‘n Revolutie in vier jaar

Vier jaar. Zo lang duurt het om uit het niets een grote maatschappelijke verschuiving teweeg te brengen in Nederland. Het was 2011 toen Quincy Gario werd gearresteerd bij de landelijke intocht in Dordrecht en het Zwarte Pietdebat losbarstte. Vier jaar later heeft eenderde van de basisscholen geen Zwarte Piet meer. Een flink aantal gemeenten hebben nu roetveegvarianten rondlopen bij de intocht. En bij het Sinterklaasjournaal is de zwarte roet op. En dan het bedrijfsleven. Beeldvormers bij uitstek. Als je ernaar vraagt, zoals deze krant deed, roepen ze in koor dat Zwarte Piet absoluut niet uit het assortiment is verdwenen. Maar sla een reclamefolder open van een Nederlandse speelgoedwinkel en je ziet dat er wel degelijk iets is veranderd. Zwarte Pietjes vind je her en der nog op snoepgoed, maar verder is hij geruisloos uit het commerciële beeld van HEMA, Intertoys en Blokker verdwenen. Stond er in 2011 nog een zwart geschminkte man met getuite knalrode lippen op de voorpagina van de Bart Smit-folder zich te verbazen over alle korting, nu is dat ondenkbaar. Die folder is hopeloos ouderwets geworden.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik dacht dat zoiets decennia zou duren. Dat er eerst een halve burgeroorlog aan vooraf moest gaan. Maar ik had geen rekening gehouden met de zwijgende, anonieme, winkelende meerderheid. Er bestaat een grote groep Nederlanders die niet schreeuwen op Facebook of in talkshows of op Twitter, die geen zin hebben in ophef maar wel in gezelligheid. Voor hen (en voor mij) heeft Zwarte Piet kennelijk iets vreemds gekregen, iets ongepasts, iets ouderwets. Iets waardoor hij niet meer op de voorpagina van folders thuishoort.

Fascinerend hoe zo’n maatschappelijke verschuiving zich voltrekt. Hoe Den Haag zich er bijna volledig buiten heeft weten te houden. Het is een geschenk dat Rutte zich er, op wat onnozele opmerkingen na, niet mee heeft bemoeid. Zolang er geen echte mensenrechtenschending of andere onrechtvaardige situaties plaatsvinden, hoort Den Haag zich niet te mengen in discussies over hoe een volksfeest gevierd moet worden. Zo’n imagoverandering van Zwarte Piet – van ‘doodnormaal’ naar ‘beetje vreemd’ naar ‘ronduit racistisch’ – die momenteel in de hoofden van burgers plaatsvindt, moet niet met geweld worden opgelegd. Zoiets moet organisch ontstaan. Dit was ontvlambaar materiaal. Het Zwarte Pietdebat had alles in zich om een gat te slaan tussen volk en staat. Maar dat gebeurde niet. Niemand kan zeggen ‘hullie in Den Haag’. Deze revolutie kwam uit Nederland zelf. Eerst waren er de activisten, driftig en onredelijk, zoals activisten horen te zijn. Daarna waren er de juristen van het Amsterdams gerechtshof en de VN. Maar uiteindelijk komt de echte verandering van anonieme basisschoolleerkrachten, voorzitters van winkelverenigingetjes en bestuurders in gemeentes als Gorssel en Wassenaar. Uiteindelijk zijn het de marketingtypetjes van Blokker en de vormgevers van de HEMA-folder die Zwarte Piet veranderen. Gewone Nederlanders met banen, die doen wat ze goed lijkt. Die de tijdsgeest proeven. En die besluiten dat Zwarte Piet aan verandering toe is.

Het is prachtig als het zo gaat. En zo moet het weer gaan. Want het bedrijfsleven kan nog meer betekenen voor niet-witte Nederlanders, die met te grote regelmaat tegen racisme of ander onrecht aanlopen. Afgelopen week verschenen in deze krant zes portretjes van InHolland-studenten, die geen Jasper of Suzanne heten en er ook niet als Jasper of Suzanne uit zien. Vrolijke types, die de toekomst positief inzien, die geen last zeggen te hebben van hun huidskleur. U kent het wel: gewone Nederlanders, de anonieme zwijgende winkelende meerderheid. Het enige waar ze bijna zonder uitzondering last van hebben: een baan vinden. En dat begint bij hun naam en uiterlijk. Rowayda Alshaibahs neefjes, die de Vries heten en geen hoofddoek dragen, vinden makkelijker een baan. Othman solliciteert ook weleens met de naam “Jochem” want die mag vaker op gesprek komen. Maar in Nederland hoort je CV nu eenmaal een naam én foto te hebben. Die foto is in de VS al ondenkbaar.

Als Zwarte Piet ons iets leert, is dat je ongeschreven regels met zijn allen kunt herschrijven. Er is een groepje anonieme managers van Philips, KLM en Unilever voor nodig die op een dag besluiten dat een foto geen onschuldige manier is om je CV een persoonlijk tintje te geven. En dat een naam geen neutrale informatie is, maar een ongewenste onnodige toevoeging. Op een dag worden we wakker en is anoniem solliciteren de norm geworden; zonder dat iemand dat heeft opgelegd, maar gewoon omdat de tijdsgeest is veranderd. Het kost een paar jaar, maar het kan.