'Jihadisten zijn niet bloeddorstig van nature'

Filmregisseur Abderrahmane Sissako liet het leven van gewone mensen in Mali zien. „Vijfentwintig jaar geleden wilde niemand in Europa wonen.”

Scène uit de film Timbuktu van Abderrahmane Sissako.

Zijn volgende film, onthult de Afrikaanse filmregisseur Abderrahmane Sissako (61), zal over de relatie Afrika-China gaan. Hij heeft al contact met Afrikaanse gemeenschappen in China, en Chinese in Afrikaanse landen. Chinese investeerders zijn geïnteresseerd. China is de toekomst voor het Afrikaanse continent. „De lange depressie na de Europese kolonisatie komt aan zijn eind. De Afrikanen die nu nog naar Europa emigreren, zijn toch vooral de verliezers in de Afrikaanse samenleving.”

We spreken in een Parijs café. Drie jaar geleden is Sissako, een van de zeer weinige internationaal bekende Afrikaanse filmregisseurs, vanuit de Franse hoofdstad terug verhuisd naar de Mauretaanse hoofdstad Nouakchott, waar hij adviseur van president Mohamed Oud Abdel Aziz is geworden. „Soms ben ik maar één keer per week op kantoor, voor de post. De president meent dat ik, als een van de weinige in het buitenland bekende Mauretaniërs, nuttig kan zijn.”

Met die bekendheid gaat het uitstekend, vooral sinds Sissako’s vierde lange speelfilm, Timbuktu, vorig jaar internationaal doorbrak, in Frankrijk zelfs een kassucces werd, en van zijn maker wereldwijd een veelgevraagd spreker en conferentiedeelnemer maakte. Vandaag neemt hij in Amsterdam deel aan de Nexus-conferentie ‘Waiting for the barbarians’, over de vraag of de massale komst van vreemdelingen geestelijke leegheid en gemakzucht kan verhelpen. Als we hem spreken is Sissako onderweg naar de Verenigde Staten – de vliegverbinding Nouakchott-New York loopt voorshands nog via Parijs, niet Beijing.

Timbuktu speelt in het jaar waarin deze Malinese stad bezet was door jihadistische groeperingen, totdat Malinese en Franse troepen daaraan begin 2013 een eind maakten. De jihadi’s vergrepen zich aan de monumenten en manuscripten van dit eeuwenoude centrum van islamitische cultuur, en onderwierpen de bewoners met wrede straffen aan hun lezing van de sharia.

Hebt u met deze film een ideologisch statement willen afgeven?

„Nee. Timbuktu is geboren uit de wens de emotionele realiteit te laten zien in dit stuk van een wereld waarop wij allen leven. Ofschoon ik in het buurland Mauretanië woon en mijn vader uit Mali afkomstig was, was ik voor mijn informatie over Timboektoe net als u afhankelijk van westerse media. Maar het Westen heeft over het algemeen weinig aandacht voor wat niet schittert en in het oog loopt – nergens staat er een monument voor ‘de moedige vrouw’ bijvoorbeeld, bijna alle monumenten dragen een naam. ‘Ideologie’ suggereert een oordeel, maar ik heb meer bescheiden een gevoelswerkelijkheid willen beschrijven.”

Toch zijn in de film twee opvattingen van islam te onderscheiden: de tolerante, op eeuwen van cultuur en studie gebaseerde islam, versus de veronderstelde rechtzinnigheid van de grotendeels uit andere landen afkomstige jihadi’s.

„Natuurlijk heb ik ook willen tonen hoe mijn islam eruit ziet, de islam waarin ik door mijn ouders ben opgevoed, en die door jihadistische bewegingen als het ware in gijzeling wordt genomen. Timbuktu belichaamt meer dan duizend jaar oude waarden, resultaat van vele eeuwen vergaarde wijsheid en uitwisseling van kennis – niet alleen religieuze, maar ook op het gebied van rekenkunst, geschiedenis, cultuur. Ik laat zien hoe de stad en zijn bewoners de moed hadden tegenover de bezetters daaraan vast te houden. Er zijn veel verschillende vormen van islam, zoals er talrijke vormen van christendom, of zelfs boeddhisme zijn. Maar uit naam van een traditie de naam islam geven aan een doctrine die niet meer staat voor menselijke waarden als het Goede, of de liefde – dat kan niet.”

Enige onverstoorbaarheid kan de Timbuktenaren in uw film niet ontzegd worden.

„De film is tenslotte in Mauretanië gedraaid, in een streek nabij de grens met Mali, onder bescherming van het Mauretaanse leger. In Timboektoe zelf filmen zou te ingewikkeld zijn geworden. Voor het schrijven van het scenario ben ik er wel veelvuldig geweest. Zo heb ik de imam ontmoet die protesteert wanneer jihadi's zijn moskee betreden met schoenen en wapens. ‘Wij mogen dat, want wij zijn op jihad’, zeggen ze dan. Waarop de imam antwoordt: ‘maar dit hier is de jihad van de manuscripten’. Dezelfde man vertelde mij de bezetting met gelatenheid te hebben ondergaan omdat Timboektoe in zijn geschiedenis heel vaak bezet is, en aan elke bezetting ook altijd weer een einde komt. De vorige was die van de Fransen.”

Toch lijken in de islamitische wereld rechtzinnige, militante stromingen in opkomst – niet zelden met een gewelddadige inslag. Heeft u dat verrast?

„Mij verrast vooral dat het zo snel gaat, en op zoveel plaatsen tegelijk. Het lijkt me niet alleen een probleem van de islam. In Afrika zijn evangelische christenen actief die weliswaar niet bewapend zijn, maar wel diezelfde onverzoenlijkheid en extase aan de dag leggen. Steeds zijn het vooral de armen die zich daartoe aangetrokken voelen. En jongeren natuurlijk. Je hoort zelden of nooit over een zelfmoordterrorist die vijftig is, of zeventig. Wie waren in Timboektoe de jihadisten? Pakistanen. Een Nigeriaanse jongen die door zijn familie op tocht naar Europa is gestuurd, maar onderweg is gestrand. Jonge Algerijnen en Tunesiërs die tegen een beloning van driehonderd euro per maand de steniging van overspelige vrouwen organiseren, en andere gewelddaden. Als huursoldaten. Zij zijn niet bloeddorstig van nature, en evenmin doen ze het omdat ze tot een bepaalde ideologie zijn bekeerd.”

Uw film geeft een gezicht aan de overwegingen van sommigen in de miljoenenmenigte die zich nu vanuit Afrika en het Midden-Oosten richting Europa lijkt te begeven. Vanuit een Europees gezichtspunt lijkt dat soms een anonieme massa.

„De miljoenen die zich in beweging zetten, waren 25 jaar geleden nog rustige mensen, kleine boeren, handwerkslieden of kantoorklerken. De gedachte aan wonen in Berlijn, Parijs of Rome kwam niet bij ze op. Ze hadden een leven. Maar steek maar eens een bos in brand en kijk wat de vogels, de gazellen, zelfs de mieren doen: die vertrekken.”

Waar was de brand?

„Ik ben een democraat en tegen de dictatuur. Maar het is een vergissing van westerse politici geweest te denken, dat je met militaire middelen democratie kunt bevorderen. Gaddafi was een dictator, zeker, maar aan het eind was er geen Libië meer, en er zal ook de komende vijftig jaar geen Libië meer zijn. Saddam Hussein in Irak – zelfde verhaal. Met oorlog en geweld laat zich op dit gebied geen overwinning behalen – als het overwinningen waren geweest, waren er nu niet deze problemen.”

Denkt u dat Europa in staat is, al die mensen te absorberen en uitzicht te bieden op een waardig leven?

„Niet in een dag, of in een jaar. Het zal strijd vergen, niet te blijven hangen in vrees en maatschappelijke uitsluiting, zowel van de degenen die aankomen, als degenen die hen ontvangen. Maar als de Verenigde Staten zijn opgebouwd uit immigratie, waarom zou Europa dat dan niet kunnen? Zo is de wereld, dat moet je accepteren. De migratie is een onomkeerbare en onvermijdelijke ontwikkeling. Het zal nodig zijn om angst af te bouwen – angst voor immigratie, angst voor terrorisme. Angst maakt het onmogelijk de ander te accepteren. Dat alles is mogelijk, alleen zijn u en ik al te oud om die nieuwe situatie nog mee te maken.”

Wat gaat u straks zeggen in Amsterdam, over de komst van de barbaren?

„Niet al te veel vrees ik, want de conferentie is in het Engels, en dat spreek ik niet. Het woord ‘barbaren’ veronderstelt een situatie waarin de een geciviliseerd is, en de ander niet. Misschien moet Europa niet vergeten dat het, onder andere door de kolonisatie, zelf verantwoordelijk is voor de hoogste berg lijken in de geschiedenis. Het heden te willen zien zonder oog voor het verleden is gevaarlijk. Misschien is dat de belangrijkste les die de volksverhuizing van nu Europa te bieden heeft.”