Olifanten blazen lekkers naar zich toe

Tekening Irene Goede

De herfst is het seizoen van de bladblazers. Mannen van de gemeente blazen de bladeren van de stoep. De bladblazers loeien, en ze stinken naar uitlaatgas. De mensen klagen. Tsja, ze zouden nog veel harder klagen als alle bladeren op straat bleven liggen. Bladblazen is nou eenmaal niet het allerleukste werk.

Maar bladblazen wordt ineens een feest als olifanten het doen. Olifanten kunnen ontzettend mooi bladblazen. Dat hebben biologen in Japan ontdekt. In een dierentuin wonen daar twee Aziatische olifanten. Het zijn twee vrouwtjes die Mineko en Suzuko heten. Ze blazen blaadjes, ze blazen bamboe, ze blazen hooi en appels en aardappels. Alles wat ze lekker vinden, blazen ze naar zich toe.

Iets naar je toe blazen is veel knapper dan iets wegblazen. Probeer het maar eens met een rietje en een pingpongbal op tafel. Als je wil dat de bal naar je toe rolt, moet je er overheen blazen.

De olifanten hebben dat ontdekt. Ze wonen in een verblijf met een lege gracht eromheen. Als er iets lekkers in de gracht ligt, gaan op het randje van de gracht staan en blazen het eten naar zich toe tot ze erbij kunnen. Vooral Mineko kan het erg goed. Slordig neergegooide bladeren blaast ze netjes op een hoop. Daarna pakt ze grote happen met haar slurf.

Suzuko blaast soms verkeerd. Het blazen kost haar moeite. Als ze een stukje heeft geblazen, gaat ze op één poot over de gracht hangen om het eten met haar slurf op te vissen. Dat ziet er een beetje gevaarlijk uit. De biologen denken dat Suzuko het bladblazen van Mineko heeft geleerd. Ze moet nog even oefenen!