Het is niet uit te leggen dat een middel minder mag kosten als de ziekte vaker voorkomt

De discussie over geld in de curatieve gezondheidszorg raakt in een stroomversnelling. De vraag dringt zich daarbij op wat is de moeite waard in termen van medische waarde en financiële waarden. Wat het mag kosten is een politieke discussie omdat wij in ons systeem van solidariteit van mening zijn dat als een middel moreel zinvol is het of voor iedereen (betaalbaar) of voor niemand (onbetaalbaar) beschikbaar moet zijn.

Dat er nu druk op de financiering komt heeft niet zo veel te maken met wat een product in termen van prijs per gewonnen levensjaar mag kosten maar meer met het totale beslag van kosten (hoeveel mensen gaan het krijgen), zo blijkt het. Want wij als beroepsgroep vergoeden al jaren hele dure middelen die meer dan 300.000 euro per jaar kosten per persoon, en dat gedurende vele jaren lang (ziekte PNH; middel Eculizumab). Dit is een zeldzame ziekten, dus op de begroting merk je het niet. Wat een patiënt niet moet kunnen begrijpen – en ik eerlijk gezegd ook niet - is dat als een ziekte zeldzaam is dat er veel kan, maar als een ziekte vaker voorkomt er blijkbaar ander criteria gelden bij de autoriteiten die er over gaan – een middel tegen kanker wordt afgewezen door het Zorginstituut omdat het 150.000 euro per jaar kost (NRC, 6 november). Een levensjaar is toch een levensjaar? Wie in Nederland gaat het lukken om de criteria helder te krijgen? Want helderheid is dringend gewenst.