mijn hoofd. Niet iets waar ik lezers mee lastig wil vallen.

Maar deze week werd mijn indruk gestaafd door cijfers. Onze nationale humeur blijkt echt verbeterd: „De Nederlandse bevolking voelt zich met meer respect behandeld dan zes jaar geleden.” Ik ook! Het Centraal Bureau voor de Statistiek publiceerde cijfers over 2014 en stelt vast dat een op de vijf Nederlanders zich weleens op straat respectloos behandeld voelt. In 2008 was dat nog een op de vier. Op straat, in het openbaar vervoer, door personeel in de winkels als door overheidsinstanties is het betoonde respect toegenomen. De grootste daling is het gebrek aan respect door personeel van winkels of bedrijven – namelijk van 23 procent naar 16 procent. We zijn er nog lang niet – „niet-westerse allochtonen” ervaren zowel in de privésfeer als op straat vaker gebrek aan respect. Ook homo’s voelen zich op straat nog vaak respectloos behandeld.

Maar de opleving in ons nationale humeur is onmiskenbaar. Een woordvoerder van het CBS in de Volkskrant: „Misschien wordt de samenleving gewoon een stukje vriendelijker.”

Het is allemaal een kwestie van „de ervaring en het gevoel van mensen” – dus wat moet je ermee? Maar toch. Trekt het zuur ongemerkt uit onze samenleving? Dat zou te denken moeten geven. Want de cijfers van het CBS – net als die van de onmiskenbaar almaar dalende misdaadcijfers – vormen een schril contrast met het beeld van Nederland dat dagelijks via de media tot ons komt.

„Konden we de media maar een week uitzetten.” Dat zegt de gevierde Amerikaanse schrijfster Marilynne Robinson deze week tegen Barack Obama, in een prachtig tweegesprek dat de New York Review of Books afdrukte. Robinson worstelt met hetzelfde ongemak – tijdens signeersessie ziet de schrijfster een heel ander Amerika dan in de media. Ze ontmoet louter mensen die zich wel degelijk verantwoordelijk voelen voor de samenleving waar ze deel van uitmaken. Deze mensen komen zelden in beeld. Hoe kan dat? Waarom rijst in de media zo’n ander beeld op dan je op straat tegenkomt? Volgens Robinson ondermijnt dat het idee van een goedwerkende democratie, omdat gevoelens van miskenning en wrok worden aangejaagd.

Ik vind Robinson te sentimenteel en onwerelds. De media de schuld geven is gemakkelijk, ze vergrootten zeker incidenten uit en jagen stemmingen aan – maar al die emoties worden niet door hen uitgevonden, ze zijn wel degelijk al aanwezig in de samenleving zelf. Van de dalende misdaadcijfers wordt keurig verslag gedaan, alleen heeft niemand het erover. Te saai. Daarbij schuilt in zelfs de meest verantwoordelijke burger een hoop kleinzieligheid en potsierlijk pathos. Zoek, zeg maar, de Jan Roos in jezelf.

Misschien gaat het om het verschil tussen respect en vertrouwen. In het dagelijkse leven zie je de vriendelijkheid toenemen, dat maakt de sociale omgang een stuk prettiger. Vertrouwen gaat veel dieper, vertrouwen brengt risico’s met zich mee. En het is wantrouwen dat door de media jaagt; misbruik, leugens, privilege, hypocrisie, bedreiging, corruptie. Wie durft een ander dan nog te vertrouwen?

Aan het einde van het gesprek met Robinson slaat Obama de spijker op zijn kop. Wil een democratie functioneren, zegt hij, dan zul je in beginsel moeten uitgaan van de goede bedoelingen – goodness – van anderen. Dat is niet enkel een voorwaarde voor een ware democratie, maar voor het goede leven zelf. „Af en toe zul je teleurgesteld worden, maar vaker zal je vertrouwen bevestigd worden.” Slappe, hopeloos naïeve kost? Ik wou dat ik het één Nederlandse bestuurder hoorde zeggen.

    • Bas Heijne