Nog één dakkapel

Een verbouwing is vaak een ingewikkelde onderneming, met hoge rekeningen en echtelijke ruzies als gevolg. Een bouwbegeleider kan veel leed voorkomen.

Verbouwen. Een goed gespreksonderwerp. Het hele huis vol stof. De tuin een modderige opslag voor bouwmaterialen. De keuken terug naar de leverancier: paste niet. Of erger: de steunbalk bij een verkeerde manoeuvre door de buitenmuur geschoten. Een omgekiepte teil water van de stukadoors door het plafond van de benedenburen leeg gestroomd...

Je kunt je de ruzies thuis vaak moeiteloos voorstellen. Hoe de ene partner op de andere foetert bij elke tegenslag. Hoe de een met een verbeten gezicht aan het stofzuigen slaat; de ander juist de deur achter zich dichttrekt. In de New York Times noemde een echtscheidingsadvocaat laatst een verbouwing riskanter voor een huwelijk dan overspel.

Hij sprak over het opknappen van miljoenenappartementen waarin geen tegeltje scheef mag zitten. Een overzichtelijke ingreep als het plaatsen van een dakkapel of aanbouw is wat anders. Toch, waarom dat verbouwen?

„Omdat mensen wonen belangrijk vinden”, zegt Peter Boelhouwer, hoogleraar huisvestingssystemen aan de TU Delft. Als mensen extra geld hebben, blijkt uit enquêtes, dan besteden ze dat na sparen en kinderen, het liefst aan wonen.

Daar komt bij dat de Nederlandse woningmarkt ‘dynamisch’ is. „Mensen maken in Nederland een wooncarrière.” De overheid stimuleert mensen om jong een huis te kopen, en dankzij het relatief grote aanbod van betaalbare eengezinswoningen – „het middensegment” – verhuizen ze daarna weer, vaak meerdere keren. Geregeld brengt dat een opknapbeurt, nieuwe keuken of andere ingreep mee.

Dat de woningverkoop de laatste jaren halveerde, heeft die knutselwoede beïnvloed, maar niet hard ingeperkt. „Acht jaar geleden verbouwden mensen hun huis soms om het in waarde te laten stijgen”, zegt Ivo de Rooij, aannemer in Abcoude. „Een aanbouw zorgde voor extra vloeroppervlak bijvoorbeeld en vierkante meters tellen. Het huis was een belegging, maar dat is voorbij. Nu zie je vaker verbouwingen die het wooncomfort vergroten. Kleinere, overzichtelijke projecten.”

En paradoxaal genoeg kan verbouwen juist slim zijn als het huis ‘onder water’ staat, voegt Boelhouwer toe. Heb je eigen geld, dan kun je dat in zo’n geval vaak beter in een uitbreiding of opknapbeurt steken, dan te verhuizen met een restschuld. De uitspraak van de echtscheidingsadvocaat uit New York herkennen Boelhouwer en De Rooij niet. Boelhouwer: „Aan je huis werken is toch ook leuk?”

Plaatjes op social media

Home sweet home, zeggen de Engelsen. Zij begonnen met de huis-en-tuintelevisieprogramma’s die de ideeën over wonen veranderden. Keek je vroeger bij de buren over de schutting om te weten met welk bankstel je er zo ongeveer wel bij hoorde – ‘could keep up with the Joneses’, zoals die andere Engelse uitdrukking luidt –, nu kun je putten uit tv-beelden, woonbladen, plaatjes op social media….

Alleen: tussen droom en werkelijkheid staat die verbouwing. En heeft die meer voeten in de aarde dan een dakkapel of aanbouw aan de keuken, dan is het vaak een huiveringwekkende onderneming.

Wat betekenen de stelposten op de begroting? Hoe vertaal je een bouwtekening naar het plaatje in je hoofd? Weet de aannemer wat hij doet als hij dat muurtje eruit mept? Zal de verwarming straks werken?

Communicatie is het sleutelwoord, zegt De Rooij. Dat begint al voor de verbouwing: met je partner of jezelf. Wat wil ik? Wat niet? En: wat kan en wat niet – omdat het te duur wordt bijvoorbeeld, of omdat het niet bij het huis past. Voor een eerste appartementje in de stad is het allicht overdreven om alle muren opnieuw uit te lijnen zodat tegels en stuc perfect in het gelid komen.

Mensen willen graag meer dan ze kunnen betalen, zegt De Rooij. „Het is als met een auto kopen. Je wilt een auto van 10.000 euro en komt van de garage met eentje van 12.000. Mensen worden lekker gemaakt of willen gaandeweg de verbouwing meer extra’s, en dan geven ze soms later hun aannemer de schuld. Die aannemer zegt dan: jij wilde het toch zelf?”

Voor hem is het daarom de kunst om de wensen vooraf goed boven water te krijgen. Niet per se makkelijk. „De een legt het perfect uit, terwijl je bij de ander denkt: wat wil je nou? Maar als aannemer ben je de handen van de klant, en moet je dus weten wat de klant voor ogen staat.”

Hij baseert het bouwplan op dat wat mensen het belangrijkste vinden, wat ze echt willen, zegt De Rooij. „En ik stuur elke twee weken een tussenfactuur zodat mensen weten waar ze staan. Zo kunnen ze stukje bij beetje besluiten of ze inderdaad meer willen.” Toch die dure radiatoren, of de wc meenemen in de opknapbeurt bijvoorbeeld.

Overzicht bieden door gefaseerd werken, noemt hij dat. „En sommigen willen elke dag even praten, terwijl anderen liever op vakantie gaan tijdens de klus. Maar dat vind ik juist leuk. Je moet een beetje psycholoog zijn.”

Intussen blijft begroten het moeilijkste wat er is. Niet als je palen in een stuk grond slaat en een heel nieuw huis bouwt. Dan is alles klip en klaar. „Maar in oude huizen in de stad kom je altijd wel wat tegen. Je trekt de plafonds weg en ... Je kunt een huis vooraf nooit helemaal doorgronden.” Tegelijk: tegenvallers zijn minder erg, als de rest helder is.

Bouwbegeleider

Dat klinkt ideaal, zegt Sjoerd Schuit. Punt is alleen: lang niet alle particulieren kennen hun aannemer via mond-op-mondreclame. Schuit: „Als je iemand verder niet kent, bijvoorbeeld omdat je aannemers van internet hebt geplukt, dan is het sowieso lastig erop te vertrouwen dat alles goed zal lopen. En communicatie is het niet sterkste punt van de meeste aannemers.”

Schuit is interieurarchitect en bouwbegeleider in Amsterdam. Zulke begeleiders waren bij grote bouwprojecten al langer gangbaar en raken nu ook bij particulieren in zwang. Zijn rol, zegt Schuit, is om voor rust te zorgen tijdens de verbouwing en voor een groot deel misverstanden door miscommunicatie te voorkomen.

Tor op zekere hoogte lijkt Schuit’s werk op dat van een architect. Ook die helpt bij het uitwerken van bouwplannen; ook die helpt vaak een aannemer kiezen en begeleidt de bouw.

Aannemer De Rooij, die liever zonder „zo’n extra laag” werkt, wijst op de nadelen die daar soms aan kleven. „Sommige architecten kiezen een aannemer op zijn scherpe prijs. Maar is de prijs te scherp, en er wordt met tegenzin gewerkt, krijg je de rekening zo soms op een andere manier terug.”

Schuit ziet juist de voordelen. Aannemers zijn vaak conservatief, zegt hij. Ze willen niet aan nieuwe oplossingen. Hij noemt een dakopbouw waarin glas op glas verlijmd werd – met prachtig effect. „Kan niet, zei de aannemer vooraf. Maar het kon wel, en ook de aannemer was er later blij mee. Terwijl: een particulier zou het allang afgeblazen hebben na al die tegenwerpingen.” Omdat Schuit geen architect is, gaat hij in zo’n geval te rade bij architecten, constructeurs of leveranciers.

Zo communiceert Schuit voortdurend. Hij helpt, dat eerst, wensen in concrete plannen te vertalen en oplossingen te bedenken. Helpt bouwtekeningen te interpreteren – stroken die met de bedoeling? – en offertes te beoordelen. Vraagt zonodig bouwvergunningen aan; maakt met de aannemer een strakke planning, en houdt daarna in de gaten of die wordt gevolgd. Intussen spreekt hij zoveel mogelijk vaste prijzen af. „Dat kan, als je vooraf alles gedetailleerd vastlegt.”

Dankbaar werk is dat niet per se. „Mijn vorige baas is aannemer geworden. Hij had er genoeg van dat mensen vroegen wat zijn bijdrage als begeleider was geweest, wanneer alles goed was gelopen. En hem slecht werk verweten, wanneer iets mis was gegaan.”

Zelf vindt hij het nog steeds fijn. „Laatst gingen klanten met een aannemer in zee, onder voorwaarde dat die anders zou communiceren”, vertelt hij. „De aannemer had al bij de eerste plannen van allerlei onderdelen gezegd dat ‘het zijn keuze niet zou zijn’. Zo maak je mensen die toch al huiverig zijn, helemaal onzeker.”

En? Die aannemer leverde prachtig werk en, trouwens, die mensen zijn ook nog gelukkig samen.