Islamitische Staat in de verdrukking in Noord-Irak

Met steun van Amerikaanse luchtaanvallen zijn Koerdische en andere strijders erin geslaagd IS op een aantal plaatsen terug te dringen.

Rook boven Sinjar in Noord-Irak tijdens de verovering op IS door Koerdische strijders.

De kansen lijken te keren. De Islamitische Staat (IS) wordt op meerdere fronten in Irak en Syrië flink in het defensief gedrongen. Koerdische strijders in Noord-Irak hebben vrijdag de stad Sinjar heroverd op de terreurgroep met Amerikaanse luchtsteun. Tegelijkertijd zijn het Iraakse leger en shi’itische milities een offensief begonnen om IS te verdrijven uit Ramadi in het midden van het land.

Daarbij heeft de internationale coalitie onder leiding van de Verenigde Staten zijn luchtaanvallen boven Syrië de afgelopen week sterk opgevoerd. Bij een drone-aanval zou de Britse IS-strijder Mohammed Emwazi zijn omgekomen. Hij kreeg bekendheid als de beul ‘Jihadi John’ in de onthoofdingsvideo’s van de groep.

De intensivering van de strijd tegen IS volgt op de Russische interventie in Syrië om het regime van president Assad te schragen. De Russische bombardementen tasten de geloofwaardigheid aan van de VS, die al ruim een jaar zonder veel resultaat luchtaanvallen uitvoeren op IS.

Daarom heeft de internationale coalitie de luchtoperatie boven Syrië, die eind oktober vrijwel tot stilstand was gekomen, flink opgevoerd. Gevechtsvliegtuigen van de coalitie voerden in de week tot 6 november 56 luchtaanvallen uit. In de acht dagen daarvoor waren dat er slechts drie. De geïntensiveerde luchtoperatie is ook gericht tegen de olievelden in het oosten van Syrië, waar IS nog altijd 40 miljoen dollar per maand aan verdient

Vooral de inname van Sinjar en een nabijgelegen snelweg is een klap voor IS. De weg is een belangrijke aanvoerroute tussen Raqqa, de hoofdstad van IS in Syrië, en Mosul, de grootste stad die de groep controleert in Irak. Toch zeggen analisten van het Institute for the Study of War dat dit de verbinding tussen Raqqa en Mosul niet zal verbreken. In de zandwoestijn tussen Syrië en Irak zijn duizenden onverharde wegen waar de kleine konvooien van IS gebruik van kunnen maken.

Sinjar werd vrijdag zonder veel verzet van IS ingenomen. Bij de aanval zijn Iraakse peshmerga’s, strijders van de Syrisch-Koerdische militie YPG en haar Turkse zusterorganisatie PKK betrokken. Ze hebben het ziekenhuis, verschillende overheidsgebouwen, en enkele wijken ingenomen en de Koerdische vlag gehesen in het centrum van de stad.

Bezaaid met boobytraps

Maar Koerdische functionarissen zeiden dat het te vroeg is om de overwinning uit te roepen. De extremisten hebben de stad bezaaid met autobommen, bermbommen en boobytraps. De Koerden hebben al eerder geprobeerd om de stad te heroveren, maar deze poging liep in december vast.

De Koerdische strijders werden bijgestaan door lichtbewapende yezidi’s, leden van een religieuze minderheid die door IS worden gezien als ketters. Toen IS Sinjar veroverde in augustus 2014 kwamen tienduizenden yezidi’s vast te zitten op de berg Sinjar. Honderden mannen zijn door IS vermoord en duizenden vrouwen zijn ontvoerd en gebruikt als seksslaven.

Maher Saado (22) een yezidi die deelnam aan het offensief vertelt tegen de website Buzzfeed dat hij destijds machteloos moest toekijken hoe zijn mensen op de vlucht sloegen voor de slachting van IS. Hij dacht terug aan die treurige dag terwijl hij samen met de Koerden vrijdag de stad binnentrok. „Ik herinner me de beelden van alle vrouwen en kinderen die rondrenden”, zei hij tegen Buzzfeed.

„Maar”, zei hij tegen de verslaggever, „vandaag kan ik alleen maar lachen. Vandaag voel ik me goed.”