Klimaattop: te belangrijk om uit te stellen

Van Obama tot Poetin tot Xi: zo’n honderd wereldleiders komen over twee weken naar Parijs voor de klimaattop. Een veiligheidsnachtmerrie. Maar Parijs laat het voorlopig doorgaan.

De aanslagen in Parijs vonden plaats op de dag dat Frankrijk gedurende een maand tijdelijke grenscontroles heeft ingevoerd in verband met de grote klimaattop die over ruim twee weken in Parijs begint en in principe eindigt op 11 december. Ondanks het grote veiligheidsrisico, wil Frankrijk de conferentie gewoon door laten gaan.

Op 6 november zei minister van Binnenlandse Zaken Bernard Cazeneuve dat de klimaatconferentie een verhoogd risico met zich meebrengt voor ‘terroristische dreigingen en verstoringen van de openbare orde die dit internationale evenement zouden kunnen ondergraven’. Volgens het Schengen-verdrag, waarin de open Europese binnengrenzen zijn geregeld, is dat voldoende aanleiding voor tijdelijke grenscontroles.

COP21, zoals de klimaattop officieel heet (omdat het de 21ste keer is dat de landen bijeenkomen om te onderhandelen over klimaatbeleid), wordt om logistieke en veiligheidsredenen gehouden op de luchthaven Le Bourget in het Noord-Parijse district Seine-Saint-Denis: een groot, overzichtelijk en afgesloten terrein.

Op 29 november, de dag voor het begin van de top, wordt in Parijs een grote demonstratie verwacht van milieuorganisaties, waar waarschijnlijk meer dan honderdduizend mensen op afkomen. Die demonstratie kan radicale klimaatactivisten en anti-globalisten aantrekken, die mogelijk uit zijn op rellen. Een tweede grote demonstratie staat gepland voor 12 december, aan het eind van de top.

Internationale conferenties brengen altijd al een groot veiligheidsrisico met zich mee. Maar dat geldt nog eens extra voor klimaattoppen. In tegenstelling tot de meeste van dit soort diplomatieke bijeenkomsten, hebben klimaatconferenties namelijk een relatief open karakter. Ook non-gouvernementele organisaties, lobbyisten, mensen uit het bedrijfsleven en politici zijn welkom. Voor COP21 hebben zich ongeveer 40.000 mensen geaccrediteerd.

Delegaties uit bijna tweehonderd landen zullen aanwezig zijn, meer dan honderd van die landen zullen op het hoogste niveau vertegenwoordigd zijn: een veiligheidsnachtmerrie. Omdat COP21 – net als eerder de conferentie in Kopenhagen in 2009, die jammerlijk mislukt is – moet uitmonden in een nieuw klimaatverdrag, heeft president François Hollande ook staats- en regeringsleiders uitgenodigd. De Franse autoriteiten verwachten dat de klimaattop ‘de grootste diplomatieke conferentie [wordt] sinds de ondertekening van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens’ in 1948.

Zo worden de Amerikaanse president Barack Obama, zijn Chinese ambtgenoot Xi Jinping, de Russische president Vladimir Poetin, de Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Britse premier David Cameron verwacht. Maar ook de leiders van Brazilië, Canada, Japan, India en tientallen andere landen (ook Nederland) hebben aangekondigd naar Parijs te komen.

Vanmorgen kwam de organisatie van COP21 in crisisberaad bijeen om te praten over mogelijke gevolgen van de aanslagen voor de klimaattop. Maar, zei secretaris Pierre-Henri Giugnard, tegen dagblad Le Monde: „De regering zal beslissen wat te doen”.

Minister van Buitenlandse Zaken Laurent Fabius zei vanmorgen in Wenen – waar hij was voor overleg over Syrië – dat COP21 ondanks de aanslagen gewoon doorgaat. Weliswaar zal er extra beveiliging komen, „maar het is absoluut noodzakelijk om klimaatverandering aan te pakken”.

De Franse diplomatie heeft het afgelopen jaar vol ingezet op klimaat. COP21 moet een historische bijeenkomst worden, met een klimaatakkoord dat een doorbraak betekent voor de zich al jaren voortslepende onderhandelingen. De vraag is nu of de diplomaten van hun stuk gebracht zijn door de dramatische gebeurtenissen van vrijdagnacht. In dat geval kunnen de aanslagen indirect doorwerken op de klimaattop.