In mijn buurt willen ze weten: waarom hier?

Correspondent Peter Vermaas kwam vanochtend thuis in zijn buurt, vlakbij het getroffen restaurant Le Petit Cambodge. Iedereen is in shock. Wat hebben zijn buurtgenoten gezien? 

Een vrouw legt bloemen neer voor de bar Le Carillon, een van de locaties waar terroristen vrijdag het vuur openden op mensen. Foto Kenzo Tribouillard/AFP

Dat zaagsel. Op alle plekken waar vrijdagavond geschoten is, is zaagsel gestrooid. Het is waarschijnlijk bedoeld om de bloedplassen te deppen, misschien ook om het bloed iets minder rood te kleuren. Maar dat lukt eigenlijk nauwelijks.

Buurtbewoners die zich rond restaurant Le Petit Cambodge en Bar Le Carillon hebben verzameld, staren apathisch naar de grond. Een geblondeerde oudere vrouw ziet door het zaagsel een paar sportschoenen lopen. Ze begint onbedaarlijk te huilen.

Mijn buurt is in shock.

Toen ik vanmorgen thuiskwam, had een groepje buren uit mijn appartementengebouw zich buiten verzameld rond Brahim, de conciërge. Ze discussieerden niet eens, zoals ze gewoonlijk doen. Er was een soort zwijgende instemming dat dit vreselijk is. Ieder woord was te veel. Iedereen had de schoten gehoord, gisteravond aan de overkant van het Canal Saint-Martin. Een duizendklapper, dacht Brahim. Rotjes. Tot hij de deur uitging en de slachtoffers zag.

Het buurtje rond de sluizen van het Canal is een van de populairdere uitgaansbuurten van Parijs. Vooral in de smaak bij een wat jonger publiek. De terrassen zitten altijd vol, ook op een vrijdagavond halverwege de herfst. De bewoners zijn wat Parijzenaars ‘bourgeois-bohème’ of bobo noemen: iets tussen de yup en de hipster, liberaal en kosmopolitisch.

„Het is nogal makkelijk raak schieten hier”, zei de buurman die iets met computersystemen doet bij de voordeur. „Wie juist hier een aanslag pleegt, wil onze Franse manier van leven kapotmaken”, zei de verzekeringsagent van de zevende etage in tranen. We hoorden op de achtergrond de zonderlinge buurvrouw van de eerste etage Chopin spelen.

Vandaag zijn de terrassen leeg. De meeste winkels aan het Canal, dat bekendheid kreeg door de film Amélie, houden hun rolluiken naar beneden. Het is ongewoon stil op straat. Anders dan in januari, toen iedereen direct na het bloedbad bij Charlie Hebdo spontaan op de Place de la République, hier één blok verder, bijeenkwam. Dit keer heeft de politie samenscholingen verboden. En wie heeft nu zin in massaliteit?

Bij Le Petit Cambodge aan de Rue Alibert tref ik de eigenaar van Le Bistro des Oies, aan de overkant van de straat. Ik eet er vaak. Eigenaar Stéphane vertelt met schokkende stem van vermoeidheid en emoties hoe de kogels net zijn houten gevel voorbijgingen. Hij heeft als enige geen terras. Daar klagen veel klanten in de zomer over. Dat was gisteren misschien de redding, denkt hij. De kogels landden wel tussen de klanten van de pizzeria één deur verderop.

Tegenover de restaurants staat nu een lange rij geduldig wachtenden. Juist hier blijkt de bloedbank gevestigd. Mensen komen spontaan bloed doneren voor de tientallen gewonden die nog in Parijse ziekenhuizen liggen.

„Ik ben bang”, zegt Stéphane als hij weer een paar politieagenten te woord heeft gestaan. De gitarist die op doordeweekse avonden zijn Sud Ouest-maaltijden opluistert met een wonderlijk repertoire van verfranste countrymuziek, valt hem met betraande ogen in de armen. „Waarom hier?”, vraagt hij.

Daar heeft Alexandre van de wijn- en olijfoliehandel aan de kade aan de overkant wel een antwoord op. Door het raam aan de achterkant van zijn zaak had hij zicht op de schietpartij bij pizzeria Casa Nostra, aan de Rue de la Fontaine au Roi. „Dit is het buurtje van Charlie”, zegt hij. De redactieburelen van het tijdschrift Charlie Hebdo waar in januari een bloedbad werd aangericht waren een paar kilometer verderop. „Vandaar.”

Ook Alexandre heeft de politie te woord moeten staan. De agenten hebben net zijn winkel weer vrijgegeven. Hij vraagt zich af of hij vandaag moet openblijven. Maar hij woont in zijn winkel, dus hij kan altijd later nog beslissen, zegt hij. „Het is allemaal zo onwerkelijk.” Hij wijst naar het eind van de kade. Daar staat een horde journalisten in vele talen verslag te doen. Op de achtergrond muziekzaal Bataclan.

Wat Alexandre de rechercheurs verteld heeft? „Ik zag een zwarte Volkswagen Golf, waar een man met een automatisch geweer uitkwam. Hij begon in het wild te schieten. Meerdere mensen vielen op de grond.” De agenten wilden weten hoe de man eruit zag, zegt hij. „Het was donker, ik heb niet veel kunnen zien. Maar laat ik zeggen dat hij niet uit Zweden kwam.”

Voor de Casa Nostra zijn politieagenten nog bezig met spooronderzoek. Ze lopen met hun zwarte kistjes door het roodgekleurde zaagsel.

Klik of tap op de cijfers voor meer informatie: